We lopen om ons te ontspannen, om fit en gezond te blijven en omdat het leuk is. Maar uiteindelijk willen we ook een snelle, mooie tijd lopen. Daarom zetten we 5 tips op een rijtje om je loopsnelheid te verbeteren.

Let op: iedere loper is anders. De één heeft misschien meer het lichaam om een snelle(re) loper te worden dan de ander. Kijk en luister dus vooral naar je eigen lijf en hou rekening met jouw capaciteiten en mogelijkheden. Er zijn alleszins genoeg manieren om je snelheid te verbeteren, voor elk wat wils:

1. VARIEER IN JE LOOPTRAININGEN
Verandering van spijs doet eten, luidt het gezegde. Loop dus niet altijd hetzelfde rondje aan hetzelfde tempo. Los van het feit dat het dan heel snel saai wordt, daag je je lichaam hiermee op den duur niet meer uit. Wissel af in je trainingen: lange duurloop, korte maar krachtige interval- of tempotraining, fartlek, herstelloop... Zo ontwikkel je een gevarieerde looproutine en dat is een uitstekende basis om een betere, snellere loper te worden. Een loper die bovendien ook een pak meer geniet van zijn/haar loopsessies!

2. DOE INTERVALTRAININGEN
Een intervalloop is een zeer goeie - misschien wel de beste - manier om je snelheid op te drijven. Hierbij wissel je kortere, snellere stukken af met langere, tragere stukken. Doordat je traint net onder de anaerobe drempel, daag je je lichaam uit om langer te lopen aan een sneller tempo. Je verlegt met andere woorden je uithoudingsgrens. Intervals zijn best zwaar en veel lopers zien er vaak tegenop, maar ze vormen sowieso een essentieel onderdeel van een goed opgebouwde looproutine. Een variant op intervaltraining is dat je na je gewone looptraining (bv. lange duurloop) enkele versnellingen inlast. Trek bijvoorbeeld een sprintje van ongeveer 20 meter, gevolgd door vertragen/wandelen. Herhaal dit een 5-tal keer. Ook dit is goed om je tempo te verbeteren, én het is een pittige manier om je training af te sluiten waardoor je extra veel voldoening hebt!

3. EET GEZOND
Deze tip is minder trainingsgerelateerd maar lopen gaat uiteindelijk ook om meer dan lopen alleen. Goede, gezonde voeding ligt aan de basis van een geslaagde looptraining. Zeker voor een snelle(re) loop is het belangrijk dat je je lichaam van voldoende energie voorziet, zodat je flink 'van jetje' kan geven. Je eet best een kleine koolhydraatrijke snack zo'n 30 à 40 minuten voor het lopen, bv. een banaan, een stukje bananenbrood, een (zelfgemaakte) energiereep, een (witte of lichtbruine) boterham met confituur... Dit komt je snelheid ten goede!

4. RUST VOLDOENDE
Rusten is ook trainen! Het is belangrijk dat je je lichaam voldoende tijd geeft om te herstellen voor een volgende training. Want té veel trainen kan leiden tot overtraining, en dat heeft net een averechts effect op je snelheid. Op een rustdag mag je uiteraard wel iets van beweging doen (dat is zelfs aangeraden!), bijvoorbeeld wandelen, een fietstochtje... Hoe graag je ook elke dag zou willen lopen, het is beter om het niet te doen. Je kan dan extra hard uitkijken naar de volgende loopsessie!

5. LOOP SAMEN
Sommige lopers gaan sowieso het liefst met anderen lopen omdat ze graag gezelschap hebben. Los daarvan kan samen lopen ook motiverend en uitdagend werken. Je gaat een 'gezonde competitie' aan met je running buddies, waardoor je vaak vanzelf wat sneller gaat lopen. Veel mensen die in een loopclub zitten, geven zelf ook aan dat hun teamgenoten hen stimuleren om het beste in zichzelf naar boven te halen. Voorlopig is het nog wat opletten om in grote groepen te lopen door de coronamaatregelen, maar in kleine groepjes kan het wel al. Ook wedstrijden zijn nog even niet aan de orde, maar ook die zijn een goeie manier om jezelf uit te dagen. Tijdens een wedstrijd kan jezelf een doel stellen om binnen een bepaalde tijd te finishen. Dan geef je minder gauw op, waardoor je sneller gaat lopen.