Drempelvrees voor een thresholdtraining? Da's nergens voor nodig! Thijs Dekiere, coach bij Energy Lab, legt klaar en duidelijk uit hoe je die drempeltrainingsvorm het best aanpakt.

First things first. Voor je een drempeltraining aan je schema kan toevoegen, moet je natuurlijk wel weten waar je drempelwaarden liggen. Energy Lab-coach Thijs Dekiere vertelt hoe je te weten komt bij welke hartslag je je anaerobe drempel - ook wel omslagpunt genoemd - bereikt: 'Tijdens een lab- of veldtest bepalen we je anaerobe drempel op basis van je lactaatstijging. Die drempel is het startpunt van je piekfase, het uiterste temponiveau waarop je lichaam je spieren nog net voldoende zuurstof geeft om het lactaatevenwicht onder controle te houden. Eens je die drempel passeert, stijgt je verzuring exponentieel en valt dat evenwicht weg.'

Verwar je anaerobe drempel niet met je maximale hartslag. Thijs: 'Meestal ligt je drempel op ongeveer 90 à 95% van je maximale hartslag, wat gemiddeld genomen overeenkomt met zo?n 10 à 15 slagen onder die maximale hartslag. Die algemene regel geldt zeker niet voor iedereen. Sommige lopers bereiken hun omslagpunt al bij 75 à 80% van hun maximale hartslag. Je baseert je dus het best niet op je maximale hartslag om je drempel te berekenen.'