Hoe ontstaat die honger en voorkom je dat je je overeet?

Intervallen aan hoge intensiteit zijn niet enkel goed om je snelheid te verhogen, maar ook om je algemene cardiovasculaire gezondheid te verbeteren en extra kilocalorieën te verbranden. Zware intervalsessies zorgen ook voor een groter hongergevoel nadien. Voor lopers die op hun gewicht willen letten, is dat gegeven dan weer minder interessant. Maar hoe ontstaat die honger juist en hoe voorkom je dat je je overeet? 

EPOC 

De meest logische verklaring voor het grotere hongergevoel na een training is EPOC, de Engelse afkorting voor Excess Post-exercise Oxygen Consumption. In de uren na je intervaltraining heeft je lichaam meer zuurstof nodig om te herstellen. Dat proces zorgt voor een grotere kilocalorieverbranding, ook lang nadat je gestopt bent met lopen. 

LEPTINE 

Een andere verklaring is dat een intervaltraining je honger- en verzadigingshormonen beïnvloedt, zeker bij personen die er sowieso al een actieve levensstijl op nahouden. De niveaus leptine (een hormoon dat zorgt voor je verzadigingsgevoel) dalen na een intensieve training. Door die daling stuurt je lichaam een signaal naar je hersenen als waarschuwing dat het eten nodig heeft. Leptineniveaus zijn bovendien lager bij mensen met een lager vetpercentage: magere lopers die een intervaltraining afwerken, ervaren vaak nog een groter hongergevoel. 

DE HERSENEN

En dan is er nog de mentale kwestie: veel sporters associëren de hoeveelheid zweet tijdens een training met de hoeveelheid verbrande kilocalorieën. En laat je tijdens een zware intervaltraining nu net iets meer zweten dan tijdens een rustige duurloop. Uit onderzoek blijkt echter dat het aantal verbrande kilocalorieën tijdens trainingen overschat wordt. Het kan dus zijn dat je lichaam niet per se om voeding vraagt, maar je hersenen wel. 

Wil je een extreem hongergevoel na je training vermijden? Zorg dat je in de 30 minuten na je training zeker iets eet. Hanteer daarbij een koolhydraat-eiwitverhouding van 3/4:1 (bijvoorbeeld 120 gram koolhydraten en 40 gram eiwitten). Denk daarbij aan Griekse yoghurt met wat fruit.