Het kwik scheert dezer dagen geen al te hoge toppen. Welke invloed heeft deze situatie op je loopprestatie?

In de winter komt het regelmatig voor dat regen, kou en wind voor problemen zorgen. De auteurs van Hardlopen met Power bespreken hier de invloed van wind en kou op ons prestatievermogen. Er zijn vier factoren die hierbij een rol spelen.

1. Bij harde wind daalt de gevoelstemperatuur sterk

Bij harde wind is de gevoelstemperatuur een stuk lager dan de gewone temperatuur. Deze 'windkoude' ('windchill' in het Engels) wordt veroorzaakt doordat de wind het isolerende laagje lucht rondom de huid wegblaast. In de grafiek hieronder laten we de gevoelstemperatuur als functie van de gewone temperatuur en de windkracht in Beaufort. Zoals we zien, kan de gevoelstemperatuur bij harde wind makkelijk 10°C lager zijn dan de gewone buitentemperatuur. 

2. In de regen treedt snel onderkoeling op

Dit komt doordat de huid nat wordt en er zich dus geen isolerend luchtlaagje kan vormen. In de praktijk blijkt deze factor zeer belangrijk te zijn omdat de warmtegeleiding van water maar liefst 26 keer groter is dan die van lucht.

3. Beschermende kleding is nodig

De functie van kleding is om een isolerend luchtlaagje in stand te houden dat de afkoeling beperkt. Het is verstandig om meerdere lagen lichtgewicht poreuze en 'ademende' kleding te dragen, die geen vocht opneemt en een optimale isolatie bewerkstelligt. In de literatuur staan richtlijnen voor het aantal isolerende lagen kleding als functie van de gevoelstemperatuur en de loopsnelheid. Bij gevoelstemperaturen in de buurt van het vriespunt zijn theoretisch 2 beschermende lagen nodig en in de praktijk tenminste 3, met name wanneer de kleding nat kan worden en zijn isolerende functie verliest. Wanneer de loopsnelheid daalt tot een wandeltempo, zijn zelfs 4 lagen vereist. De invloed van de loopsnelheid is dus aanzienlijk. In rust zijn 4 keer zoveel lagen nodig als bij een snelheid van 16 km/h. Het benodigde aantal isolerende laagjes voor een Eskimo op de Noordpool is zelfs 10! 

4. Kleine en magere mensen zijn extra kwetsbaar in de kou

De vierde en laatste invloedfactor is de gevoeligheid van de loper voor de kou. Kleine mensen zijn gevoeliger omdat hun verhouding lichaamsoppervlak/gewicht groter is. Hierdoor moeten ze relatief meer warmte produceren om afkoeling tegen te gaan. Veel lopers hebben een laag vetpercentage. Ook dit is ongunstig, omdat het lichaamsvet een isolerende functie heeft. Tim Noakes, de auteur van The Lore of Running, concludeerde dan ook dat de gevoeligheid voor de kou juist het omgekeerde is van de gevoeligheid voor de hitte: in de hitte zijn kleine, magere mensen in het voordeel, terwijl in de kou het omgekeerde geldt.

Je kunt het effect van alle factoren op je prestaties nalezen in het boek Hardlopen met Power! Voor meer info: surf naar www.hardlopenmetpower.nl