Ga je soms met je partner lopen? Dan weet je wellicht dat er enkele 'addertjes onder het gras' liggen. Daarom een korte handleiding!

1. Behoud de focus
Wie in duo gaat lopen, doet dat vooral om in het bijzijn van zijn/haar partner te zijn. Het is ook een moment om wat bij te praten over de dag op het werk, de kinderen,... Onderwerpen genoeg! Daarbij loeren enkele 'gevaren' om de hoek. Door het gebabbel kan je afgeleid raken van het verkeer en het spreekt voor zich dat dat gevaarlijk is. Maar ook andere obstakels (stenen, putten, takken,...) krijgen plots wat minder aandacht en voor het je weet, is het kwaad geschied. Probeer dus zeker je focus te behouden. Vergeet ook niet dat je wellicht traint met een bepaald doel voor ogen. En als je telkens een looptochtje in wandeltempo doet om bij te kletsen, zal je dat doel misschien niet bereiken. Samen lopen kan dus zeker, maar doe daarnaast ook aparte trainingen waarbij je specifiek naar je loopdoel toewerkt.

2. Respecteer elkaars loopgewoontes
De kans dat jullie identieke lopers zijn met dezelfde tempo's en gewoontes, is klein. Versmacht elkaar niet en zorg ervoor dat jullie ook voldoende individuele trainingen kunnen doen om jullie persoonlijke ritme te lopen. Als jullie samen gaan lopen, bespreek dan op voorhand wat jullie gaan doen. Verlaag je tempo bijvoorbeeld een beetje, waardoor je partner niet compleet buiten adem is na de tocht. Het is aan de meer ervaren loper om de andere te gidsen en in geen geval zijn/haar tempo (of kilometeraantal) op te dringen. En laat die oortjes uiteraard achterwege. Die kan je gebruiken tijdens je individuele run.

3. Het is geen competitie!
Ook al hebben jullie allebei een uitstekende conditie, het zou zonde zijn om elkaar de adem af te snijden, waardoor jullie gedurende heel de tocht geen woord tegen elkaar kunnen zeggen.