Lopen is een immens populaire en toegankelijke hobby, waarover helaas ook een aantal fabels de ronde doen. In de stroom van informatie die op je afkomt, is het vaak moeilijk om te weten wat je nu wel of niet mag geloven. Daarom hebben we zes hardnekkige loopmythes onder de loep genomen én de feiten voor jou op een rijtje gezet.

1. Lopers hoeven niet aan krachttraining te doen 
Deze hardnekkige mythe komt uit een tijd waarin vele bewegingscoaches geloofden dat duuratleten (wielrenners, zwemmers, langeafstandlopers) best geen gewichten heffen. Extra spieren zou betekenen dat je meer weegt en een zwaarder lijf is een extra ballast. Ze beseften enkel niet dat sporters ook aan krachttraining kunnen doen zonder in een bodybuilder te veranderen. Bovendien wisten ze niet dat een specifiek krachttrainingsprogramma uitermate aanbevolen is om een uithoudingssport te ondersteunen. Door bijvoorbeeld plyometrische oefeningen te doen (oefeningen waarbij gesprongen wordt), kan je je loopefficiëntie en je sprintsnelheid verhogen, wat handig is aan het eind van een wedstrijd.

Lees het volledige artikel

nu onmiddellijk digitaal op Blendle. Klik hier, meld je aan en lees! Of in het julinummer, nu in de winkel!