Ontstressend, minder belastend, gezondere lucht, ... Lopen in de natuur heeft tal van voordelen. De fysieke uitdaging is wel een pak zwaarder, waardoor je er goed aan doet om de overstap van de verharde weg naar het ruwere terrein verstandig aan te pakken. Met deze 8 tips blijf je veilig op het (niet altijd zo) rechte pad.

1. Maak een geleidelijke overstap 

Lopen op de verharde weg of in de vrije natuur? Het contrast is vrij groot. Op de weg is elke stap dezelfde en je gebruikt de belangrijkste spiergroepen zoals de quadriceps, de hamstrings en de bilspieren op een vrij monotone manier. Bij een tocht door het bos of in het park is dat helemaal anders, want onderweg krijg je te maken met talrijke hindernissen zoals bochten, putten, boomwortels, hoogteverschillen, ... Om die obstakels te overwinnen, moet je heel wat andere spiergroepen aan het werk zetten. Het is daarom geen goed idee om van de ene op de andere dag de verharde weg in te ruilen voor alleen maar bospaadjes. Het is beter om de overstap geleidelijk te maken. Daarnaast is het ook een goed idee om als voorbereiding regelmatig spierversterkende oefeningen te doen. Klassiekers zijn squats, planken, trappenlopen, skipping (lopen met hoge knieheffing) en vooral: touwtjespringen.

Lees het volledige artikel

nu onmiddellijk digitaal op Blendle. Klik hier, meld je aan en lees! Of in het novembernummer, nu in de winkel!