Je bent vastberaden: dit jaar ga je al je besttijden verpulveren. Thijs Dekiere, coach bij Energy Lab, verklapt waar je je dan het best op focust.

Thijs Dekiere: 'Als je je records wil breken, moet je je snelheid stimuleren door je looptrainingen meer te variëren en (delen van) je loopjes in je beoogde doeltempo af te werken.' Tijdens die intervalblokjes moet je wel een haalbaar doel nastreven: 'Stel dat je vandaag 55 minuten over 10 km doet, dan loop je die afstand na een half jaar geen 10 minuten sneller. Je start dus altijd vanuit je huidige vorm. Loop je op dit moment 10 km met een snelheid van 5'30"/km, dan voeg je blokken in dat tempo aan je training toe. Gaan die vlot? Dan bouw je je intervallen op richting 5'25", 5'20" of 5'15"/km.'

Doeltijd op basis van drempels 
De eerste stap in een serieuze trainingsaanpak is een inspanningstest. Dekiere: 'Zo?n test is een objectieve waarneming, mét een realistische inschatting van je eindtijd op basis van je anaerobe drempel. Hoe langer de afstand, hoe belangrijker de rol van die drempel. Weet dat je ongeveer een uur rond de anaerobe drempel kan volhouden.' Extra voordeel van zo?n test? Een trainingsschema op maat en op basis van je hartslagzones en voorspelde finishtijd. Dekiere: 'Lopers die gevoelsmatig hun tempo?s bepalen, overschatten zich vaak en lopen hun intervals te snel. Op termijn oogsten ze meer schade dan progressie. Een persoonlijk schema vermijdt dergelijke situaties.' Drie keer per week lopen is volgens de coach het absolute minimum om verstandig vooruitgang te boeken: 'Die trainingen zijn dan twee duurlopen waarmee je je conditionele basis traint. Die duurtrainingen vul je aan met een derde, intensievere training, een soort van intervaltraining. Daarin kan je eindeloos variëren, afhankelijk van je doel: tempolopen, snellere intervallen, langere blokken, heuveltrainingen, pistetrainingen, trappenlopen ...'

Lees het volledige artikel

nu onmiddellijk digitaal op Blendle. Klik hier, meld je aan en lees! Of in het julinummer, nu in de winkel!