Hoe ga je om met je collega-lopers op de baan of in het park? Het antwoord is eenvoudig: maak gebruik van de ?loopetiquette?.

Etiquette (de; m/v): het geheel van cultuurgebonden beleefdheidsregels en omgangsvormen. Bij dit woord denk je waarschijnlijk aan nette tafelmanieren of deftige kledingvoorschriften, maar ook binnen de sport bestaat er zoiets als etiquette. Het gaat dan om een reeks ongeschreven regels die je toepast tijdens een training of wedstrijd. Op het eerste gezicht draagt de loopsport minder etiquette in zich dan pakweg het skiën of het tennis, maar vergis je niet. Lopers die de 'regels van het rennen' aan hun sportschoen lappen, botsen op tal van (sociale) hindernissen.

Wet 1: Zeg/glimlach/knik/groet hallo

Elke motorrijder, hoe stoer ook, begroet zijn soortgenoten in het voorbijgaan. Op dat vlak hebben lopers nog heel wat te leren. Sommige joggers zetten hun blik automatisch op 'negeermodus' als ze een collega-loper in het vizier krijgen. Tijdens het kruisen vermijden ze elk oogcontact en kijken ze hypergefocust naar een punt in de verte. Jammer, want een lopersgroet kost slechts een seconde tijd en 0,0002 calorieën energie. Praten hoeft zelfs niet, want een glimlach, hoofdknik of opgestoken hand is al voldoende. Op een regenachtige zondagochtend kan je er nog een blik van verstandhouding bovenop doen: wij, lopers onder elkaar.

Lees het volledige artikel

nu onmiddellijk digitaal op Blendle. Klik hier, meld je aan en lees! Of in het meinummer, nu in de winkel!