Hoe ver loop je met een glazen boterham? Running.be magazine ging bij Energy Lab ten rade over de effecten van alcohol op het loperslichaam.

Alcohol beïnvloedt heel wat lichaamsfuncties: het heeft een effect op de verwerking van zo goed als elke voedingsstof. Vooral je lever heeft er zijn werk mee. Het is immers de lever die de alcohol moet afbreken en ondertussen zijn ander werk niet kan uitvoeren. De lever heeft ongeveer 1,5 uur werk met één glas alcohol.

De verwerking van vetten is één van de belangrijke leverfuncties die door alcohol verhinderd wordt. Het vet stapelt zich dus op, en kan bij langdurig en overmatig alcoholgebruik leiden tot leverstoornissen. Iemand die wat op zijn/ haar gewicht let, kan dus maar beter niet te veel alcohol drinken. Niet alleen worden de lege calorieën uit een alcoholisch drankje omgezet in vet, maar ook de afbraak van het andere vet uit je voeding zal veel trager verlopen. Zo zal je lichaam dus veel meer vet opnemen.

De afbraak van melkzuur (een stof die je lichaam produceert bij intensieve inspanningen) is eveneens een belangrijke taak van de lever. Als je lever echter nog te druk bezig is de alcohol van de avond voordien af te breken, zal het melkzuur zich opstapelen en krijg je sneller spierpijnen en -krampen.

Alcohol heeft bovendien een nadelige invloed op het evenwicht, de nauwkeurigheid, de coördinatie en de regeling van de lichaamstemperatuur. Het verzwakt de kracht en het uithoudingsvermogen. Dit zijn allemaal redenen waarom je ongeveer 48 uur voor een zware inspanning beter geen alcohol drinkt.

En wat met alcohol ná de inspanning? Lees het volledige artikel in het meinummer van running.be magazine!