Met de Wereldbekercross in Koksijde die er zondag aankomt, is dit het ideale moment om Niels Albert een masterclass zandtechniek te laten geven. Een goede passage door zo'n zandstrook kan veel winst opleveren, terwijl een foutje je net heel veel kracht en zelfs cruciaal tijdverlies kan kosten.

België is op het vlak van zandcrossen bevoorrecht met een paar echte klassiekers. Denk bijvoorbeeld aan de Wereldbeker van Koksijde of de Superprestigemanche in Zonhoven, met de spectaculaire 'Kuil' als voornaamste blikvanger. Weinig landen of regio's waar er zoveel parcoursen en trainingsmogelijkheden in het zand voorhanden zijn als in Vlaanderen. Het is niet voor niets dat heel wat Kempenaars goede crossers geworden zijn. Het is immers in jeugdwedstrijden zoals die van De Moedige Veldrijder dat je de echte 'zandtechniek' van jongs af aan onder de knie krijgt.

Ons land telt dan ook heel wat zandspecialisten. Denk bijvoorbeeld aan Niels Albert, die zich in 2012 soeverein tot wereldkampioen kroonde door de tegenstand vanaf de allereerste ronde te versmachten in de duinen van Koksijde. Meer dan wie ook was hij dé zandcrosser van zijn generatie. We zochten Albert op voor een toegespitste training en vroegen hem de kleren van het lijf: wat was nu precies het geheim achter zijn successen in het zand? De locatie: domein De Vijvers in Averbode, waar een woestijn van zand en een aangelegd strand het zandmannetje in de tweevoudige wereldkampioen meteen doen watertanden ...

Null

KWESTIE VAN TRAINING EN TALENT

Als veldrijder was jij een begenadigde zandspecialist. Wat is in jouw ogen het geheim van een goede zandcrosser?
"Het begint uiteraard bij heel veel oefenen. Dat in combinatie met een dosis 'talent' maakt dat je een goede zandcrosser wordt. In de eerste plaats moet je je fiets het werk laten doen. Genoeg snelheid maken voor de zandstrook en dan handen losjes op de remmen of boven op het stuur leggen, zoals Herygers het deed. Meedrijven in het spoor zonder te veel 'tegen te sturen'. Als de strook heel lang is, verlies je op een bepaald moment snelheid en moet je beginnen duwen. In zo'n situaties komt het dus echt aan op power. Maar als je goed instuurt en het juiste spoor volgt, kom je meestal al heel ver zonder dat je zwaar moet beginnen stoempen."

De juiste versnelling kiezen is ongetwijfeld ook heel belangrijk?
"Uiteraard is dat een van de aandachtspunten. Het is best dat je vooraf een beetje snelheid maakt en dat je vlak voor het indraaien een tandje lichter schakelt. Als de strook lang is en je de handvaten van je remmen vasthoudt, kan je tegen het einde eventueel nog een keertje afschakelen. Een profwielrenner kan best op het buitenblad rijden. Op een vlakke zandstrook reed ik vroeger heel vaak 46-21. Een enkele keer ook 46-19, om dan nog even af te schakelen. Ik zie veel jeugdrenners en dames op hun binnenblad rijden, maar heb de indruk de je je dan eerder dieper in het zand boort in plaats van erover te vliegen. Als je cadans te hoog is, ga je ook een beetje schudden, terwijl het net zaak is om zo recht mogelijk op je fiets te blijven zitten."

Een ander cruciaal punt is de bandenspanning. Wat was jouw ideale bandendruk?
"Het hing een beetje af van cross tot cross, maar gemiddeld reed ik in Koksijde met 1,2 tot 1,3 bar.  Als er ook wat hoogteverschil is, zoals in Zonhoven, mag daar nog een klein beetje bij. Veel hangt ook af van de ondergrond, want in Zonhoven liggen er bijvoorbeeld wel wat steentjes in het stuk bergop, dus dan mag je uiteraard niet te plat rijden. Als je moet klimmen, gaat zo'n slappe tube ook snel 'onderuitslaan' bij het dansen op de pedalen en geraak je moeilijker bergop."

Ik hoor weleens verhalen van jongeren en dames die met 0,9 bar druk rijden ...
"Het zou kunnen. Ik woog destijds 69 kilo als ik in conditie was. Ik kan me inbeelden dat een kleine, magere renster 50 tot 55 kilo weegt, en dan kan je inderdaad flirten met 1 bar druk of zelf net iets minder."

Null

DE IMPACT VAN TUBES

De bandendruk hangt samen met de bandenkeuze. Wat is volgens jou de beste zandtube?
"Tegenwoordig zijn de tubelessbanden, waarmee wij op dit moment rijden, stukken beter dan vroeger omdat je ze heel plat kan zetten en daardoor meteen ook over heel veel veerkracht beschikt, maar een tube krijgt uiteraard nog altijd de voorkeur. Het ideale profiel is een slick omdat je daar helemaal geen weerstand mee ondervindt, maar die kan je alleen gebruiken als de rest van het parcours er eveneens helemaal droog bijligt. Op het WK in Koksijde heb ik bijvoorbeeld met slicks gereden. Dat waren de ideale tubes omdat het gras toen droog was en de bochten perfect genomen konden worden. Als het een beetje nat is, beland je al snel bij Grifo's, en ik heb het ook nog geweten dat we in Koksijde met Rhino's moesten rijden. Het had toen een hele week geregend, waardoor elke bocht op het gras er spiegelglad bijlag."

Dit interview verscheen origineel in cycling.be magazine november 2018. Abonneer je HIER en mis geen enkel artikel meer!

Koop of abonneer je nu op cycling.be magazine

Het decembernummer van cycling.be magazine ligt nu in de winkel en dat kan uitpakken met een exclusieve blik achter de revalidatie van Wout van Aert. Verder: Zdenek Stybar, Yara Kastelijn, Ruben Apers over Bjorg Lambrecht en de veiligheidsproblemen, Erik Dekker, talentdetectie bij Telenet Baloise Lions, bikefitting voor rugpatiënten, De Streekrenner in Noord-Limburg, verantwoord snoepen en energiedips vermijden, een test van drie gravelbikes …