Wij kregen gedurende vier dagen een voorsmaakje van de ongebreidelde mogelijkheden die de regio tussen Barcelona en Girona en in de even verderop gelegen Pyreneeën te bieden heeft en waren er meteen van overtuigd: wie ongestoord bergop wil rijden en houdt van prachtige landschappen, is in Catalonië aan het juiste adres!

Catalonië treedt de laatste jaren meer en meer op het voorplan als dé ideale fietsbestemming. Vooral Girona en omstreken maken al een tijdje furore, onder meer omdat verschillende profrenners er maar al te graag neerstrijken voor hun winterse trainingsstages. Sommigen hebben er zich zelfs permanent gevestigd, met de Nederlander Robert Gesink als een van de meest bekende voorbeelden. Het pittoreske stadje op een honderdtal kilometer van Barcelona is hot, maar zij die de regio goed kennen, laten geen gelegenheid onbenut om te benadrukken dat er méér is dan Girona. Vandaar dat de vraag om begin juni een gepersonaliseerde fietstrip te ondernemen in enkele minder bekende delen van Catalonië ons als muziek in de oren klonk. Zeker omdat het programma erg aantrekkelijk en gevarieerd oogde: eerst de beentjes losgooien op de golvende wegen langs de kust, de dag nadien een lus met het nodige klimwerk in het prachtige Parc Natural del Montseny en als klap op de vuurpijl de Cadí Challenge, een unieke tweedaagse cyclo in de Pyreneeën.

OP EN NEER LANGS DE KUST

Na aankomst in het zonnige kuststadje Calella, de eerste van twee uitvalsbasissen tijdens onze vierdaagse trip, maken we meteen kennis met local hero Miquel Mestres, de man die ons tijdens de eerste twee dagen zal rondleiden in zijn thuisstreek. Hij wacht me op aan de lobby van het hotel, terwijl zijn rechterhand op het zadel van een fraaie blauwe Orbea Orca met SRAM Force eTap AXS, 12-speed en schrijfremmen rust. Dat we met het nieuwste paradepaardje van de Spaans-Baskische fabrikant Catalonië mogen verkennen, stuwt ons ongeduld meteen naar het zenit. We popelen om eraan te beginnen!

Miquel heeft een mooie eerste rit langs de glooiende kustlijn tussen Barcelona en Girona voor ons in petto en vertelt me op weg naar vertrekpunt Tossa de Mar honderduit over zijn passie voor de fiets. "Ik ben elektricien van opleiding, maar tien jaar geleden heb ik mijn leven helemaal omgegooid", aldus de pezige veertiger, voor wie fietsen meer dan een tweede natuur is. "Ik heb mijn andere beroepsactiviteiten stelselmatig afgebouwd en kom intussen zo goed als voltijds aan de kost als fietsgids. Een erg fijne en afwisselende bezigheid! Nu ben ik met jou op pad, maar komend weekend trek ik alweer met een groep Chinezen door de Alpen en de Dolomieten."

Null

Even later kruipen we op de fiets voor een lus van drie uur, waarvan het eerste deel een twintigtal kilometer langs de kust loopt en unieke vergezichten biedt. De zilte zeelucht biedt verkoeling terwijl we ons een eerste keer in het zweet werken op de glooiende, bochtige wegen. "Catalonië is een ideale fietsstreek", weet Miquel uit ervaring. "Je vindt er voor ieder wat wils en gedurende de winter blijven de temperaturen erg mild. Ook de wielerprofs hebben dat al een tijdje begrepen, want je ziet ze hier met bosjes rijden. Deze route langs de kust is in mijn ogen een prima introductie. Ik doe ze twintig à dertig keer per jaar, maar de schoonheid van de omgeving weet me nog altijd te verrassen."

We kunnen alleen maar beamen wat onze gids beweert, want terwijl we op en neer slingeren langs de Middellandse Zee, kijken we echt onze ogen uit. 'Fietsen langs het water' krijgt een andere dimensie in dit wielerparadijs, zoveel is zeker. In Sant Feliu de Guíxols zit onze eerste sightseeing tour erop en duiken we het binnenland in. Miquel geeft me de keuze tussen een 'mooie' route van 60 kilometer en een 'prachtige' route van 68 kilometer. Deze laatste is zwaarder, maar het is de moeite waard, belooft hij. Hoewel we het avondeten in het hotel dreigen te missen, kiezen we toch voor de prachtige optie. "Gelukkig maar, want als je de lus van 60 kilometer had gekozen, hadden we stiekem toch die van 68 kilometer gedaan, hoor", knipoogt Miquel. Een gids naar ons hart!

Een kleine drie kwartier later krijgen we de eerste echte beproeving van onze vierdaagse fietstrip voorgeschoteld: een 9 kilometer lange klim in het Massís de les Cadiretes. We stijgen op een halfuur tijd naar een hoogte van 474 meter, een ideale gelegenheid om het klimgevoel te pakken te krijgen en hartslag, ademhaling en cadans op elkaar af te stemmen. Onze inspanningen zijn niet voor niets geweest, want we worden beloond met een adembenemend mooie, bochtige afdaling naar de kust. Neen, we hebben ons die keuze voor de prachtige panoramaroute met 1.500 hoogtemeters allerminst beklaagd!

KLIMRITME OPDOEN IN DE NATUUR

De volgende dag zit gids Miquel me al om 8u30 op te wachten in de lobby. We hebben in de namiddag een twee uur durende autorit richting de Pyreneeën voor de boeg, en mijn Catalaanse fietsmakker wil me nog zo veel mogelijk van de nabije omgeving laten zien. Ditmaal trekken we een eindje verder het binnenland in, richting het 30.000 m² grote Parc Natural del Montseny. Miquel weet nauwelijks blijf met zijn enthousiasme wanneer we in Sant Celoni samen de groene bergtoppen overschouwen: "Ik overdrijf niet als ik zeg dat dit natuurmassief honderden kilometers fietsplezier biedt." Onze gids licht ze allemaal van naaldje tot draadje toe, en hoewel we dat draadje al snel kwijt zijn, maken de schijnbaar eindeloze mogelijkheden een diepe indruk. Net als het zicht op de Santa Fe del Montseny: de col van eerste categorie die de hoofschotel van ons tweede klimmenu vormt.

Al te veel honger hebben we echter niet, want onze nachtrust werd enkele uren eerder danig verstoord door een tegenpruttelende maag. 'Iets verkeerd gegeten', luidt de eerste diagnose, en dus moeten we het verstand laten zegevieren - zeker in het vooruitzicht van het tweedaagse avontuur in de Pyreneeën. De hartslag onder controle houden en zo weinig mogelijk suikers verbranden is de boodschap, en dus kiezen we wijselijk voor de 'lopende kant' van de col (4,6 % gemiddeld), met stroken die voortdurend 5 à 6 % klimmen en hier en daar zelfs afgewisseld worden met een stukje vlak. "Je kan de Santa Fe del Montseny langs verschillende kanten beklimmen. De langste zijde van 24 kilometer, die wij zo dadelijk zullen bestijgen, is de tweede langste klim in Catalonië. Zij die het liever wat grilliger hebben, kunnen ook opteren voor kortere, maar krachtigere opties met stroken die hier en daar tot 15 % stijgen", licht Miquel toe.

De klim naar de top van de Santa Fe del Montseny (1.328 meter) doet ons goed. We hebben geen moeite om in ons ritme te komen en onze hartslag binnen de perken te houden, waardoor we tijd hebben om te genieten van de ruw beboste natuur en de prachtige vergezichten over de aanpalende vallei. Met zijn egale pentes is dit de ideale col om klimritme op te doen - zeker voor fietsliefhebbers die het in eigen land met hellingen van maximum 5 kilometer moeten stellen. Dat we onze drinkbus boven op de top kunnen bijvullen met vers bronwater, kan ons eveneens bekoren.

Een ander pluspunt van deze col en de andere Catalaanse wegen die we per fiets verkend hebben: veel ander verkeer kom je er niet tegen. Voortdurend over je schouder kijken is overbodig, en als er dan toch eens een auto passeert, gebeurt dit met veel respect en op ruim voldoende afstand. "Automobilisten hebben echt rekening leren houden met fietsers, die niet langer beschouwd worden als terroristen of vervelende obstakels", zegt Miquel, die blij is dat we het spontaan opgemerkt hebben. "Het verschil ten opzichte van vijf à tien jaar geleden is groot. Er is een echte fietscultuur ontstaan."

EERSTE BUITENLANDER OOIT

Een uurtje na het bereiken van de top van de Santa Fe del Montseny nemen we met spijt in het hart afscheid van fietsgids Miquel en zetten we koers naar de Pyreneeën. Ons debuut in de Cadí Challenge is meteen goed voor een primeur, want de voorbije twee jaar bestond het deelnemersveld enkel en alleen uit Spanjaarden. Als een van de 250 moedigen meld ik me de ochtend nadien aan in de sporthal van Guardiola de Berguedà, onder een staalblauwe hemel en een stralend ochtendzonnetje. We vallen op, zoveel is zeker. Niet alleen door onze bleke huidskleur, maar ook door het feit dat we ons bewust in de Belgische kleuren getooid hebben. Een beetje chauvinisme kan geen kwaad, zeker niet voor een laaglander in het Spaanse hooggebergte. De vele opgestoken duimpjes en complimentjes van onze collega-deelnemers bewijzen dat onze aanwezigheid sterk op prijs gesteld wordt.

Null

Na het weerklinken van het startschot krijgen we welgeteld 300 meter de tijd om de resterende slaap uit onze ogen te wrijven en de benen los te rijden. Vervolgens doemt er al meteen een klim van 10 kilometer op. Een aperitief dat kan tellen! We besluiten ons achteraan te nestelen en de kat uit de boom te kijken, maar met dank aan de niet al te gekke stijgingspercentages slagen we er wonderwel in om een geschikt ritme te vinden. Net na de top sluiten we aan bij een groepje gelijkgestemden dat er een perfect tempo op nahoudt. Samen naar de finish bollen? Helaas ... Een lekke achterband gooit roet in het eten. Gelukkig schiet de assistentiewagen ons meteen te hulp. Of ik Spaans spreek, vraagt de mecanicien van dienst. Jammer genoeg niet. Of dat een 12-speed met schrijfremmen is? Klopt als een bus. Onze redder-in-nood richt de ogen ten hemel en vloekt binnensmonds een 'madre dios', maar slaagt er na het nodige gesleutel wel in om me een nieuw achterwiel te geven.

Met hernieuwde moed vatten we de 20 kilometer lange beklimming van de 1.923 meter hoge Coll de la Creueta aan, een onvergetelijke ervaring. Er lijkt geen einde te komen aan de bestendig oplopende stroken, maar dat vinden we niet erg. Het uitzicht op de omringende Pyreneeëntoppen is simpelweg te adembenemend - gelukkig voor ons in figuurlijke zin. Boven op de top wacht de eerste volwaardige bevoorrading van de dag. Een ruime keuze aan sportdrank en -voeding, een leuk muziekje: meer moet dat niet zijn. Vervolgens storten we ons via een heerlijke bijtrapafdaling naar het dal. Ik voel me nog behoorlijk goed, maar even later begint de maag toch weer op te spelen. Met spijt in het hart - en een lege energietank - besluiten we het bij de tweede bevoorrading aan onze overnachtingsplek in Bellver de Cerdanya (na 97 kilometer) voor bekeken te houden en de laatste lus van goed 35 kilometer links te laten liggen. Een wijze keuze, zo zal later blijken ...

ZWEET IN DE OGEN EN SNOT UIT DE NEUS

De dag nadien staan we - gehuld in het fraaie geel-groene shirt van de Cadí Challenge - vol verwachting klaar voor onze laatste uurtjes in fietsparadijs Catalonië. Hoewel eten en drinken nog altijd niet optimaal verloopt, nemen we ons voor om ditmaal 'all the way' te gaan en de slotetappe van 118 kilometer hoe dan ook uit te rijden. De eerste 28 kilometer verlopen in geneutraliseerde toestand, zodat we ons rustig kunnen voorbereiden op de Coll de la Trava (1.516 meter), de eerste klim van de dag. Daar laten de Pyreneeën een ander gelaat zien. De wegen zijn smal, het wegdek ruw. Het is lastig om tempo te houden op stukken die aanvoelen als halve kasseistroken. Na een twintigtal kilometer klimmen komen we eindelijk boven en kunnen we ons en passant vergapen aan een eerste mirador (viewpoint in het Spaans).

Vervolgens glooit het richting de voet van de 14 kilometer lange Coll de Josa (1.600 meter), om tot slot ook nog de 9 kilometer lange Coll del Pradell (1.722 meter) aan te snijden. De maagperikelen van de voorbije dagen eisen hun tol, want op deze laatste beklimming - met stijgingspercentages tot 10 % en meer - loopt de energietank volledig leeg. Gelukkig kunnen we in de mildere kilometers toch even de tijd nemen om naar links te gluren, waar de Pedraforca-rots soeverein boven de rest van het landschap uittorent. Een zoveelste postkaart die op ons netvlies gebrand zal blijven!

Echt genieten is het helaas niet, want intussen gutst het zweet in onze ogen en gulpt het snot uit onze neus. De opluchting is dan ook groot wanneer de top in zicht komt: nu hoeven we enkel nog naar de finish in Guardiola de Berguedà te duiken. Dit laatste blijkt helaas geen sinecure. Op een kaarsrechte, oneffen betonstrook van 20 % naar beneden bollen: het is niet bepaald een pretje. Met dichtgeknepen remmen en dito billen begeven we ons naar het dal, om tot slot blazend over de streep te bollen. We hebben het overleefd!

Null

Het avontuur zit erop, en wat was het prachtig! Na een welgekomen herstelmaaltijd en een verkwikkende douche is het tijd om de auto in te springen en opnieuw koers te zetten richting Barcelona. Op weg naar de luchthaven passeren we nog een laatste postkaart: het schitterende rotsmassief van Montserrat. Een mooie afsluiter, maar zeker geen vaarwel. Want één ding is zeker: op een dag komen we terug om die vele andere stukjes Catalonië per fiets te ontdekken!

UNIEKE WIELERBELEVING IN ORBEA CADÍ CHALLENGE

Het verhaal van die Cadí Challenge is op z'n minst bijzonder te noemen. De tweedaagse Pyreneeëncyclo (met Orbea als titelsponsor) is nog maar aan zijn derde editie toe, maar barst nu al uit zijn voegen. Het concept is even simpel als geniaal: starten in het dal in Guardiola de Berguedà, gezamenlijk aankomen en overnachten in een herberg in Bellver de Cerdanya en de dag nadien de omgekeerde beweging maken - zij het via een andere route, zodat de deelnemers een lus maken rond het Cadí-gebergte. Tussendoor zorgt de organisatie voor het transport van de bagage en alle benodigde ondersteuning, terwijl de deelnemers zich enkel hoeven te bekommeren om hun klimmersbenen. Deze laatste worden danig op de proef gesteld. De rit op dag 1 is op papier de zwaarste (135 kilometer en circa 3.000 hoogtemeters), maar ook de tweede etappe is allerminst van de poes (118 kilometer en circa 2.200 hoogtemeters).

"Belangrijk om weten is dat de Cadí Challenge geen wedstrijd is, maar een 'ervaring'", benadrukt organisator Albert Vilana. "De nadruk ligt op fietsbeleving en een ongedwongen, relaxte en vriendschappelijke wielersfeer. Het feit dat we na dag 1 samen overnachten op dezelfde locatie, draagt hier zeker toe bij. We bieden onze deelnemers een stukje vakantie aan. Het maakt niet uit hoe snel of hoe traag je rijdt: zolang je er maar plezier in hebt. Twee dagen lang zijn we een kleine familie. We zetten ook bewust een limiet op het aantal deelnemers (maximum 250, red.) om het charmant en kleinschalig te houden. Die filosofie valt duidelijk in de smaak."

Wat ons eveneens charmeert, is het gevarieerde deelnemersveld. De afgetrainde semiprofs zijn duidelijk in de minderheid en er zijn ook heel wat vrouwen die het avontuur aangaan. Het doet Albert zichtbaar plezier wanneer we hem hiervoor complimenteren: "We mikken op alle soorten wielerliefhebbers, en dus zeker niet alleen op de allerbeste fietsers. We zoeken bewust de kleine weggetjes op om zo veel mogelijk van de fraaie omgeving te kunnen laten zien. Voorts laten we de steilste hellingen links liggen en opteren we eerder voor lange 'lopers', kwestie van het voor iedereen doenbaar te houden. Het mag gerust uitdagend zijn, maar het mag ook geen uitputtingsslag worden. Dan zouden we ons doel voorbijschieten en zouden we misschien mensen afschrikken. En dat kan uiteraard niet de bedoeling zijn!" 

PRAKTISCH

Onze route
Op dag 1 maakten we een lus van 68 kilometer tussen Tossa de Mar, Sant Feliu de Guíxols en Llagostera. Op dag 2 beklommen we de Santa Fe del Montseny (24 km, 4,8 % gemiddeld) vanuit Sant Celoni. Op dag 3 en 4 namen we in de Pyreneeën deel aan de Cadí Challenge, een tweedaagse cyclo die zich afspeelt tussen Guardiola de Berguedà en Bellver de Cerdanya en die een lus maakt rond het Cadí-gebergte. 

Reis en verblijf
We vlogen vanuit Zaventem naar Barcelona (El Prat) met Vueling. Van daaruit was het een uurtje rijden naar Calella, waar we te gast waren in Hotel Neptuno, een aangenaam hotel met aparte fietsenberging in de nabijheid van allerlei leuke bars en restaurantjes. Gedurende het tweede deel van onze trip verbleven we in Alberg La Bruna in Bellver de Cerdenya, waar ook de andere deelnemers aan de Cadí Challenge overnachtten en waar we onze fiets tussendoor veilig konden onderbrengen in een speciale garage. We dineerden er in Restaurant Ca la Núria in Bellver de Cerdenya, dat streekgerechten met een verrassende eigen touch serveert. 

Meer info
www.catalunya.com en www.orbeacadichallenge.com

Dit artikel verscheen origineel in cycling.be magazine. Abonneer je HIER, mis geen enkel artikel meer EN krijg er een gratis fietscadeau bovenop!

Koop of abonneer je nu op cycling.be magazine

Het februarinummer van cycling.be magazine ligt nu in de winkel en bevat de Wielerspecial 2020, met alle ploegen, renners, fietsen en analyses voor het nieuwe wegseizoen. Verder lees je twee topinterviews met Tourwinnaar Egan Bernal ('Ik heb geen probleem met trainingstochten van zes à zeven uur. Ik koers gewoon enorm graag'), en een strijdlustige Tom Dumoulin ('Ik heb mijn koersplezier teruggevonden'), Fietsen Met Lucinda Brand, 8 uitdagingen voor Tiesj Benoot, de broers Roodhooft als de architecten achter het succesverhaal van MVDP ... De actieve fietsfanaat komt aan zijn trekken met de meest uitdagende Franse granfondo's, tests van de Specialized Turbo Creo en The Draft Hoba, de mooiste MTB-route rond Pellenberg, Do's & Don'ts over een krakend bracket en hoe je jouw basissnelheid kan opkrikken ...