Cycling.be mocht een blik achter de schermen werpen tijdens de aerodynamicatesten van onder anderen Stig Broeckx en Pim Ligthart op de Gentse wielerpiste. We mochten bovendien zelf het houten ovaal op om de impact van drie verschillende handposities op de aerodynamica en dus ook op onze prestaties te onderzoeken.

Wanneer de Lotto-Belisolrenners even van de baan zijn verdwenen, is het onze beurt om een test te doen. Het is de bedoeling om de impact te onderzoeken van verschillende handposities op prestaties. Ik rij achtereenvolgens blokjes met de handen op de remgrepen, met de handen in de beugels en met de handen boven op het stuur. Aanvankelijk was het ook de bedoeling om à la Bartoli met de polsen losjes op het stuur te rijden, maar voor een leek op een wielerpiste bleek dat net iets te gevaarlijk te zijn.

De uitgangspositie van de test is fietsen met de handen op de remgrepen. We rijden zo verschillende blokjes tegen een zo constant mogelijk snelheid om de vergelijkingscurve te kunnen maken. Daarna rijden we een blokje met de handen in de beugels en eentje met de handen boven op het stuur.

De resultaten zijn duidelijk: fietsen met de handen in de beugels is de meest aerodynamische positie. Om een gemiddelde snelheid van 44,7 km/u te halen, moet ik een vermogen leveren van 303 Watt. Om diezelfde snelheid te halen met de handen boven op de remgrepen, heb ik 349 Watt of 13% meer nodig.

Fietsen met de handen op het stuur blijkt allesbehalve aerodynamisch te zijn. Om een gemiddelde snelheid van 34,14 km/u te halen, moet ik 279 Watt leveren. Met de handen boven op de remgrepen is dat slechts 265 Watt. Door met de handen op het stuur te fietsen, verlies ik dus 5% ten opzichte van de uitgangspositie met de handen op de remgrepen.

Lees de volledige reportage in het augustusnummer van cycling.be magazine, nu in de winkel!