Waar je in het aanbod van sommige fietsonderdelen of -accessoires door de bomen het bos niet meer kunt zien, is het bij pedalen voor de racefiets heel wat overzichtelijker gesteld. Cycling.be testte de belangrijkste merken.

Het aantal merken racepedalen op de markt is vlot op twee handen te tellen. Vermoedelijk is dat zo omdat de grote initiator van klikpedalen, het Franse Look, sinds de opkomst in 1985 lange tijd virtueel alleenheerser is geweest en omdat veel huidige fabrikanten hun systeem op dat van Look baseren. Vanaf 1988 introduceerde Looks landgenoot Time de eerste klikpedalen met zijdelingse speling, en Time is heden ten dage nog altijd around the block. De andere wijdverbreide optie is Shimano's SPD-systeem. Verder is er Speedplay, dat vanaf 1989 met een geheel eigen en innovatief klikpedaal op de proppen kwam. Andere pogingen begin jaren negentig door diverse fabrikanten (denk aan Eddy Merckx Podio, Diadora, Mavic) zijn gestaakt of liggen in de ijskast (Campagnolo). Echt moeilijk is het dus niet om een pedaalsysteem te kiezen, want welbeschouwd zijn er maar vier serieuze opties.

WAT WILLEN WE ALLEMAAL?

Wat zijn de eisen aan een goed klikpedaal? Allereerst wil je gemakkelijk in en uit kunnen klikken. Alle testpedalen presteren hierbij naar behoren, niet in het minst omdat ze vaak geënt zijn op het Look-systeem, dat lange tijd koploper is geweest wat instap betreft. Verder is zijdelingse speling onontbeerlijk, opdat je gewrichten tijdens de trapomwenteling enige bewegingsvrijheid hebben. Niemand is perfect symmetrisch, dus moet de technologie daarop aangepast zijn. Ook hierin valt er niets te klagen over de geteste pedalen. Een zo groot mogelijk contactoppervlak tussen schoenzool en pedaal is handig als platform om je brute kracht op kwijt te kunnen. De verschillen tussen de merken worden hierbij al wat groter, net als dat geldt voor de afstand schoenplaatje-pedaalas, die we nader toelichten.

AFSTAND SCHOENPLAATJE-PEDAALAS

De afstand tussen het schoenplaatje en de pedaalas, in het Engels stack height, is een belangrijke maar niettemin vrij veronachtzaamde factor van design bij pedalen. Hoe dichter je voet bij het pedaal zit, hoe beter. Ten eerste kost het minder coördinatie van je spiergestel om een hoge plaatje-asafstand te reguleren. Denk je daarvoor in dat er een houten blokje van zeg 8-10 cm hoog tussen je voet en het pedaal bevestigd is. Op het hoogste punt van een trapomwenteling neigt het blokje voorover of achterover te kantelen ten opzichte van de pedaalas, waardoor je beenspieren veel werk zullen hebben om deze onbalans in bedwang te houden. Ten tweede beschrijft je pedaalomwenteling meer een ideale cirkel naarmate je voet dichter bij de pedaalas zit, en dat is dan weer efficiënter qua krachtoverbrenging. Een verschil van 4 mm in plaatje-asafstand levert al een heus ander gevoel op in spierstrekking, en de verschillen tussen de testpedalen lopen op tot maar liefst 9 mm.

DUURZAAMHEID

Met de laatste eis die we stellen aan racepedalen is het over de hele breedte uitstekend gesteld: de duurzaamheid. Onderhoud van lagers is hooguit eens per jaar nodig en de snel slijtende schoenplaatjes van weleer lijken verdwenen te zijn. Bovenmatige slijtage tast op twee manieren je portemonnee aan: enerzijds zijn nieuwe plaatjes niet goedkoop, anderzijds slijten ze in op de pedalen zelf, en dat pakt op den duur nog veel duurder uit natuurlijk. Gelukkig bieden moderne pedalen daarvoor steevast een oplossing, in de vorm van een stalen of hard kunststof dekplaatje. Wat montage betreft lijken de fabrikanten eensluidend te hebben gekozen voor het gereedschap inbus 8. Voorheen waren er nog pedalen die je zowel met een inbus 8 (soms: inbus 6) als met een steeksleutel 15 kon opdraaien. Die steeksleutelmogelijkheid kwam nog wel eens van pas bij al te vast zittende pedalen, maar tegenwoordig is hij alleen nog van nut bij Speedplay-pedalen, die ergerlijk genoeg dan weer nooit van inbustoegang voorzien zijn.

Lees de volledige test in het augustusnummer van cycling.be magazine, nu in de winkel!