Hij trainde 600 kilometer per week, ging tot het gaatje in e-races, schitterde in de Container Cup, beulde zich af in zijn beruchte 'pain cave' en maakte tussendoor ook nog tijd voor een boeiende babbel met cycling.be. Het mag duidelijk zijn: Oliver Naesen heeft zich niet verveeld tijdens de lockdown. De Oost-Vlaming verklapte ons onder meer hoe hij een meester werd in het afzien.

"Pfoe, samen met een paar vrienden twee uur lang alles gegeven op de mountainbike. We zijn elk met 2 minuten verschil gestart op hetzelfde parcours en hebben vervolgens geprobeerd om elkaar in te halen. We hebben dus niet samen gefietst, maar hebben ons wel 'volle bak' uitgeleefd. Echt zalig!" Oliver Naesen is nog maar net terug van een intensieve training wanneer we hem aan de lijn krijgen, maar klinkt even fris, monter en enthousiast als altijd. De flandrien van het Franse AG2R La Mondiale heeft zich knus in een strandstoel genesteld en staat ons uitgebreid te woord terwijl hij met volle teugen van het zonnetje geniet. 

Laten we beginnen met de openingsvraag die deze dagen in elk wielerinterview terugkeert: hoe vergaat het je in 'lockdown'?
"Prima, eigenlijk! Met Vlaamse renners die nog steeds een min of meer volwaardig loon krijgen, moet je eigenlijk niet te veel compassie hebben. Als je ziet hoe het er de voorbije drie maanden in Spanje, Frankrijk en Italië aan toeging, mogen we echt niet klagen: het weer was goed, we mochten buiten fietsen en we konden eens wat zaken uitproberen waarvoor we anders de tijd niet hebben. Ik mis de koers natuurlijk, maar het is wat het is. Het komt er vooral op aan om mentaal fris te blijven, en dat doe ik onder meer door me te amuseren op de fiets." 

Ben je qua training nog steeds in 'onderhoudsmodus'? Of is er toch al sprake van een zekere opbouw?
"Het zit er een beetje tussenin. Elke week doe ik één lange duurtraining van 5 uur of meer en ga ik één keer 1 à 2 uur 'all-out', zoals vandaag op de mountainbike. Voor het overige houd ik het voorlopig bij een 100-tal kilometer per dag, zodat ik wekelijks 18 à 20 uur op de fiets zit. Dat is al bij al goed voor 600 kilometer per week, terwijl een gemiddelde trainingsweek in deze periode normaal gezien 700 kilometer telt. Zo veel verschilt dat dus niet. Daarnaast werk ik twee keer per week een uur kracht- en stabiliteitsoefeningen af in mijn persoonlijke fitnessruimte op zolder (Naesen beschikt er onder meer over een squat-rek, een deadlift-bar, een hele reeks gewichten, een Bosu-bal en snufjes zoals een Exxentric en een E-Fit, red.). Telkens stevige sessies waarvan ik een paar dagen moet bekomen, maar ze maken me letterlijk en figuurlijk sterker. Van 2.000 kilometer extra op de fiets (op een totaal van circa 35.000 kilometer per jaar, red.) zal ik geen betere renner worden, maar van been-, rug- en buikspieroefeningen wel. Soms knel ik zelfs mijn spieren af met rekkers, waardoor het melkzuur niet weg kan. Een ideale manier om te wennen aan de verschroeiende pijn in je benen in de finale van de klassiekers."

Hecht jij veel belang aan wattages, VO2 max-gegevens, FTP-waarden, enzovoort? Of ben je in zekere zin een 'coureur à l'ancienne' en durf je grotendeels op je gevoel te vertrouwen?
"Een beetje van beide. Als je alles op gevoel doet, zie je een heel groot stuk van het hedendaagse wielrennen over het hoofd en zal je je fysiologische potentieel allicht nooit volledig benutten. Het verschil tussen winst en verlies schuilt in minieme percentjes, die je onder meer moet proberen te winnen door op zoek te gaan naar een optimale trainingsbalans. Daarbij fungeren cijfergegevens als een waardevolle objectieve graadmeter, waarmee je concreet aan de slag kan. Anderzijds zijn wattages en consoorten niet zo heilig als sommigen doen uitschijnen. Als je een rangschikking zou maken van renners die intrinsiek het sterkst en het meest getalenteerd zijn, dan zou je een heel andere uitslag krijgen dan in de meeste koersen. Het 'kopke' is even belangrijk als de benen. Als je à bloc zit, moet je het kunnen opbrengen om toch nog die extra inspanning te leveren om de rest op achterstand te fietsen, aan te klampen of een goede positie te veroveren. We trainen allemaal hard en wetenschappelijk onderbouwd om zo fit mogelijk aan de start van belangrijke koersen te verschijnen, maar daar stopt het natuurlijk niet. In het heetst van de strijd zijn het aspecten zoals mentale weerbaarheid en zelfvertrouwen die de doorslag geven. Koers is dus veel meer dan 'lomp hard trappen'. Al heb je natuurlijk altijd kerels die zo hard kunnen trappen dat 'lomp' ook wel lukt (lacht)."

Lees het volledige artikel in het juninummer van cycling.be magazine, nu in de winkel of te bestellen via onze webshop! Abonneer je hier en krijg er een gratis fietscadeau bovenop!