Sommige profs en recreanten kruipen na hun training graag nog even in de sauna. Welke gunstige effecten brengt dit met zich mee? En waarop moet je letten als je het zelf ook eens wil proberen?

De hitte in een sauna brengt een bepaalde lichamelijke belasting met zich mee. Die prikkel zet een kettingreactie in gang en resulteert in zeer diverse effecten. Ten eerste zorgt een saunabeurt na het sporten voor een stijging van het plasmavolume. Dat is een deel van het bloed waar eiwitten inzitten, die onder meer voor de bloedstolling zorgen en ook antistoffen tegen virussen en bacteriën bevatten. Hoe meer plasma, hoe beter de stoffen in je bloed door je lichaam getransporteerd worden. Daarnaast verhoogt een saunasessie de concentratie groeihormonen en zorgt het voor acclimatisatie aan hogere temperaturen. Bovendien zal ook je zweetproces gaandeweg efficiënter verlopen omdat er gewenning optreedt. Kortom: een hele resem voordelen!

 

FINSE SAUNA, DE KEUZE VAN PROFS

Stap echter niet onbezonnen een willekeurige sauna binnen om er een halve dag te liggen smelten. Het optimale effect bereik je na 30 minuten bij een omgevingstemperatuur van 80 à 90 °C. Kruip er wel onmiddellijk na de training in, want op dat moment is je lichaam nog zeer reactief. Als je langer wacht, zal de reactie verminderen en zullen de positieve effecten bijgevolg minder uitgesproken zijn. Veel profs zweren bij een Finse sauna. Daarin kan de omgevingstemperatuur moeiteloos 90 °C bereiken, en dat met een lage luchtvochtigheid (<15%). In andere sauna's, zoals een biosauna, zal de luchtvochtigheid stukken hoger liggen (40-60%) en zal de temperatuur op 55 à 60 °C blijven hangen. Omdat die hoge temperaturen net nodig zijn om alle nuttige effecten te bereiken, is een Finse sauna de beste keuze.