In 2009 maakten Philip en Christoph Roodhooft hun entree in het veldritwereldje. Anno 2020 is hun bescheiden crossploeg uitgegroeid tot een multidisciplinair wielerplatform, met alleskunner Mathieu van der Poel als uithangbord. Hoog tijd voor een terug- en vooruitblik met de auteurs van dit bijzondere succesverhaal.

Flashback naar eind september 2013. In Firenze grijpt Mathieu van der Poel in zijn gekende dwingende stijl de wereldtitel op de weg. Enkele dagen voordien zette de toen 18-jarige Nederlander zijn handtekening onder een eerste profcontract bij Philip en Christoph Roodhooft. Het typeert de broers uit Morkhoven, die kicken op langetermijnvisies en bij voorkeur niet één stap, maar drie jaar vooruitdenken. Cycling.be zocht de architecten van Alpecin-Fenix op tijdens de veldrit in Diegem. Midden in de eindejaarsgekte van de cross gaf het broederpaar ons inkijk in hun unieke wielerconcept. Met Mathieu van der Poel als epicentrum.

Het is nu 29 december. Hebben jullie al eens de tijd genomen om terug te blikken op 2019?
Philip: "Eerlijk gezegd niet. Ook doorheen het jaar niet. Het moment dat het gebeurt, ben je al bezig met de dag nadien. Wat komt er nu op ons af? Wat zijn onze volgende stappen? Hoe kunnen we onze kopman komend seizoen nog beter omringen? Je bent constant bezig, waardoor stilstaan en genieten vaak worden vergeten. In Yorkshire dachten we op een ronde van het einde: 'Hij wordt wereldkampioen'. Zelfs dan begin je meteen na te denken en te anticiperen op de storm die zal losbarsten. Terwijl de zege nog niet eens binnen is."
Christoph: "Ook ik vind dat heel lastig. De Amstel Gold Race was een geweldige koers, maar nagenieten doe je nauwelijks. De orde van de dag neemt snel weer de bovenhand."
Philip: "Het begon al met het WK veldrijden in Bogense. Een beladen WK voor ons, want Mathieu had al drie jaar op rij niet gewonnen. Het werd een succes met drie wereldkampioenen (Mathieu van der Poel, Sanne Cant en Ben Tulett, red.) en nog twee podiumplaatsen. Maandag, een dag na het WK, waren we thuis en dinsdag vertrok de bus al naar de Ster van Bessèges."

2019 was het eerste jaar dat jullie de drie disciplines op zo'n intensieve manier combineerden. Hoe verliep dat?
Philip: "Het procontinentale verhaal zorgde voor een andere dimensie. Omdat er na het veldritseizoen totaal geen bezinningsmoment meer volgt."
Christoph: "Ik ervaar het mountainbike structureel als de grootste extra belasting. In 2016 vertrokken we na het veldritseizoen meteen richting Sunshine Cup in Cyprus met het oog op de Olympische Spelen in Rio. En in 2018 reed Mathieu tien dagen na de laatste cross in Oostmalle de Wereldbeker mountainbiken in het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch."
Philip: "Dat vind ik persoonlijk het moeilijkste: het stopt niet voor ons. Onze medewerkers in de verschillende disciplines kunnen er even tussenuit om er vervolgens weer met een volle batterij tegenaan te gaan. Dat is mentaal zeker de grootste uitdaging."

Lees het volledige artikel in het februarinummer van cycling.be magazine, nu in de winkel of te bestellen via onze webshop! Abonneer je hier en krijg er een gratis fietscadeau bovenop!