Een WK veldrijden op een vliegveld? Er zijn al veel vraagtekens geplaatst bij de keuze van de locatie voor het wereldkampioenschap veldrijden in Dübendorf (1-2 februari). Parcoursbouwer Daniel Gysling is ervan overtuigd dat we in februari toch een aantrekkelijke regenboogstrijd krijgen. "Het is niet de bedoeling dat Mathieu van der Poel - om maar iemand te noemen - na één ronde al een minuut voorsprong heeft."

Wie de woorden 'Zwitserland' en 'veldrijden' in één zin gebruikt, denkt instinctief aan pittige hellingen, vervaarlijke schuine kantjes en een flinke dosis modder. Kortom: aan crossen uit de oude doos. Eentje zoals in 1995 in Eschenbach, het laatste WK in het land van Toblerone en koeienbellen. Dieter Runkel en Beat Wabel haalden voor eigen volk het goud en het brons binnen. Richard Groenendaal wrong zich als 'Nederlander-tussen-de-Zwitsers' naar plek 2 en Adrie van der Poel viel net naast het podium. Peter Van Santvliet eindigde zesde en was zo de enige Belg in de top 10.

Het wereldkampioenschap in Dübendorf, dat plaatsvindt op 1 en 2 februari, zal er echter helemaal anders uitzien. En dat heeft niet alleen met de Zwitserse medaillekansen of het aantal Belgen en Nederlanders in de top 10 te maken. De locatie is hét gespreksonderwerp van dienst. De startbaan van een luchthaven als uitvalsbasis voor een cross? Een verrassende keuze, maar ook eentje die voor discussie zorgt. Niet in het minst omdat er amper hoogteverschillen te bespeuren zijn op het parcours.

"Een kampioenschap op zo'n vlakke omloop, het klinkt een beetje absurd." Het is een opmerking die Daniel Gysling de voorbije maanden wel vaker gehoord heeft. Als verantwoordelijke voor het parcours van het WK 2020 is hij zich ervan bewust dat het geen sinecure is om aan alle vereisten te voldoen. De Zwitser is er echter van overtuigd dat Dübendorf ook in sportief opzicht een aantrekkelijk wereldkampioenschap kan opleveren. Oud-crossers Simon Zahner en Marcel Wildhaber werden mee betrokken bij het uittekenen van het parcours. Op bruggen en balkjes na komen er geen artificiële hindernissen aan te pas. Om op de vlakke omloop toch voor enige variatie te zorgen, zullen de drie kleine heuvels rond de startbaan van alle kanten bedwongen worden. "Voor een aantrekkelijke cross heb je geen hoogteverschil van 200 meter of een halve meter modder nodig", sust Gysling, die het WK in Bogense als voorbeeld aanhaalt. "In Denemarken was de omloop ook bijna volledig vlak, maar toch kregen we opwindende wedstrijden waarin de sterkste renners aan het langste eind trokken."

Lees het volledige artikel in het januarinummer van cycling.be magazine, nu in de winkel of te bestellen via onze webshop! Abonneer je hier en krijg er een gratis fietscadeau bovenop!