Jasmijn Bakker en Isaac Kimeli waren de sterkste in het zand van het Zilvermeer in Mol tijdens de Structabo CrossCup. "Het zand beviel mij eigenlijk best goed", zegt Jasmijn Bakker.

Na een lange wedstrijd achtervolgen op Hanne Verbruggen kon de Nederlandse Jasmijn Bakker toch nog winnen. "Mijn start was héél slecht. Ik zat helemaal in het gedrang waardoor ik via zwembewegingen mijn weg naar voren moest inzetten. Over het algemeen ben ik een trage starter, maar dat ik van zo ver moest terugkeren was zeker niet gepland. Ik genoot er ergens wel van om al die atleten te kunnen oprapen en gelukkig zat ik vrij snel weer meer vooraan. De laatste ronde voelde ik mij best nog sterk en zag ik dat Hanne niet verder uitliep. Ik wist natuurlijk niet hoeveel energie zij nog in de tank had. Maar toen ik de kloof dichtte en zij meteen een gaatje liet vallen, wist ik dat de buit binnen was. Het zand beviel mij eigenlijk best goed. Aan het water was het zelfs nog leuk om te kunnen spetteren", laat Bakker weten. 

Hanne Verbruggen moest uiteindelijk tevreden zijn met een tweede plaats na de hele wedstrijd op kop te hebben gelopen. "Mijn coach had mij vooraf ingefluisterd dat ik niet te vroeg naar de kop mocht gaan omdat we beiden nog niet goed wisten hoe het met mijn vormpeil zat. Het gevoel zat goed, dus ik heb niet geluisterd naar zijn advies. In de laatste ronde kon ik net niet mee met de Nederlandse, maar daar ga ik niet om balen. Ik had misschien nog iets meer moeten vechten toen ze passeerde, maar ik ben heel tevreden met het resultaat. Zeker omdat ik na de overwinning in Berlare meer druk voelde. Ik mag echter ook niet vergeten dat ik nog maar vijf jaar aan het lopen ben. Er is dus zeker nog progressiemarge. Ik zal normaal ook te zien zijn op de andere manches van de CrossCup. Ik wil ondanks mijn marathonplannen een eventuele eindzege niet mislopen, al zou mijn coach graag hebben dat ik het rustiger aandoe", zegt Hanne Verbruggen.

Bij de mannen was Isaac Kimeli de snelste in een sprint tegen Samuel Fitwi. "Het is de eerste keer dat ik hier in Mol kan winnen, dus het doet wel extra deugd. Ik had mezelf toch enigszins opgelegd om de Duitser Samuel Fitwi te kloppen, aangezien twee jaar na elkaar tweede worden niet in mijn hoofd paste. Ik voel duidelijk dat ik niet de benen heb zoals andere jaren, maar aangezien ik na Doha niet echt gerust heb, kan ik condtioneel niet klagen. In Roeselare wil ik me verzekeren van het EK veldlopen op de Mixed Relay, daarna ga ik voornamelijk trainen met het oog op de Olympische Spelen in Tokio. Op het EK mogen we met het team mikken op een medaille als alles volgens plan verloopt", vertelt Kimeli.

Febe Triest mocht juichen bij de junioren. "Ik wist niet wat ik moest verwachten. Het was de eerste keer dat de afstand zo ver was en ook het parcours hier in Mol is allesbehalve makkelijk. Mijn trainer had mij aangeraden om rustig te starten en mijn wedstrijd goed in te delen. Dat is zeker gelukt waardoor ik op het einde nog enkele atleten kon oprapen. Tegenover vorig jaar heb ik een mooie stap vooruitgezet. Elk jaar draai ik meer kilometers en gaat de intensiteit omhoog. Dat loont jaar na jaar. Roeselare is het grote doel, daar wil ik mij proberen plaatsen voor het EK. Dat lijkt mij haalbaar", besluit Triest. 

Tenslotte won Robin Hendrix de korte cross. "Het draaide supervlot waardoor ik echt op niveau kon lopen. De vorm is natuurlijk veel minder dan in Doha, maar zo snel gaat zoiets niet weg natuurlijk. We trainen ook rustig verder en genieten vooral. Als alles dan op zijn plaats valt zoals vandaag het geval was, dan zie je mooie resultaten. Het doet deugd om met plezier naar de crossen te kunnen trekken en deze zonder al te veel druk aan te kunnen vangen. Genieten is deze winter de hoofdzaak", zegt Hendrix.