Praktische info

Zesdaagse voor beginners

Een aantal bezoekers aan de Zesdaagse zal voor het eerst kennismaken met dit fenomeen. Voor hen leggen we hieronder in het kort uit waar het om draait.

Ronden en punten

Het winnende team is het team dat aan het einde van de wedstrijd de langste afstand heeft afgelegd, dat wil zeggen dat ze samen het grootst aantal ronden hebben gereden.

Al klopt deze redenering niet meer helemaal omdat er voor iedere honderd punten die een ploeg behaalt, een bonusronde wordt toegekend.

Wanneer ploegen evenveel ronden hebben afgelegd, geven de punten de doorslag. Deze punten kunnen behaald worden in alle nummers die tijdens de zesdaagse op het programma staan.

Wanneer aan het einde van een zesdaagse ploegen hetzelfde aantal ronden en ook een gelijk totaal aantal punten hebben gehaald, geeft de plaats in de eindsprint de doorslag.

Wedstrijden

Ploegkoers

De ploegkoers (ook wel koppelkoers of madison genoemd) is het belangrijkste onderdeel van de zesdaagse, want in deze proef kan men de tegenstand op een ronde rijden door vooraan uit het peloton weg te rijden om vervolgens achteraan weer aan te sluiten. Zoals de naam aangeeft, wordt deze proef in ploegverband gereden. Om de X aantal ronden (zelf te bepalen door de renners) mogen de twee ploegmaats elkaar aflossen. Terwijl de ene sprint kan de anderen hoog op de baan even op adem komen.

Onderweg zijn er punten te verdienen bij tussensprints. De ploeg met het meeste aantal in de sprints gesprokkelde punten wint niet noodzakelijk de ploegkoers, want de behaalde ronden in de ploegkoers geven de doorslag.

Dernywedstrijden

Zonder enige twijfel het populairste en spectaculairste nummer. Elk team kiest één renner om deze proef te betwisten en die wordt gekoppeld aan een gangmaker of derny, een lichte motorfiets. Gedurende 60 ronden rijden de renners achter hun gangmaker. De renner (dus niet de gangmaker) die met zijn voorwiel als eerste over de streep komt, wint de proef.

Afvalling

Individueel of per ploeg. Iedere 3 of 6 ronden valt de renner (ploeg) die als laatste over de streep komt, af. De uitschakeling wordt beoordeeld op het achterwiel. In de eindsprint, wanneer nog maar 2 renners overblijven, is uiteraard diegene die als eerste over de eindstreep komt ook winnaar.

Tijdritten

Per ploeg over 500 meter (3 ronden) en individueel over één baanronde (in Gent 166,66 meter)

In de ploegtijdrit (500 meter) lossen de renners mekaar naar willekeur af, de baanronde wordt meestal door de snelste renner van de ploeg gereden die eerst door zijn ploegmaat op snelheid wordt gebracht en dan afgelost.

Puntenkoers

Beide renners zijn in de baan. Om de 10 ronden wordt gesprint voor de punten. De ploeg met de meeste punten wint de wedstrijd.

Supersprint

Wordt gereden door één renner uit elke ploeg. Na drie afvallingen rijden de overblijvers 12 ronden, gevolgd door een eindsprint.

Reglement van de Zesdaagse

Download HIER het beknopte reglement.


Dames


Toekomst


Succesrijkste renners in Gent

Wie mag zich de zesdaagsenkoning van Gent noemen? Zal het u verwonderen dat het Patrick Sercu is die met de eer gaat lopen? Met 5, 4, 3, 2 en 1 punt voor de plaatsen 1 tot 5 in de eindstand is van de vooraande edities van de zesdaagse in Gent een klassement gemaakt.

De tweede en derde plaatsen in deze tabel zijn niet toevallig voor Etienne De Wilde en Danny Clark. De blonde pijl uit Laarne is ook de man die het meest in actie kwam: hij startte 22 keer, Patrick Sercu raakte “maar” tot 18.

Ook Iljo Keisse staat in de top 10. Hij startte reeds 13 keer in Gent.
Kenny De Ketele heeft er 11 deelnames op zitten ; hij heeft voorlopig 32 punten.

Overzicht
    1 2 3 4 5 Totaal
1. Patrick SERCU - BEL 11 6 1 - - 81
2. Etienne DE WILDE - BEL 9 6 2 1 1 78
3. Danny CLARK - AUS 7 5 2 1 1 64
4. Rik VAN STEENBERGEN - BEL 4 8 1 - - 55
5. Bruno RISI - SUI 3 2 5 5 2 50
6. Iljo KEISSE - BEL 6 3 1 - - 45
7. Constant TOURNE - BEL 2 6 1 3 1 44
8. Peter POST - NED 4 3 2 - - 38
9. Reginald ARNOLD - AUS 2 2 5 1 2 37
10. Matthew GILMORE - BEL 5 1 1 - - 32
  Kenny DE KETELE - BEL 2 3 2 1 2 32
11. Gerrit SCHULTE - NED 3 1 2 2 - 29
  Kurt BETSCHART - SUI 3 1 1 1 2 29
13. Emile SEVEREYNS - BEL 1 4 1 2 - 28
  Jimmi MADSEN - DEN 1 3 3 1 - 28
15. René PIJNEN - NED 1 1 4 2 2 27
  Urs FREULER - SUI 1 4 2 - - 27
17. Silvio MARTINELLO - ITA 2 1 2 1 3 25
  Julien STEVENS - BEL 2 1 3 1 - 25
  Danny STAM - NED 1 3 1 1 3 25

Geschiedenis van de Gentse Zesdaagse

In 1922 ging de eerste Zesdaagse in Gent van start. Dat gebeurde op een demonteerbare indoorbaan die werd aangelegd in het Feestpaleis van het Citadelpark, destijds dé locatie voor elk groot evenement.

De eerste Zesdaagse in Gent werd in 1922 gewonnen door Marcel Buysse en Oscar Egg. Buysse kreeg later als pistier meer naam via zijn zoon Albert, die z’n vader opvolgde en negen zesdaagsen en meer dan 100 koppelkoersen won in zijn carrière.
Ploegmaat Oscar Egg (SUI) is een naam als een klok: in 1914 was hij Zwitsers kampioen op de weg én op de piste in het snelheidsnummer, won hij de twee zwaarste Tourritten én vestigde hij het werelduurrecord met 44,247 km. Tijdens W.O.I reed en won hij enkele zesdaagsen in de Verenigde Staten en na de oorlog bleef Egg nog goed vijf jaar actief als pisterenner.
De Gentse wielerbaan deed het in die tijd niet zo best: de verwarming liet te wensen over waardoor de wielerbaan ook wels eens “de wielerbaan van Siberië” genoemd werd. Na de Zesdaagse van 1927 werd ze dan ook afgebroken.

Gentenaar Oscar Braeckman huurde vervolgens een kleine, warme serre, kocht de houten wielerbaan van Kortrijk over en liet ze tijdens de winter van 1928 – 1929 in die kleine zaal heraanleggen. Het “Kuipke” was geboren. De spruit was klein van gestalte, 166,66 meter, met hoge bochten, - vandaar de naam “Kuipke” – ideaal om snelheid te maken.
En als het tijd was voor de Gentse Floraliën werd de “velodroom” weer afgebroken. En daarna weer opgebouwd.

Voor de Tweede Wereldoorlog werd er trouwens lang niet elke winter een Zesdaagse georganiseerd. Gebrek aan geld deed de organisatoren soms de das om, en nadien lag het aan de nazi’s: zij verboden tijdens de bezetting de Zesdaagse als “entartete Kunst”, decadent vertier dus.

Na de oorlogsjaren kwam er een ongekende bloei van de wielerbedrijvigheid en wielerbanen: België telde er in 1948 liefst achttien. Ook de zesdaagses kwamen weer op gang, althans in Europa ; de Verenigde Staten haakten af.

In 1955 kreeg de Gentse Zesdaagse een andere plaats op de kalender, namelijk in november (voorheen was het maart of februari). Daardoor zijn er in dat jaar twee Zesdaagsen van Gent verreden, één in februari (seizoen 1954-1955), en één in november (1955-1956).
Tot 1962 werden jaarlijks meetings en zesdaagsen georganiseerd, naast andere spektakels als “Holiday on Ice”.

Op 12 november 1962 brak er brand uit in het Kuipke. Een onvoorzichtige toeschouwer had de avond voordien een sigaret vlakbij butaangasflessen laen vallen. Die flessen ontploften en de houten piste, het dak en de muren gingen volledig in de vlammenzee op.

Pas in november 1965 was het Kuipke weer helemaal hersteld en
ook nu weer had men gekozen voor een pistelengte van 166,66 meter en met schuine bochten (52%), waardoor dit één van de snelste banen van Europa is.
Patrick Sercu en Eddy Merckx wonnen na de brand de eerste Zesdaagse op de nieuwe Gentse piste in 1965.