Binnenkort sta je aan de start van de wedstrijd waarvoor je maandenlang getraind hebt en je bent vastberaden om een persoonlijk record neer te zetten. Te hard van stapel lopen is een no-go, maar je wil onderweg ook niet te veel reserve inbouwen. Hoe bepaal je met andere woorden een goed wedstrijdtempo? Energy Lab-coach Thijs Dekiere helpt je daarbij.

Thijs Dekiere: "Alles begint met een realistisch tijdsdoel op basis van voorgaande wedstrijden of trainingen. Als je je persoonlijke record op de 10 km wil aanvallen, kan je jezelf op training testen met intervallen die iets onder je gewenste 10 km-tempo liggen. Deel ze op in 8 tot 10 herhalingen van 1000 meter. Voel je op training dat dit tempo te hoog gegrepen is, dan moet je je ambities voor de wedstrijd bijstellen. Daarnaast kan je ook voor een testwedstrijd kiezen, zoals een halve marathon in marathontempo of net iets sneller. Als je bij die 21 km al aan je limiet zit, dan kan je 6 tot 8 weken later geen marathon in datzelfde tempo lopen. Ook theoretische voorspellingen voor verschillende afstanden zijn mogelijk, bijvoorbeeld aan de hand van formules of een lactaattest. Op basis van het tempo op je anaerobe drempel (het tempo dat je ongeveer een uur kan volhouden) kunnen we bij Energy Lab procentueel voorspellen welke eindtijd je op een bepaalde afstand kunt neerzetten. En dan hangt natuurlijk nog veel af van je vorm en de omstandigheden op de wedstrijddag zelf."

Het volledige artikel lees je in ons magazine (nu in de winkel) of hier digitaal.