Voor de ene is een marathon lang, voor de andere is een race van 10 kilometer al een hele uitdaging. Met deze oefening bereid je je er mentaal en fysiek op voor.

In ons zomernummer van 2017 schreven we een artikel over de mentale trucs die lopers gebruiken om een wedstrijd tot een goed einde te brengen. Een van de populairste methodes was: de afstand opdelen in stukjes. Van bevoorradingspost naar bevoorradingspost, bijvoorbeeld. Op die manier is de afstand mentaal makkelijker te overbruggen. Je kan zo'n tactiek ook min of meer simuleren op training.

Marathonlopers trekken bijvoorbeeld naar de piste om daar - uiteraard na een degelijke opwarming - 26 reeksen van 200 meter af te werken, telkens met 100 meter recuperatie ertussen. Qua snelheid kies je tijdens de stukken van 200 meter voor het tempo dat je normaal loopt tijdens wedstrijden van 5 kilometer. Belangrijk bij deze training is om de focus herhaling na herhaling te behouden en je telkens opnieuw op te laden voor een volgende strook van 200 meter die qua tijd niet veel mag verschillen van de andere. Net wat je doet bij een marathon, waar de blokken weliswaar veel langer zijn, maar waar een egaal tempo ook een veel gebruikte en succesvolle strategie is. Bijkomend voordeel van deze intervaltraining: je verbetert je snelheid.

Lopers die kortere afstanden afwerken, kunnen deze intervaltraining uiteraard ook doen. Zij verminderen het aantal herhalingen afhankelijk van hun wedstrijdafstand.