De lente is het favoriete seizoen van veel lopers. Deze 5 troeven hebben daar zeker wat mee te maken.

1. Het is beter weer

Er zijn mensen die liever gaan lopen wanneer alles bedekt is onder een wit sneeuwlaagje, maar het merendeel verkiest toch een lentezonnetje. De (te) zwoele zomertemperaturen blijven meestal achterwege, net als de winterse vrieskou. De maartse buien en aprilse grillen moet je er uiteraard wel bij nemen, maar over het algemeen is de lente de gulden middenweg.

2. Je hebt meer 'tijd'

Althans, zo lijkt het. In de winter komen veel mensen tussen 17 en 18u thuis van het werk en is het al pikdonker. Niets van dat in de lente. Zelfs al moet je overwerken en ben je pas om 19u thuis, dan kan je nog een heerlijk loopje doen bij een ondergaande zon.

3. De omgeving is mooier (en veiliger)

Geen grijs en grauw decor van de winter, wel een fleurig en in bloei staande omgeving waarin je je looptocht afwerkt. Alles komt tot leven: fauna, flora en ... andere lopers. Want plots duiken er veel meer lotgenoten op. Meer animo onderweg. En bovendien zijn de looproutes niet meer bedekt met een bladerdek of sneeuwtapijt. Let wel nog op voor uitstekende wortels in het park, maar voorts is het toch een pak veiliger.

4. Het is het loophoogseizoen

Loopwedstrijden vind je het hele jaar door, maar in maart schieten ze pas echt als paddenstoelen uit de grond. Met als uitschieter de AG Antwerp 10 Miles & Marathon. Aan loopevenementen is er in deze periode hoegenaamd geen gebrek.

5. Je hebt minder kledij nodig

Om de winterkoude te bestrijden, werk je het best in laagjes. Maar bij zo'n 15 tot 20°C volstaan broek en shirt (en loopschoenen en sokken, natuurlijk). En da's toch net wat aangenamer. Bovendien moet je minder wassen nadien.