Niet alleen volume trainen, is belangrijk. Ook je looptechniek zorgt ervoor dat je beter en efficiënter loopt. Bij loopmerk Altra geven ze 4 tips.

1. Voorwaartse bewegingshouding

Houd je rug recht en duw je borst en heupen naar voren. Laat de zwaartekracht bij elke stap zijn werk doen. Houd je schouders naar achteren, ontspan ze en buig niet in je taille. Focus je bovendien op de horizon en voorkom dat je naar beneden of in de lucht kijkt. Beweeg je armen snel onder een hoek van 45 graden om de juiste houding terug te vinden. Dit brengt je heupen en borst naar voren en houdt je rug recht.

2. Compacte armen

De beste lopers bewegen hun armen alleen in een voor- en achterwaartse beweging, niet zijwaarts. Houd je armen compact en dicht bij je borst in minimaal een hoek van 90 graden om de efficiëntie te verhogen. Voorkom dat je ellebogen voorbij je heupen gaan en je vuisten voorbij de middellijn van je borst.

3. Low-Impact-Landing

Een goede low-impact-voetlanding is het gevolg van een goede voorwaartse houding, compacte armen en snelle passen. Als je te veel nadenkt over je landing, kan dit resulteren in vermoeide onderbenen, krampen of andere problemen. Elke loper heeft zijn unieke landing gevormd naar het loopvlak en snelheid van het lopen. De meeste lopers moeten landen op hun middenvoet, met hun voet parallel aan de grond. Een lichte hiellanding of voorvoetlanding is aanvaardbaar zolang je met je voeten onder je lichaam landt. Als je rent, onthoud steeds dat je je knieën iets moet buigen en probeer stiller te lopen.

4. Hoge pasfrequentie

Een hoge pasfrequentie vermindert de impact van de landing en verbetert je loopefficiëntie. Studies hebben aangetoond dat recreatieve, chronisch geblesseerde lopers een lage pasfrequentie hebben, terwijl toplopers met een pasfrequentie van meer dan 170 passen per minuut lopen. Begin met het verhogen van je pasfrequentie met 10-15 passen per minuut. Als je hieraan gewend bent, verhoog nogmaals je pasfrequentie met 10 tot 15 passen per minuut, ... Tel het aantal passen van één voet in een periode van 20 seconden.