Het moet het leukste mediakoppel van Vlaanderen zijn: olympisch kampioene Élodie Ouédraogo en cartoonist Jeroom Snelders. Misschien ook wel het snelste. Want wie Élodie tijdens het weekend in het Lindenbos spot, ziet Jeroom in haar kielzog lopen: 'Toen Élodie aan topsport deed, liep ik haar eraf. Nu is dat omgekeerd.'

Wat moeten we ons voorstellen bij jouw loopcarrière, Jeroom? 

JEROOM: 'Ik ben één dag lid geweest van een Antwerpse atletiekclub. De tweede dag ben ik niet meer gegaan. Pas op, ik denk dat ik veel talent had, maar ik vond er niets aan. Ik begon pas opnieuw te lopen, toen ik in Gent studeerde en er sindsdien nooit meer mee gestopt. Élodie heeft één keer met mij en mijn loopvrienden meegelopen. Voor vuile praat was er die dag geen plaats. Mijn vrienden waren ongelooflijk zenuwachtig, omdat ze met een topatlete mochten trainen en deden dus extra hun best. Na een kilometer of vijf raakte Élodie achterop. We dachten dat we misschien iets fout gedaan of gezegd hadden, maar ze was gewoon stikkapot. Als sprintster was ze het helemaal niet gewoon om zo 'lang' te lopen. Toen hebben mijn vrienden en ik hardop gedacht: 'Zie ons hier lopen, bende amateurs, zelfs met een kater troeven we een topsportvrouw af.' We hebben nog minstens een uur lang geglunderd.'

ÉLODIE: 'Tja, mensen denken soms dat topsporters er in alle sportdisciplines met kop en schouders bovenuit steken, maar een sprinter is op een lange afstand niet noodzakelijk sneller dan een amateurloper. Ik voerde op dat moment alleen in de opbouwfase duurlopen uit. Voor mij waren dat trainingen van amper 30 minuten. Logisch dus dat ik hen na een tijdje niet meer kon volgen. Maar dat vonden zij natuurlijk hilarisch.' 




Lees het volledige artikel

nu onmiddellijk digitaal op Blendle. Klik hier, meld je aan en lees! Of in het julinummer, nu in de winkel!