Iedereen wil een betere loper worden. Daarvoor bestaat geen toverformule, maar er zijn wel verschillende wegen die naar Rome leiden. Veel lopers, zowel ervaren als beginnende, kunnen bijvoorbeeld voordeel halen uit de verbetering van hun loopeffici├źntie. Maar hoe doen ze dat optimaal? We zetten ze op weg!

Bekijk bij een willekeurige wedstrijd de deelnemers: het valt onmiddellijk op dat bijna iedereen anders loopt. Vaak herken je iemand al van ver aan zijn of haar loopstijl. Je ziet ook vaak een loopstijlverschil tussen snelle en trage deelnemers.

Loopstijlen delen we gemakshalve op in twee categorie├źn: een heel 'zware' en een heel 'soepele' manier van lopen. Wie 'zwaarder' loopt gebruikt vaker de haklanding, heeft een lagere pasfrequentie (minder stappen per minuut), een lagere grondcontacttijd en een lagere loopsnelheid dan de soepele collega-loper. Die collega landt meer op de voorkant van de voet. Daarbij zakt de hak na de landing ook niet helemaal door naar de ondergrond. Bij de landing - en kort daarna - is er dus weinig druk op de achterzijde van de voet. Het blote oog ziet dat soms niet. Het is best mogelijk dat de achterzijde van de schoen contact maakt met de ondergrond, waarbij er nauwelijks druk komt op die achterzijde. Daarnaast zet deze loper na de zwaaifase zijn voet meer onder het lichaam en niet ervoor. Als je zo soepel loopt, verbruik je minder energie en hou je een bepaald looptempo dus ook gemakkelijker vol. Een soepele tred met een wat hogere pasfrequentie verhoogt meestal ook het lekkere loopgevoel. Meer op de voorzijde van de voet landen, heeft verschillende voordelen. Je maakt een gunstigere landingshoek met de ondergrond, je verliest geen energie in de vervorming van de schoenhak, je benen zorgen zelf voor een betere schokdemping, en je gebruikt de elasticiteit van het peesweefsel meer tijdens het afzetten.

Lees het volledige artikel

nu onmiddellijk digitaal op Blendle. Klik hier, meld je aan en lees! Of in het julinummer, nu in de winkel!