Een beetje afwisseling in looptrainingen kan nooit kwaad. Dat fartlek-loopje met tempoversnellingen is al een goede eerste stap, maar voeg de volgende keer ook eens een trap aan je training toe. Te hard van stapel lopen is wel uit den boze, waarschuwt Energy Lab-trainer Thijs Dekiere.

De kans is bijzonder groot dat je ergens in je buurt een trap vindt. Energy Lab-coach Thijs Dekiere legt uit waarom het zo'n goed idee is om die in je volgende looptraining te integreren: "Een trappentraining is - naast bergop lopen - een van de weinige mogelijkheden om aan specifieke loopgerelateerde kracht te winnen. Daarom is trappenlopen voor elke loper een goede aanvulling op zijn gewone looptrainingen."

Niets dan voordelen op het eerste gezicht, maar laat je niet beetnemen. Aan trappenlopen is jammer genoeg ook een groot nadeel verbonden. Dekiere: "Trappenlopen kan blessures in de hand werken, omdat je een vrij explosieve beweging van je lichaam vraagt. Je triggert je spieren anders dan bij je gebruikelijke loopbeweging. Als je meteen te hevig aan de slag gaat, kan dat tot blessures leiden." Zeker bij beginnende lopers ligt het risico op een blessure altijd op de loer. Dekiere: "Loop je nog maar net, dan focus je je beter op de ontwikkeling van je spieren tijdens je normale looptrainingen. Merk je na een tijdje dat je die trainingen probleemloos en zonder blessures afwerkt, dan mag je voor een trappentraining gaan als variant op je standaardintervaltrainingen."

Gelukkig is er een manier om - ook als niet-beginnende loper - mogelijke blessures te slim af te zijn. Dekiere: "Een goede opwarming is cruciaal, maar daarnaast moet je trappenlopen ook gewoon rustig opbouwen. Pik bij je eerste trappenpoging tien treden mee, de volgende keer doe je dan twee herhalingen van tien treden. Zo bouw je langzaam op tot je verschillende reeksen achter elkaar kan uitvoeren."

Lees het volledige artikel

nu onmiddellijk digitaal op Blendle. Klik hier, meld je aan en lees! Of in het januarinummer, nu in de winkel!