Het is een typisch lopersdilemma: wat trek ik aan tijdens een winterse training? Hoe meer laagjes tegen de kou, hoe beter? Of juist zo weinig mogelijk, om te vermijden dat ik het al snel te warm krijgt? We klopten aan bij Runners' Lab voor meer uitleg over de 'laagjestheorie'.

Runners' Lab-adviseur en oriëntatieloper Yannick Michiels jaagt alle laagjesmisverstanden de wereld uit: "Wij spreken altijd van drie lagen of layers: de base-, mid- en outlayer. De eerste layer, de base, neemt je zweet op en voert het af. Die laag zit meestal strakker rond het lichaam, rechtstreeks op de huid, en neemt je lichaamstemperatuur over. Je hebt baselayers met korte, lange en zelfs zonder mouwen. Rond je borst en op je rug zweet je het hardst, dus het maakt niet zoveel uit of een baselayer mouwen heeft of niet. De variant met mouwen is natuurlijk het warmst."

Baselayers kan je in elk seizoen dragen. Ze bestaan meestal uit een synthetische stof zoals polyester, eventueel met wat merinowol. Yannick waarschuwt: "Blijf weg van katoen. Die stof neemt je zweet wel op, maar voert het niet af. De stof van een goede baselayer is opgebouwd uit kleine kanalen waarlangs je zweet wegloopt. Bij katoen gebeurt dat niet. Die stof blokkeert het zweet en wordt kletsnat. Ik beweer zeker niet dat een goede baselayer altijd droog blijft, maar je zweet je er niet letterlijk in kapot. Dat doe je in katoen wél."

Lees het volledige artikel

nu onmiddellijk digitaal op Blendle. Klik hier, meld je aan en lees! Of in het januarinummer, nu in de winkel!