Zelden een crosser zo diep zien gaan voor een overwinning als Mathieu van der Poel in de Hansgrohe Superprestige in Zonhoven. De Nederlander lag na de finish ruim twee minuten uitgeteld tegen de grond. ?Ik ben kapot?, was het enige wat hij kon uitspreken.

Bij het ingaan van de laatste bocht zag het er nochtans niet goed uit voor Van der Poel. Wout Van Aert had de leiding genomen, toch slaagde de renner van Beobank-Corendon er nog in om de wereldkampioen te remonteren.

"Ik dacht dat het een verloren zaak was", bekent Van der Poel. "Maar ik had in de laatste bocht iets meer snelheid dan Wout en slaagde er zo nog in om naar de zege te sprinten. Ik ben wel enorm diep moeten gaan, maar dat is een teken dat ik goed ben. Al ben ik door de warmte nog iets dieper moeten gaan dan in andere wedstrijden."

Het titanenduel in Zonhoven tussen Van der Poel en Van Aert was het eerste dat niet werd verstoord door materiaalpech of ziekte. "In begin heb ik geprobeerd om Wout eraf te rijden, maar ik moest te diep gaan voor een kleine kloof. Dan krijg je het spektakel waar de mensen voor naar de cross komen. Het was knokken voor iedere meter. Tot op het einde."