Ploegen die deze Tour een massaspurt willen winnen, zetten maar beter een sprinttrein op de rails. Maar hoe gaat dat precies in zijn werk? We kregen waardevolle inside-informatie van Wim Van Hoolst (Energy Lab), die instaat voor de wetenschappelijke trainingsbegeleiding bij Lotto Soudal.

Flashback naar zondag 12 mei 2019. Caleb Ewan lijkt na een perfecte lead-out van zijn ploeggenoten bij Lotto Soudal op weg naar de overwinning in de tweede rit van de Giro, maar wordt alsnog geremonteerd door Pascal Ackermann en Elia Viviani. Wanneer hij recupereert van zijn inspanning, bekijkt de Australiër een herhaling van de sprint op een smartphone. Hij komt tot volgende conclusie: "Ik ben enorm trots op de perfecte lead-out die ik kreeg. Indrukwekkend dat het van de eerste keer meteen zo goed lukte. Zeer jammer dat ik op het eind een beetje stilviel en dat ik al het goede werk van mijn teammaten niet kon verzilveren." Later in de Giro is het wél prijs voor Ewan, na twee onvervalste 'sprints uit het boekje': "Ik werd perfect afgezet en kon mijn inspanningen tot in de perfectie timen. Ik ben zeer blij dat ik mijn ploegmaats ditmaal wél kan belonen voor hun uitstekende werk."

GEOLIEDE MACHINE CREËREN

Dat Caleb Ewan verder kijkt dan het uiteindelijke resultaat en meteen na de finish een analyse klaar heeft, is een logisch gevolg van de professionele werkwijze die zijn ploeg hanteert. Dat blijkt ook wanneer we Wim Van Hoolst vragen hoe de 'sprinttrein' van Lotto Soudal precies tot stand kwam. "Tijdens de eerste ploegstage in december hebben we drie specifieke sprinttrainingen ingelast, telkens met georganiseerde lead-outs van 2 kilometer. Elke sprinttrein bestond uit vijf renners (inclusief Caleb Ewan), die steeds een bepaald gedeelte voor hun rekening namen: 2 km tot 1.500 meter, 1.500 meter tot 800 meter, 800 meter tot 500 meter, 500 meter tot 250 meter en 250 meter tot de denkbeeldige finish. Na elke lead-out stopten we en hielden we een korte debriefing, waarbij ook Caleb zelf aan het woord kwam."

Daarmee was het echter nog lang niet afgelopen. "'s Avonds analyseerde ik alle bijbehorende data en nam ik ieders snelheden en vermogensgegevens onder de loep", gaat Van Hoolst verder. "Vervolgens hielden we een meeting, waarbij we toelichting gaven bij het cijfermateriaal en bepaalde zaken onderbouwden aan de hand van videobeelden. Ook voor en na elke wedstrijd waarin de sprinttrein aan de bak moet, vindt er een (de)briefing plaats. Vooraf gaat het dan om een gedetailleerde analyse van het parcours (waar kan je opschuiven, aan welke kant moet je de rotondes nemen, wat zijn de gevaarlijke punten ... ?), terwijl de evaluatie na de wedstrijd eerder dient om de taakverdeling verder op punt te stellen, bepaalde foutjes weg te werken, het onderlinge vertrouwen en de teamgeest aan te scherpen, enzovoort. Je ziet: er komt dus wel wat bij kijken om van zo'n sprinttrein een geoliede machine te maken."

Lees het volledige artikel in het julinummer van cycling.be magazine, nu in de winkel! Of lees HIER online verder via Blendle.