Marianne Vos won de UCI Women's WorldTour-koers in het Zweedse Vårgårda door simpelweg de laatste bocht het snelst aan te snijden en zo afstand te nemen van een sprintend peloton. Dat bewijst hoe cruciaal een goede bochtentechniek is. Daarom lijsten we de belangrijkste tips voor je op.

Meervoudig wereldkampioene op de weg en in het veld Marianne Vos toonde in Vårgårda opnieuw dat ze nog lang niet afgeschreven is. De koers leek af te stevenen op een groepsspurt, maar daar besliste Vos anders over. Ze versnelde net voor de bocht, sneed die perfect aan en kwam eruit met enkele meters voorsprong én met meer snelheid. Die hield ze aan tot aan de meet, waardoor ze een sprintend peloton met Kirsten Wild en Lotta Lepisto kon voorblijven.

Zo'n gewiekst manoeuvre kan je echter alleen uitvoeren als je bochtentechniek optimaal is. Om die techniek te perfectioneren, kan je aan verschillende elementen werken:

1. Kijk de bocht door. Om een bocht perfect te kunnen inschatten, moet je ver genoeg vooruit kijken, zodat je weet hoe scherp hij is en wanneer je terug kan versnellen. Fixeer je niet op obstakels (vangrail, boom, borduur, put, ...), want dan word je net naar dat punt getrokken. Net zoals in het mountainbiken of autorijden moet je kijken waar je naartoe wil en niet waar je van weg wil blijven.
2. Rij je alleen dan kan je een bocht beter 'aansnijden', omdat je meer ruimte hebt. Je kan dan vanaf het midden van je rijstrook naar de binnenkant van de bocht (de apex) mikken en de bocht weer uitkomen in het midden van de rijstrook.
3. Een ander belangrijk stukje bochtentechniek is je algemene houding. Je leunt je fiets de bocht in (je banden hebben veel meer grip dan je zou denken!), maar niet je lichaam. Breng je buitenste been naar beneden en zet gewicht op het pedaal (zo druk je je zwaartepunt naar beneden en hou je nog beter contact met de weg). Zo breng je meteen ook het been aan de binnenkant van de bocht omhoog, waardoor je pedaal niet tegen het asfalt kan komen.
4. Rem voor en niet in de bocht. Je doseert beide remmen zo goed mogelijk en als je toch nog in de bocht wat moet bijremmen, gebruik dan vooral de achterrem, zodat je voorwiel niet wegglijdt. Hoe hard je moet remmen, dat heb je al ingeschat als je ver genoeg vooruit hebt gekeken (zie tip 1). Na verloop van tijd leer je met een mooie snelheid ook weer uit de bocht te komen, waardoor je minder hard moet optrekken na de bocht. Of je kan natuurlijk je verbeterde techniek toepassen door te profiteren van je extra snelheid. Wie weet moeten de anderen dan eens het gaatje dichtrijden op jouw achterwiel in plaats van omgekeerd.
5. Panikeer niet. Hoe rustiger je blijft, hoe beter je alles kan beoordelen. Het vertrouwen daarvoor kan je alleen maar kweken door je bochtentechniek zo vaak mogelijk te oefenen. Werk dus bewust aan alle voorgaande punten door ze bewust een voor een te trainen terwijl je op je eentje fietst.

Wil je nog meer tips, bekijk dan het filmpje van Emma Pooley en Matt Stephens (GCN) bovenaan dit artikel.

Hieronder kun je dankzij Eurosport de laatste kilometer van Marianne Vos bewonderen:

Koop of abonneer je nu op cycling.be magazine

Het novembernummer van cycling.be magazine ligt nu in de winkel, met niet alleen Toon Aerts die zijn vaste podiumplek opeist, Niels Albert die de perfecte zandtechniek uitlegt, David van der Poel, Sophie de Boer, en baansprintster Nicky Degrendele, maar ook een gratis extra MTB-special, met daarin techniektips van downhillsensatie Martin Maes, de mooiste MTB-plekjes van Githa Michiels, fietstests van Specialized, Trek, Canyon, Niner, Ednine en BMC, alle geheimen van de nieuwe Shimano XTR 12-speed, de 14 mooiste winteroutfits, de originele Cape Epic, op avontuur in Mongolië, piepende schijfremmen, zadelhoogte op de MTB, nieuwe MTB-spullen, ... Verder: fietsen van noord naar zuid door Portugal, EK veldrijden in Rosmalen, Britse invasie in de Cross, Mike Kluge, en veel meer!