Zaterdag biedt de Paris-Roubaix Challenge een vlotte 54 kilometer aan kasseien en die liggen er niet bepaald egaal bij. Om die zo goed mogelijk het hoofd te bieden, verklappen we je tien overlevingstips voor kasseien.

1. Check je fiets grondig: lopen de wielen recht, zit er geen spaak los, is het loopvlak van je banden zuiver, zijn cassette en ketting nog in goede staat, zijn alle boutjes (zadelpen, stuurpen, tandwielen, ...) goed aangespannen, ...? Op slechte wegen krijgen onderdelen als stuur en zadel het harder te verduren dan normaal.
2. Vermijd onnodig lekrijden: Onderwerp vóór de rit je banden aan een nauwkeurige controle. Let erop of er geen kleine steentjes of stukjes glas in de toplaag van je band zitten. Anders kun je deze er het best voorzichtig uithalen met behulp van een naald. Test vooraf welke bandendruk je wil hanteren met je bredere banden.
3. Handen los op het stuur: Om pijnlijke vingers en polsen te voorkomen, knijp je het best niet te hard in het stuur. Je moet het uiteraard goed vasthouden, maar wel losjes in de vingers voelen trillen. Op die manier geef je de fiets wat ruimte om te kunnen hobbelen van de ene kassei naar de andere, zonder dat jij meehobbelt. Plaats daarbij je handen op de comfortabelste plaats. Voor de ene is dat bovenop het stuur, voor de andere in de beugel of op de shifters.
4. Geen gestrekte armen: Span je armen niet op, maar zorg in de plaats dat je ellebogen los genoeg blijven om schokken op te vangen.
5. Zwaarder verzet: Het helpt om enkele tanden zwaarder te trappen. Daardoor zul je wat vaster in het zadel zitten en minder van de ene naar de andere kassei botsen. Neem uiteraard geen versnelling waarmee je halfweg de strook stilvalt of waarbij je moet rechtstaan op de pedalen om hem rond te krijgen.
6. Kijk voldoende ver vooruit: Kijk niet vlak voor je band. Zo kun je niet anticiperen op grote gaten of bulten in de kasseistrook. Kijk enkele meters voor de fiets uit. Op die manier heb je zeker voldoende tijd om de fiets nog wat bij te sturen en vermijd je lekke banden of andere problemen.
7. Bij regen, rij centraal: Als het nat is, rij je het best in het midden van de weg over de kasseien. Verplaats je gewicht naar de achterkant van je zadel. Zo komt er meer gewicht op je achterwiel, waardoor je meer grip krijgt op de weg en je vermijdt dat je achterwiel gaat doorslippen. Ga zeker niet rechtstaan, want dan verlies je je evenwicht en ga je doorslippen.
8. Blijf niet doorbeuken: Zorg ervoor dat je na een kasseistrook je tempo voldoende laat zakken zodat je je hartslag, die flink de hoogte ingeschoten is, weer kunt laten dalen. Probeer dat na iedere kasseistrook opnieuw te doen om te vermijden dat je al te vroegtijdig de man met de hamer tegenkomt.
9. Eten en drinken: Door de euforie of door het constant moeten opletten op de kasseien kun je weleens vergeten je energievoorraad aan te vullen. Begin daarom van bij het begin van je tocht met drinken en eten.
10. Snelheid is comfort: Hoe sneller je fietst, hoe comfortabeler de kasseien aanvoelen ...

Dit artikel verscheen origineel in het maartnummer van cycling.be magazine. Voor materiaaltips bij kasseiritten, kun je HIER voortlezen via Blendle.