Met 300 kilometer en 6.000 hoogtemeters in de benen keerden de deelnemers van onze Marmotta-stage terug vanuit Oostenrijk. Een olijke bende, prachtig weer, geen materiaalpech of valpartijen (!), het heerlijke Marmotta Alpin Hotel in Mühlbach als uitvalsbasis én Kevin Hulsmans als gedroomde gids: ziedaar de ingrediënten voor een wederom onvergetelijke fietsdriedaagse in het Salzburger Land.

"Pascale, zet de Westmalle al maar koud!", roept Steve onze waardin nog snel toe voor we op donderdag klokslag negen uur de stage officieel op gang trappen. Na de lange autorit op woensdag kruipen we ongeduldig in het zadel om eindelijk die heerlijke berglucht op te kunnen snuiven.

Op het menu staat een licht golvend lusje van 75 kilometer naar Altenmarkt, met retour langs de boorden van de Salzach-rivier. Het is de ideale opwarmer voor het vele klimgeweld dat nog komen gaat. De laatste kilometers vanuit Bischofshofen naar ons hotel gaan in stijgende lijn en zetten voor het eerst wat spanning op onze kuiten.
Vier moedige zielen voelen het bij aankomst nog kriebelen en knopen er met de gevreesde klim naar Arthurhaus een pittig toetje aan vast. De 8 kilometer lange col met uitschieters tot 15 % brengt Kevin, Nele, Jelle en Steve het dichtst bij de Hochkönig', de imposante bergtop van de Berchtesgadener Alpen. In de sneeuwtapijtjes op de top - op net geen 1.500 meter hoogte - levert het de eerste heldhaftige plaatjes van de stage op.

 

36 HAARSPELDBOCHTEN

De traditie schrijft voor dat er tijdens onze Marmotta-stage vanaf minuut één gelachen wordt, en die traditie zetten we ook nu duchtig voort. Toch hangt er ook spanning in de lucht tijdens het diner. Dat smakelijke avondmaal is trouwens met liefde Pascal bereid door onze gastheer - ook dat is traditie geworden.
Terug naar de lichte nervositeit. Naar de oorzaak hoeven we niet ver te zoeken. De langste en zwaarste rit over de beruchte Grossglockner staat voor de deur, en die boezemt angst in. Terecht, want op de hoogste toegankelijke bergpas van Oostenrijk loert de man met de hamer om elke haarspeldbocht. En dat zijn er best veel: 36 om precies te zijn.

Een goede nachtrust zorgt voor frisse moed, waarmee we vrijdagochtend vroeg onze epische bergtocht aanvatten. Dat doen we onder een stralende zon en goed voorbereid: bidons gevuld, benen en armen ingesmeerd, gpx-bestanden opgeladen en achterzakken gevuld met proviand. Een paar kilometer later worden we bruusk met de neus op de feiten gedrukt. Tijdens de lange en steile klim naar Dienten verstommen de gesprekken en gutst het zweet van ons voorhoofd. Een rustige aanloop is ons duidelijk niet gegund ...

Gelukkig kunnen we in het dal terugvallen op de locomotief genaamd Kevin Hulsmans. De man met vijftien jaar profbestaan op zijn teller neemt ons met de glimlach op sleeptouw, zoals hij dat jarenlang voor de grootste kampioenen deed bij Mapei en Quick-Step. "Ik voel me net Tom Boonen!", roept Jelle van achter de rug van de meesterknecht.

Langs het bruisende en bij Arabieren erg geliefde Sell am See belanden we in Bruck, het laatste stadje voor we de flanken van de gevreesde Grossglockner aanvallen. Terwijl we ons mentaal opladen op een zonovergoten terras komt Veerle met de stoere volgwagen - of moeten we 'volgjeep' zeggen? - het pleintje opgestoven. We plunderen haar koffer vol krachtvoer en met een volle tank vatten we de beroemde tolweg aan.

 

VERSTROOIDE BERGGEIT

Doseren is het devies op deze weergaloze en tegelijk meedogenloze panoramaweg. Gemakkelijker gezegd dan gedaan met een stijgingspercentage dat amper onder de 10 % duikt en met een snedige wind die harder blaast naarmate we aan hoogte winnen. Het maakt onze prestatie om de top te bereiken er alleen maar heroïscher op. High fives worden uitgedeeld op dik 2.500 meter hoogte, de Almdudlers en 'heisse schokoladen' in de berghut hebben we dubbel en dik verdiend.
Eén iemand moet nog wachten om de pistolets uit haar lunchpakketje te vissen: Nele is vergeten de met kasseitjes geplaveide Edelweisspitze - het hoogst toegankelijke punt van de Grossglockner Hochalpenstrasse - op te draaien. Een uur later en met een paar honderd extra hoogtemeters op te teller verschijnt ook zij in de berghut. Moest er een bolletjestrui te verdienen zijn tijdens onze stage, ze zou om de schouders van onze verstrooide berggeit belanden.

We nemen snel nog een groepsfoto en worden vervolgens beloond met puur afdaalplezier in een adembenemend landschap. Maar nog zijn we niet van de kuitenbijters af. Ondanks een banaan of vijf achter de kiezen, wordt de slotklim vanuit Lent op het tandvlees afgemaald. Compleet verzuurd en met 142 kilometer en dik 3.500 hoogtemeters in de benen bereiken we het hotel. Eindelijk! We hebben de koninginnenrit overleefd. Het zorgt voor euforie ... en voor overuren bij Pascale: zij kan de vraag naar de Belgische biertjes 's avonds met moeite bijhouden ...

 

DE MUUR VAN MÜHLBACH

Een stage zou geen stage zijn als er slechts één dag geklommen moet worden, nietwaar? Ook op de slotdag vliegt de ketting dus gezwind naar het binnenblad. Te beginnen op de belachelijk steile puist die ons vanaf het hotel naar de hoofdweg in Mühlbach loodst. Een klein muurtje van Hoei in Muhlbach am Hochkonig, dat steekt als je daags voordien een Alpenreus beklommen hebt.

De laatste vrije namiddag wordt naar eigen believen ingevuld. De ene duikt in de sauna, de andere zoekt een terrasje en apfelstrudel op. Nog anderen gaan mountain-karten of rodelen op de rodelbaan van Saalbach. Afsluiten doen we collectief met een laatste avondmaal dat kan tellen: ribbetjes met frieten. Het laatste woord is voor onze Rode Duivels. Onder ons goedkeurend oog en onder het geklink van onze pintjes geven de Duivels de Kazachen een pak voor de broek: 3-0.

Bernard zal het worst wezen, hij is op dat moment al lang ingedommeld in de zachte lederen sofa. Toch zal ook hij alleen maar kunnen beamen: Marmotta 2019, 'you were great!'. Of beter: 'du warst unglaublich!'