De finale van Luik-Bastenaken-Luik werd immers hertekend, waardoor Saint-Nicolas en de slothelling in Ans niet meer van de partij zijn. Cycling.be trok naar het vernieuwde parcours en verkende de belangrijkste stroken. Zowel de profkoers als de Liège-Bastogne-Liège Challenge blijven verdomd hard.

Het eerste deel van het LBL-recept blijft ongewijzigd, want het peloton start naar goede gewoonte in Luik. Van daaruit gaat het zuidwaarts richting Bastenaken. Dit gedeelte is circa honderd kilometer lang, met slechts één gecategoriseerde helling: de Côte de La Roche-en-Ardenne (2,8 km aan een gemiddelde van 6,2 %). De profs zullen deze kaap moeiteloos ronden, maar recreanten die de volledige LBL Challenge rijden, zullen merken dat het voordien al voortdurend op en af gaat. Na 121 kilometer wacht de Côte de Saint Roch (1 km aan een gemiddelde van 11,2 %), een venijnige kuitenbijter waar het peloton stopt met koffiekletsen. Op dit moment zullen de vluchters naar alle waarschijnlijkheid niet meer verder uitlopen. Een veertigtal kilometer later volgt de Côte de Mont-le-Soie (1,7 kilometer aan een gemiddelde van 7,9 %), met zijn top op 587 meter boven de zeespiegel meteen ook het dak van deze Luik-Bastenaken-Luik.

PRESTIGIEUS DRIELUIK MAAKT RENTREE

En dan is het moment aangebroken: het Ardense heuvelgeweld blaast zijn hete adem richting het peloton. Klaar om de spieren in brand te steken en de deur achteraan wagenwijd open te zetten. Na 170 kilometer koers volgt het pittigste gedeelte, met maar liefst drie hellingen binnen een afstand van 12 kilometer. De afgelopen jaren moesten de Côte de Wanne, de Côte de Stockeu en de Côte de La Haute-Levée plaatsmaken voor drie minder bekende hellingen, maar dit jaar hoopt de organisatie er opnieuw spektakel te zien.

Bij het verlaten van de N68 draaien we een brede weg op: het begin van de Côte de Wanne (3,6 kilometer aan een gemiddelde van 5,1 %). Het eerste gedeelte is nog goed te doen, maar wanneer we de huizen in zicht krijgen, wordt het een pak steiler, met hellingspercentages boven 15 %. Iets verderop aan het Mariakapelletje is het zwaarste stuk achter de rug, maar even bekomen van de inspanning kunnen we niet. Er volgt immers een lange uitloper, die ons wel een mooi vergezicht over de natuur biedt. Na deze rechte strook rijden we opnieuw tussen de bomen voor de laatste hectometers van de Wanne. Het einde van het bos markeert ook netjes de top van de klim. We zijn er! Dit was niet de lastigste, maar wel de langste tot nu toe, met enkele pittige stroken. We ritsen ons bovenste jasje weer helemaal dicht en duiken de afdaling in.

Over glooiende wegen bollen we naar Stavelot, maar toch is het even opletten geblazen vlak voor we het dorp bereiken. Het deels opgelapte wegdek zit boordevol putten, bulten en barsten. Gelukkig komen we zonder kleerscheuren aan de voet van de Côte de Stockeu (1 kilometer aan een gemiddelde van 12,5 %). We passeren een oude tank en volgen rechts het pijltje 'Stèle Eddy Merckx': daar moeten we zijn! Je krijgt geen tijd om warm te draaien, want de smalle weg loopt onmiddellijk steil omhoog. En danseuse dan maar, en hopen dat we straks even kunnen gaan zitten. Als je hier iets wil forceren, moet je zorgen dat je voor de voet goed geplaatst bent. Onze ijdele hoop op recuperatie wordt al snel genadeloos de kop in gedrukt: het wordt beetje bij beetje steiler en na Villa Stockeu is het echt afzien. 21 % geeft onze fietscomputer aan. Bedankt voor de moed, makker! Gelukkig gaat de weg iets verderop trapsgewijs omhoog, tot Eddy Merckx plots in kloeke standbeeldvorm opdoemt uit het asfalt. We reiken nog niet tot aan zijn enkels, dus rusten we maar even uit op de voet van zijn sculptuur. Hier krijgen we echt een voldaan gevoel van, terwijl we volop genieten van een mooi zicht over Stavelot. Tijd om weer in de pedalen te klikken, scherp linksaf te draaien en de haast even steile weg naar beneden te volgen. We komen opnieuw uit aan het begin van de Stockeu, maar slaan rechts af en kiezen voor de goedlopende kasseiweg over het brugje. Iets verderop begint het weer lichtjes te stijgen en maken de egale kinderkopjes plaats voor grotere exemplaren. Dit voelt toch zwaarder aan dan gewoonlijk.

Vier kilometer verderop dient zich een nieuwe pestkop aan: de Côte de La Haute-Levée (3,6 kilometer aan een gemiddelde van 5,6 %). De schoonheidsprijs zal hij nooit winnen en ook de prijs voor de meest fietsvriendelijke helling is absoluut niet voor hem weggelegd, want de auto's razen ons rakelings voorbij. In 2015 werd de koers hier opengebroken door Astana, dat een stevig tempo oplegde. En dat is waar deze helling zich ook toe leent. De eerste 800 meter zijn best pittig, maar nadien is het lang recht op recht tegen een goede 3 à 4 %. Hier kunnen de sterke mannen de gashendel opendraaien.

VDB KIJKT TOE OP LA REDOUTE

Na een iets langere afdaling komen we aan de Col du Rosier (4,4 kilometer aan een gemiddelde van 5,9 %), volgens heel wat klimfanaten de mooiste helling van het land. De Rosier loopt gelijkmatig op, maar er komt schijnbaar geen einde aan.

Tussen de vakwerkhuizen in Andrimont twijfelt een hond of hij opzij zou gaan voor ons. Uiteindelijk zijn wij het die wijselijk de andere kant van de weg opzoeken. Eens we de top gerond hebben, zetten we via de Col du Maquisard (2,5 kilometer aan een gemiddelde van 5%) koers richting de meest tot de verbeelding sprekende klim van La Doyenne, de Côte de la Redoute (2 kilometer aan een gemiddelde van 8,9 %).

Vernederd en gebroken. Zo moet Michele Bartoli zich op La Redoute gevoeld hebben toen Frank Vandenbroucke hem in 1999 ter plekke liet. 'Il Bimbo d'Oro' is sindsdien versmolten met deze legendarische helling. De eerste meters zit je gevangen tussen reclamepanelen en een drukke autoweg, maar onze focus ligt op de beklimming. Een linkse bocht later komen we tussen het groen, waar het al vlug een pak steiler wordt. We moeten echt pompen om vooruit te geraken. Een mikpunt hebben we niet, behalve dan de tientallen keren dat er 'PHIL' op de weg gekalkt staat. Met nog 600 meter te gaan, kijkt een VDB-beeltenis op de baan toe hoe we de steilste strook verteren. 18 % bergop is geen cadeau na 219 kilometer koers. Tussen de lage haagjes vergaat het ons weer wat beter, maar je ziet gewoon dat er nog meerdere stroken aankomen die de keel dichtknijpen. Het laatste gedeelte voor de gsm-mast is een mix van enorm steile stroken en iets minder oplopende stukken. Oh God, wat hopen we vurig dat de koers hier toch nog eens mag ontploffen, in tegenstelling tot de laatste jaren. Wie de LBL Challenge rijdt, zal hier ongetwijfeld de magie van La Redoute voelen. Als je kan, geef er dan eens een ferme lap op en kijk op de top nog even achter je.

Na de mythische Redoute volgt er met de Côte des Forges (1,3 kilometer aan een gemiddelde van 7,8 %) nog een klein tussengerechtje voor we naar de slotklim denderen. Geen Saint-Nicolas meer, dus de laatste strijd wordt nu gestreden op de flanken van de Côte de la Roche aux Faucons (1,3 kilometer aan een gemiddelde van 11 %). Aan de voet van de 'Valkenrots' is het nog 16 kilometer tot de finish. Hier krijgen de betere klimmers met andere woorden de laatste kans om bergop weg te knallen. Andy Schleck ging er in 2009 solo op zoek naar de zege, maar in 2015 waren er op deze plek nog vijftig renners in de running. Als deze laatste situatie zich opnieuw aandient, moeten hier bommetjes gedropt worden. Zo niet, lijkt het gewonnen spel voor de snellere jongens die erin slagen om aan te klampen. Het eerste deel van de Roche aux Faucons is steil, maar daarna volgt een iets vlakkere passage door een wijk. Bij ons is het vat leeg, maar wie hier nog wat energie overheeft, kan zeker enkele seconden voorsprong bij elkaar sprokkelen voor de top. Oef, daar zijn we alweer vanaf. Nu nog richting Luik!

IN DALENDE LIJN NAAR DE VURIGE STEDE

De laatste 15 kilometers gaan in dalende lijn. Via een brede betonbaan peddelen we naar de universiteitscampus (ULiège), en zo weer naar een iets drukkere winkelstraat. De vele rotondes die de snelheid breken, spelen zeker niet in het nadeel van een eenzame koploper. Bij een kerkje verlaten we de rotonde en volgen we de wegwijzer 'Liège'. Voor ons ligt een lange, brede betonbaan met aan weerszijden statige villa's. De dalende straat helpt ons opnieuw tempo te maken vooraleer we rechts afdraaien aan een oranje knipperlicht. Na wat draaien en keren zien we aan onze rechterkant plots het centrum van Luik opdoemen.

We rijden de Vurige Stede binnen onder een gigantische bundel treinsporen. Ondertussen ligt de weg weer horizontaal - dat moet zowat de eerste keer zijn vandaag. Nadat we onder twee spoorwegbrugjes bollen, duikt de Maas op. We fietsen enkele hectometers parallel met de rivier en slaan dan linksaf op een brug met gouden accenten. De twee zuilen lijken symbool te staan voor de poort naar de eindmeet. In de laatste 2 kilometers passeren we het gigantisch witte station van Luik-Guillemins. Dat laten we letterlijk links liggen, want we trekken naar het 118 meter hoge glazen torengebouw van de FOD Financiën. Moeten we dat ook nog beklimmen? Nee, nog een keer naar links sturen en de laatste rechte lijn van exact één kilometer tot de vlakke finish is ingezet. We rijden op de Boulevard d'Avroy tot aan het einde van het Parc d'Avroy. Daar wuift het standbeeld van Karel de Grote ons toe. Hier zal meer dan waarschijnlijk gespurt worden. Voor de winnaar zal de triomf zoet smaken, maar voor ons smaakt die zoetzuur dankzij de walm van Chinees eten die Karel naar ons toe wappert. Een mooi einde van een (h)eerlijke La Doyenne!

LBL CHALLENGE

Wil je zelf ook de befaamde Ardennenhellingen van Luik-Bastenaken-Luik temmen? Dat kan tijdens de Liège-Bastogne-Liège Challenge. Op zaterdag 27 april, een dag voor de profs, kan je kiezen uit drie afstanden: 70,147 of de volledige 266 kilometer. Maak kennis met mythische heuvels zoals de Côte de Wanne, La Redoute, La Roche aux Faucons en - in de twee langste ritten - de prachtige Col du Rosier. Op de meest spraakmakende kuitenbijters wordt bovendien videoregistratie en/of timing voorzien. Zo kan je twintig jaar na VDB grandioos uitpakken op La Redoute.

Wanneer je enkele uren later in het centrum van Luik compleet uitgeput de finish overschrijdt, krijg je een heuse finishermedaille om je nek gehangen, als aandenken aan deze loodzware cyclo. Je hoeft niet onmiddellijk naar huis te gaan, want op de Expo in de Halles des Foires - een soort mini-Velofollies - kan je kennismaken met allerhande nieuwe producten en accessoires van gereputeerde fabrikanten. Je vindt er ook een massagestand, een chillzone, een bar, enzovoort. Kortom: voor ieder wat wils! Aansluitend kan je ook de ploegenvoorstelling van de profs vanop de eerste rij meemaken. Nog een extra motivatie nodig om je in te schrijven? De dag nadien wordt er tijdens de profwedstrijd een fanzone ingericht voor de deelnemers van de LBL Challenge, en dat op amper 200 meter van de eindmeet. Of we nog een gouden tip hebben? Doseren, want in La Doyenne gaat het ook tussen de gekendste hellingen continu op en af. Succes! 

Dit artikel verscheen in het aprilnummer van cycling.be magazine.

Hellingen Luik-Bastenaken-Luik

1. Côte de la Roche-en-Ardenne (na 75 km)
2. Côte de Saint-Roch (na 121 km)
3. Côte de Mont-Le-Soie (161 km)
4. Côte de Wanne (169,5 km)
5. Côte de Stockeu (176 km)
6. Côte de la Haute-Levée (181,5 km)
7. Col du Rosier (198 km)
8. Col du Maquisard (211 km)
9. Côte de la Redoute (222,5 km)
10. Côte des Forges (231 km)
10. Côte de la Roche-aux-Faucons (241 km)