Weinig koersen die zo tot de verbeelding spreken als Parijs-Roubaix. Toen er enkele jaren geleden een Paris-Roubaix Challenge uit de grond werd gestampt, waren we snel van de partij. Ook nu vinden we het nog altijd een even onvergetelijke afspraak. Al verliep het dit jaar wel een pak comfortabeler, dankzij een zekere Specialized...

Sinds 2013 misten we nog geen enkele editie van de Paris-Roubaix Challenge en sindsdien zagen we de populariteit van deze aartsmoeilijke toertochtversie van de Helleklassieker alleen maar toenemen. Uiteraard zakken heel wat Belgen met een kassei in de maag af naar Roubaix of Busigny, maar het aandeel Britten, Italianen, Spanjaarden, Ieren en andere nationaliteiten is alleen maar toegenomen. Fransen blijven eveneens de weg vinden naar hun Monument en Amerikanen, die wel kaas hebben gegeten van een stevige portie heroïek, steken de plas over voor deze Challenge. Dat zorgt zoals elk jaar voor hilarische taferelen. Sommigen hebben nog nooit zo'n ruw neergegooide sectie stenen van dichtbij gezien en knijpen plots de remmen dicht als ze die ellende voor het eerst zien opdoemen, om daarna heel omzichtig hun eerste stapjes (of trapjes) te zetten op zo'n mythische 'Secteur Pavé'. Velen kiezen al vanaf het prille begin voor de vlotter berijdbare zijkantjes. Die bestaan vaak uit een smal (of soms heel smal) strookje aangestampte aarde en dat loopt toch gemakkelijker. Om dan even later te moeten vaststellen dat ze zich toch hebben laten vangen aan een puntige steen die verstopt zat onder een laag stof. Het minste kans op lekke banden heb je - raar maar waar - gewoon op de kasseien zelf. Als je een beetje uitkijkt, en ver genoeg vooruitkijkt, kan je de best mogelijke weg kiezen en zo het risico op pech tot een minimum beperken. Al heb je soms geen keuze, als je moet beginnen te laveren tussen tragere deelnemers. Dat overkwam onze compagnon de route tot tweemaal toe - gelukkig had hij twee binnenbandjes in zijn zadeltas kunnen proppen. Aan slechte banden zal het niet gelegen hebben, want hij had net nieuwe Continental GP 4 Seasons van 28 mm gekocht.

Dan hadden wij het nog beter getroffen, want wij mochten op pad met de gloednieuwe Specialized Roubaix, die een dag later eveneens een hoofdrol zou opeisen. Rond de foutloze Roval CL 32 Disc-wielen lagen bovendien tubeless gemonteerde S-Works Turbo-banden van 28 mm. Dan moet er al veel gebeuren vooraleer je lek rijdt en dat bleek ook, want we haalden zorgeloos de finish. Onze uitvoering was de Roubaix Pro met de bijna even nieuwe Sram Force eTap AXS-groep. We waren weer verrassend snel weg met dat draadloos schakelen, alleen jammer dat de Flattop-ketting niet trouw op het buitenste kettingblad bleef liggen op de zwaarste kasseistroken. Op een aantal momenten dat we stopten met trappen - met de dalende strook van Trouée d'Arenberg als belangrijkste voorbeeld - viel de ketting naar de binnenkant. Onze handen zaten onderin de beugel en raakten de hendeltjes niet, dus de enige andere mogelijkheid is dat de afstelling niet perfect was (of dat het ontwerp niet helemaal foutloos is). Voor de rest hebben we ons alleen maar geamuseerd met deze nieuwe 12-speed-groep. Het opvallendste aan deze fiets blijft de gedempte voorkant. Die Future Shock 2.0 kan je nu in- en uitschakelen en dat zorgt voor een duidelijk merkbaar verschil in rijgedrag. Met de vering uit kan je voluit sprinten, draai je de knop bovenop de stuurpen naar links, dan krijg je een enorme dosis extra comfort. Ook achteraan, met de speciale zadelpen, voelden we datzelfde comfort terugkeren en dat zorgde ervoor dat we veel minder gebroken van de fiets stapten. Ook de volgende dag voelden we ons veel frisser dan de vorige jaren - een duidelijk positief rapport voor deze Specialized Roubaix! En dan hadden we de banden nog niet op echt lage druk gezet...

HERDENKINGSMOMENT

Het leuke - tenminste voor de mensen die van dit soort koersen houden - aan starten in Busigny is dat je alle kasseistroken uit de profkoers voor de wielen krijgt. Na de ingekorte strook 29 merkten we dat de opvolging van de vier volgende sectoren heel snel kwam - zo wisten we al dat het de dag nadien meteen oorlog zou zijn in de koers. Sector 28 is omgedoopt tot Secteur Michael Goolaerts en we betrapten ons erop dat we even omhoog keken toen we het gedenkteken van de onfortuinlijke jonge renner passeerden. Wat kan koers ook hard zijn...

Die eerste kasseikilometers is het nog wat aftasten hoe de benen aanvoelen en hoe de fiets reageert op de kasseien, en we waren dan ook verbaasd over de snelheden die de deelnemers rondom ons haalden op de eerste twee stroken. We raakten al wat gerustgesteld over onze vorm toen we merkten dat er heel wat last bleken te hebben van wat overmoed, want vanaf sector 27 zakten de snelheden naar normale waardes. Terwijl we aanvankelijk nog mooi konden schuilen in de buik van een pelotonnetje - handig met de stevige noordooster in het nadeel - werd dat al snel onmogelijk. Net als bij de profs zorgen de kasseien ook bij ons voor een natuurlijke selectie. Velen die het niet gewoon zijn om hierop te fietsen, zijn trager en enkelen gaan gewoonweg te snel, waardoor we vanaf de eerste bevoorrading vooral op onszelf aangewezen zijn. Gezien het daarna nog een eind is tot de volgende 'ravito' slaan we voldoende proviand in.

Na twee stroken krijg je een wat langer tussenstuk. Intussen weten we al dat je hier het beste wat energie spaart, want dan komt Haveluy à Wallers, een redelijk lange sector met tegenwind na de haakse bocht. Maar dat is slechts voorspel voor wat daarna komt: de gevreesde Trouée d'Arenberg. Je ziet al van een eind ver de mijngebouwen van weleer en je voelt de spanning toenemen. Aan de toegangspoort nemen andere deelnemers foto's, sommigen zien het niet helemaal zitten en stoppen er net voor - voor de mensen van de middenafstand is dit de eerste kasseistrook - zodat we zonder snelheid aan de meest mythische strook moeten beginnen. Het gerenoveerde begindeel ligt er wat veiliger bij, nu de voegen zijn opgevuld, maar toch beslist onze ketting dat we het nog wat moeilijker mogen krijgen. Na het oponthoud vliegen we er opnieuw in en stampen we de frustratie uit het lijf in het vervelend oplopende tweede deel. Heel wat anderen staan langs de kant een band te vervangen of beslissen gewoon om af te stappen, onder het touw te kruipen en op het aardestuk verder te rijden. Dat is van het soort heiligschennis waar we ons niet aan wagen.

Eens je dat Bos van Wallers achter de kiezen hebt, is het even recupereren en daarna vooral gewoon doorstomen naar de volgende hindernissen. Eentje die vaak wordt vergeten, is Hornaing à Wandignies, met zijn 3,7 km de langste strook (samen met sector 26). We zien er heel wat compleet stilvallen. Wie hier de moed laat zakken, heeft nog een lange dag voor de boeg... Ook wij voelen dat dit nooit een simpele tocht zal worden, zelfs niet als je beschikt over een topfiets. Op Mons-en-Pévèle merken we dat sommigen blijven volharden in de boosheid: een wagen met Belgische nummerplaat volgt een aantal deelnemers en rijdt gewoon mee over de kasseien. Op deze vijfsterrenstrook is dat nochtans niet meteen comfortabel, niet voor de mensen in de wagen en zeker niet voor de deelnemers die vastzitten achter hen... Het oplopende eindstuk maakt het er niet makkelijker op, maar hierna hebben we maar één vijfsterrenstrook meer op de agenda.

De benen lopen stilaan leeg en als we een dag later Wout van Aert zien parkeren op die brug in Wannehain, leven we nog meer mee dan normaal. Maar eerst nog Camphin-en-Pévèle vooraleer we ons mogen verbazen over hoe slecht Carrefour de l'Arbre er bijligt. Voor de haakse bocht naar links is het echt zoeken naar het best berijdbare stukje. We houden ons aan ons voornemen om op de kasseien te blijven, maar soms is er maar een strookje van een treinrail breed, waarop we moeten balanceren. Angstaanjagend? Nee, schitterend om te doen! Met de oostelijke wind in de rug knallen we samen met de andere kasseifanaten over dat laatste deel. Gruson zorgde bij ons voor minder verrassingen dan bij de kopgroep van zondag en de sector van Hem blijven we een rotding vinden. Een eindsprint naar de piste zit er niet meer in, maar op die Vélodrome zoeken we toch nog eens de hoge bocht op, voor we na de finish onze medaille opnieuw in ontvangst mogen nemen. Was het zwaar? Ja. Keren we volgend jaar terug? Zeker!