In 'Monumentenjacht' vertelt Ruben Van Gucht elke editie over zijn ontmoetingen met grote wielerkampioenen. De man die de spits mocht afbijten, was Andrei Tchmil. Twee decennia geleden winnaar van Milaan-Sanremo en volgens aartsrivaal Johan Museeuw 50 % Belg en 60 % Moldaviër ...

Een bezoek aan de laatste Belgische winnaar van La Primavera houdt ons niet in België, maar brengt ons naar Chisinau. Ergens in het najaar van 2018 rijd ik de hoofdstad van Moldavië binnen. Daar waar Tchmil nog steeds (of opnieuw) woont en werkt. Van zijn stugge, gesloten imago valt weinig te merken. De laatste kampioen van de Sovjet-Unie aller tijden ontvangt ons allerhartelijkst. Zijn grote trots is de Andrei Tchmil Bike Company, waarvan het kantoortje geprangd ligt tussen enkele imposante gebouwen in Sovjetstijl. Vroeger werkten daar duizenden mensen aan onder meer radioapparatuur voor onderzeeërs en ander legermateriaal, nu heeft Tchmil er zijn beginnende fietsenfabriek gehuisvest. Het ziet er allemaal nog wat geïmproviseerd en sjofel uit, maar het heeft een zekere charme. Tchmil is duidelijk een overlever, die overal zijn wagonnetje aanhangt en naar Moldavische normen - het gemiddelde maandloon bedraagt 350 euro - goed verdient. Getuige daarvan de Porsche Carrera waarmee hij rondrijdt.

OPGEGROEID IN DE SOVJET-UNIE

De volgende ochtend doet de frisse lucht in het park van Chisinau deugd. Andrei Tchmil komt ons, strak in het pak, tegemoet. Als een echte seigneur staat hij me in het Frans te woord op een bank naast een vijver. "Als men me vraagt waar ik geboren ben, antwoord ik: 'In de Sovjet-Unie'", begint hij zijn opmerkelijke levensverhaal. "Meer bepaald in Chabarovsk, op bijna 8.000 kilometer van hier, aan de grens met China. Ik ben opgegroeid waar mijn moeder ging, want zij was een operazangeres die in verschillende steden werkte. Vanaf mijn zevende ging ik bij mijn oma in Tiraspol wonen, hier in Moldavië - toen nog een van de Sovjetrepublieken. Of ik zelf artistiek ben? Als ik wijn drink", lacht hij.

"Fietsen gaf me altijd een gevoel van vrijheid", antwoordt hij op de vraag waarom hij wielrenner geworden is. "De wind die door je haren speelt als je snel rijdt, de mogelijkheid om het leven buiten de stad te ontdekken ... Het wielrennen verruimde mijn horizon."

In het geval van Tchmil mag je dat letterlijk nemen, want de fiets gaf hem de kans om zijn geluk te beproeven in het Westen. "Wielrennen was in die tijd heel populair. Zoals alle sporten werd het strikt opgevolgd door de staat. Ik vond dat wel leuk. We trainden nooit alleen, we werden altijd gevolgd door een trainer op de motor. Dat ik zo laat prof werd, kwam omdat de propaganda vertelde dat de sterkste sporters amateurs waren. Pas op het einde van het communistische tijdperk gaf de staat sommige atleten de kans om prof te worden en naar het buitenland te trekken."

De wielrenners van de ploeg Alfa Lum kwamen in Italië terecht. Niet iedereen kon echter met die vrijheid om. Van de veertien renners zijn er tien teruggestuurd naar de Sovjet-Unie. Maar niet Andrei Tchmil. "In Italië zag ik het verschil tussen een leven waarin je beschermd werd door de staat, die in jouw plaats dacht, en een leven waarin je op jezelf aangewezen was. We hadden geen trainers meer die ons trainingsschema's gaven en controleerden. We moesten plots met geld leren omgaan. Gelukkig was ik me uitstekend bewust van de unieke kans die de staat mij gegeven had. Wij hebben een spreekwoord dat zegt: 'Je bent een slechte soldaat als je geen generaal wilt worden'. Als je atleet bent, wil je professional worden. De opdracht was simpel: als ik prof wilde blijven en successen wilde boeken, moest ik hard trainen. Zo eenvoudig was het. Daar haalde ik mijn motivatie en discipline uit."

Andrei Tchmil en zijn ploegmaats reden hun eerste wedstrijd op Belgische bodem in het voorjaar van 1989. Totaal onvoorbereid, zo bleek. "In Harelbeke was ik de enige van de ploeg die de finish haalde. Ik zat kapot en wist niet hoe ver het nog was, maar de sportdirecteur schreeuwde me vooruit: 'Allez, allez, je mag niet opgeven. We zijn bijna aan de finish!'. Hij wilde bespaard blijven van de schande om uit de wedstrijd te worden genomen. Die eerste kennismaking met de Vlaamse klassiekers had best een grote impact op mij. Ik was verrast door de snelheid en de strijd die werd geleverd voor de beste posities - schouder tegen schouder. Bij elke helling vroeg ik me af wat we aan het doen waren: we waren toch geen veldrijders? Plots sloegen we kleine straatjes in van amper 3 meter breed, soms met kasseien. Renners vielen op de grond, dus daar moesten we tussen laveren. Ik vond het ongelooflijk, maar gaandeweg begon ik het ook leuk te vinden."

MOLDAVIËR? RUS? OEKRAÏNER? BELG?

Tchmil won drie Monumenten: Parijs-Roubaix (1994), Milaan-Sanremo (1999) en natuurlijk ook de Ronde van Vlaanderen (2000). Op het toppunt van zijn rivaliteit met Johan Museeuw leek Tchmil even publieke vijand nummer één. Op spandoeken stond zelfs 'Tchmil Judas' te lezen.

"Ach, dat was ook logisch", relativeert Tchmil. "Er waren twee Belgische blokken: Mapei en Lotto. Lefevere was een Vlaming, Vandenbroucke een Waal. Dat contrast en dat conflict lagen voor de hand. De wielrenners waren de soldaten die ten oorlog trokken en de orders van de generaals opvolgden. Dat was niet altijd simpel, maar ik had geluk dat ik geen Nederlands begreep. Het was ook interessant: wie bleef het rustigst? Wie kon een emotionele muur optrekken zonder in de val te trappen? De meerderheid van de journalisten had een duidelijke voorkeur voor Museeuw. Ik kon alleen maar proberen de mensen te overtuigen door hard te werken en me correct te gedragen. Op het einde van mijn carrière had ik best veel supporters. Ik heb alles verdiend waar ik in geslaagd ben."

"We zijn hier nu drie dagen", zeg ik. "U hebt ons heel warm ontvangen. Is dit een andere Andrei Tchmil dan vroeger? In België hebt u toch een ander imago?" Tchmil riposteert gevat: "Ik kon toch niet iedereens vriend zijn? Misschien ben ik wel een beter mens geworden, minder streng voor mezelf althans. Maar tegenover andere mensen zijn er nooit problemen geweest. Ik denk niet dat mijn karakter sterk veranderd is."

"Er bestaat niet zoiets als een belgometer die meet hoe Belgisch ik ben"

"Is er nog een deel van Andrei Tchmil dat Belgisch is?", wil ik weten. "Er bestaat niet zoiets als een belgometer die meet hoe Belgisch ik ben. Maar ik heb nog altijd Belgische vrienden, en zodra ik de kans heb om naar België te gaan, doe ik dat met plezier en ben ik er graag. Dat bewijst toch dat de Belg in mij niet dood is. Ik heb trouwens nog steeds de Belgische nationaliteit. Moet ik binnenkort niet gaan stemmen?"

Hij is dus Belg, maar fietste ook als Rus, Moldaviër en Oekraïner. Wanneer ik daarover begin, slaakt Tchmil een diepe zucht. "De journalisten maakten daar altijd veel poeha rond. Ik heb het hen zo vaak proberen uit te leggen, maar dat bleek zinloos. Ze wilden mij neerzetten als een personage met x aantal nationaliteiten: Andrei Tchmil, de Rus, de Moldaviër, de Oekraïner, de Belg, de Zweed, de Afrikaan ? Zo konden ze meteen een inleiding bij elkaar schrijven", lacht hij schamper. "Volgens mijn paspoort was ik een inwoner van de USSR: geboren Rus en opgegroeid als Moldaviër. Toen de Sovjet-Unie uit elkaar viel, kreeg ik van de UCI drie jaar lang een licentie als 'vaderlandsloze'. Nadien lag ik overhoop met de Moldavische federatie en raadde de trainer van mijn Oekraïense vrouw me aan om Oekraïner te worden. Nog later ben ik Belg geworden."

KINDEREN IN ITALIË

Hoeveel hij ook van België hield en houdt, na zijn carrière is Andrei Tchmil er niet blijven hangen. "Elke tien jaar sla ik radicaal een nieuwe weg in", zegt hij zelf. Eerst richtte hij enkele UCI-sportscholen op in verschillende landen, daarna was hij drie jaar minister van Sport in Moldavië en vervolgens stond hij mee aan de wieg van wielerploeg Katusha. "Maar toen ik besefte dat ik altijd een baas had gehad aan wie ik verantwoording moest afleggen, besloot ik om voor mezelf te beginnen. Dus werd ik de allereerste fietsenproducent van Moldavië. Dat geeft me de kans om iets te creëren wat anderen gelukkig maakt."

Lees het volledige verhaal in het maartnummer van cycling.be magazine, nu in de winkel. Of lees HIER online verder via Blendle.

ANDREI TCHMIL

Geboortedatum: 22 januari 1963 (56 jaar)
Nationaliteiten: Rus (tot 1991), Moldaviër (1992-1995), Oekraïner (1995-1998) en Belg (1998 tot heden)
Ploegen: Alfa Lum (1989-1990), S.E.F.B. - Saxon - Gan (1991), GB-MG Maglificio (1992-1993), Lotto (1994-2002)
Belangrijkste overwinningen: Parijs-Roubaix (1994), Milaan-Sanremo (1999), Ronde van Vlaanderen (2000), 2x E3 Prijs Vlaanderen (1994, 2001), 2x Kuurne-Brussel-Kuurne (1998, 2000), Parijs-Tours (1997)

MILAAN-SANREMO 1999

In maart 1999 won Andrei Tchmil tot ieders verbazing Milaan-Sanremo. Met zijn 36 jaar en één maand werd hij op die manier de oudste laureaat van de Italiaanse lenteklassieker uit de hele wielergeschiedenis, een eretitel die hij twintig jaar na datum nog steeds in zijn bezit heeft. Tchmils zege in La Primavera was een heus meesterwerkje. Hij slaagde erin de massasprint te ontlopen door gebruik te maken van een kleine aarzeling bij het indraaien van de Via Roma, een ultieme demarrage die hem een kilometer later de winst opleverde. "Een Belg wint Milaan-Sanremo", riepen de betreurde Mark Vanlombeek en cocommentator Mark Uytterhoeven in koor, al bestaat daar tot op vandaag dus nog altijd geen algemeen consensus over ...