'De nieuwe Tom Boonen' genoemd worden: het doet wat met een mens, zou je denken. Jasper Philipsen blijft er in ons maartnummer vrij rustig onder: "Het is vooral de bedoeling om ervaring op te doen. Al hoop ik me natuurlijk wel al een paar keer te kunnen tonen ..."

We hebben geluk met het weer wanneer we afspreken voor onze gezamenlijke training, want voor het eerst klimt het kwik in Vlaanderen boven de 15 graden. Philipsen vertoeft samen met zijn Portugese ploegmaat Rui Oliveira in Oudenaarde om de Vlaamse voorjaarsklassiekers te verkennen. Na een dagje E3 BinckBank Classic en een dagje Parijs-Roubaix staat de bergzone van Dwars door Vlaanderen op het programma. Ik probeer mijn wagonnetje aan te haken en profiteer van de vlakke aanloop om hem aan de tand te voelen over het succesvolle seizoensbegin en zijn verdere ambities.

Jasper, je was dadelijk aan het feest in je eerst week als prof. Had je dat verwacht?
"Ik ben zeker niet naar Australië getrokken met de ambitie om dadelijk een etappe te winnen, maar uiteraard was ik wel benieuwd of ik me zou kunnen manifesteren in die massasprints. In de eerste twee ritten was ik al respectievelijk vijfde en zesde geworden, en in de vijfde rit was het plots prijs. Al voelde dat niet hetzelfde aan als een 'echte' overwinning, want ik werd pas tot winnaar uitgeroepen na de declassering van Caleb Ewan."

Wilde je meteen goed zijn in het begin van het seizoen?
"Niet speciaal. Ik wilde in eerste instantie vooral veel leren en wil de komende weken nagaan hoe ver ik kan komen in de voorjaarsklassiekers. Al smaken die prima resultaten in mijn eerste wedstrijden natuurlijk wel naar meer. In de aanloop naar mijn profdebuut was ik nog wat onzeker over mijn conditie, maar ik merkte al snel dat het wel oké zat."

Typeer jezelf eens als spurter. Ben jij iemand met een forse acceleratie of eerder iemand die het van zijn topsnelheid moet hebben?
"Ik mis nog de absolute power om te kunnen accelereren zoals bijvoorbeeld André Greipel. Die haalde waardes boven de 2000 watt als hij aanging. Ik heb voorlopig een maximum van 1600 watt laten opmeten. Qua topsnelheid mag ik niet klagen, al heeft dat vooral met mijn beenritme en souplesse te maken. Ik denk dat mijn voornaamste sterkte in zo'n massaspurt het positioneren is. Als ik me goed voel, dan heb ik ook zelfvertrouwen en durf ik me nestelen waar ik denk dat ik moet zitten. In de Tour Down Under was dat bijvoorbeeld in het wiel van Sagan, tenminste tot Ewan me eruit kwakte ..."

Lees het volledige interview in het maartnummer van cycling.be magazine, nu in de winkel! Of lees HIER online verder via Blendle.