Hoe groot is de invloed van de omgevingstemperatuur op de aerodynamica en de krachtoverbrenging tijdens het fietsen? Niet wereldschokkend, maar toch significant, zo blijkt uit een Franse studie. "Koude lucht creëert meer luchtweerstand", luidt het verdict.

Fiets je sneller of trager in warme of koude omstandigheden? Die vraag vormde voor de onderzoekers van de universiteiten van Reims en Franche-Comté - waaronder ook Fred Grappe, performance director bij Groupama-FDJ - het uitgangspunt voor een gedetailleerde CFD-studie van de luchtstroom rond renners en hun fiets (aan een constante snelheid van 40 km/u en zonder wind). Voorts werd er een wiskundig model gebruikt om de krachtoverbrenging te bepalen bij temperaturen die varieerden van -10 tot 40 °C. Dit leidde tot verse inzichten in de link tussen de luchtweerstand en de omgevingstemperatuur.

De voornaamste vaststelling is dat de luchtstroom rond renners en hun fiets evolueert naargelang de omgevingstemperatuur. De overdruk aan de voorzijde en de onderdruk in het zog van fietsers zijn minder uitgesproken bij een temperatuur van 40 °C dan bij een temperatuur van -10 °C. Anders gezegd: de luchtweerstand en het aerodynamisch 'afremeffect' zijn minder groot wanneer het warm is. De studie toonde immers aan dat de kracht die vereist is om een constante snelheid aan te houden lager ligt wanneer de temperatuur hoger is. Kortom: wie in een gelijkaardige omstandigheden en bij 'normaal' weer eenzelfde hoeveelheid kracht op de pedalen zet, zal over het algemeen sneller rijden in Italië dan in Scandinavië.

detail
De overdruk aan de voorzijde en de onderdruk in het zog van fietsers zijn groter bij een temperatuur van -10 °C dan bij een temperatuur van 40 °C.