Zaterdag treed Bart Swings op de Olympische Spelen in Pyeongchang aan in de massastart, maar wist je dat hij ook een verwoed fietser is, met jaarlijks een slordige 8.000 kilometer op de teller? Hij geeft zelfs toe dat hij ervan droomt om wielrenner te worden. Na zijn carrière moeten de cols eraan geloven.

Schaatsen en fietsen, de twee sporten vertonen veel gelijkenissen. De lichaamshouding en spierbeweging leunen dicht bij elkaar aan en net als fietsen is ook schaatsen een uithoudingssport. Om die reden springt Bart Swings (26) drie keer per week op zijn blitse Specialized voor een trainingstocht. Wij mochten er eens bij zijn en ontdekten dat de Herentenaar een aardig stukje kan trappen. "Soms droom ik er stiekem nog van om wielrenner te worden."

We openen het gesprek met een vraag over ... fietsen. Waar die passie ontstaan is? "Het begon toen ik als jong mannetje met mijn ouders op vakantie ging in Frankrijk", vertelt Swings. "De Tour passeerde er en dat hele circus heeft toen iets bij mij losgemaakt. Ik ving een petje uit de reclamekaravaan met daarop het motief van de bolletjestrui. Dat petje ligt nog steeds in mijn kast (glimlacht). Sindsdien is mijn interesse in de koers nooit verdwenen. Van het veldrijden over de klassiekers tot de Tour: alles volg ik. Het gaat zelfs zo ver dat ik tijdens de Tour mijn trainingsschema aanpas zodat ik de laatste 100 kilometer van elke rit op televisie kan volgen."

GEOBSEDEERD DOOR WATTAGES

Swings' outfit matcht volledig met zijn fiets, van de helm tot de schoenen en de zonnebril. "Ik ben wel een beetje een materiaalfreak", geeft hij toe. "Ik sta erop dat alles bij elkaar past en ook in orde is. Ik kan er niet tegen als er iets kraakt aan mijn fiets of zo. Ook op het ijs wil ik dat alles in orde is, want kleinigheden kunnen een groot verschil maken aan de meet. Kijk naar de Spelen van Sotsji: ik werd er vierde op acht tienden van een seconde van het brons. Op een ronde kun je die acht tienden niet winnen, wel verliezen. Details zijn in het schaatsen enorm belangrijk."

We rijden een klein stukje langs de Vaart Leuven-Mechelen, het favoriete trainingsparcours van Swings als hij zijn skeelers aantrekt. Ik betrap hem erop dat hij regelmatig een blik werpt op zijn vermogensmeter. "Ik ben veel met die cijfertjes bezig", knikt hij. "Vroeger lette ik vooral op mijn hartslag, maar een jaar voor de Spelen ben ik met een vermogensmeter beginnen te trainen. Je hartslag is van zo veel factoren afhankelijk. Met wattagecijfers krijg je een veel betere indicatie en dat vind ik zo handig. Vermogens liegen nooit. Ik kijk ook vaak met belangstelling naar de wattages die de profs trappen."

Het brengt ons naadloos bij het thema Strava. Swings gebruikt de populaire app niet fervent, maar nu en dan durft hij zijn tijden wel eens te vergelijken met die van de profs. Zoals die keer toen hij op stage was in Salt Lake City. "Ik ontdekte dat we in de omgeving zaten van Little Cottonwood. Dat was de trainingscol van Levi Leipheimer. Ik ben toen op die klim van tien kilometer tot op ongeveer dertig seconden geraakt van zijn toptijd. Dat gaf me wel een kick."

Wij hebben het geluk dat Swings op de dag van onze reportage een hersteltraining heeft gepland na een intensieve stage die hij achter de rug heeft met het Noorse schaatsteam. Al gaat onze locomotief ook nu goed vooruit en perst hij een fors tempo uit zijn stevige dijen. Dat de Brabander een aardig stukje kan fietsen, is een understatement. "Als ik ga skeeleren, doe ik dat langs het kanaal aan gemiddeld ongeveer 35 kilometer per uur", geeft hij mee. "Hetzelfde gemiddelde haal ik ook als ik ga fietsen."

Het doet mij afvragen waarom hij nooit eens aan een wielerwedstrijd heeft deelgenomen. "Ik merkte in mijn jonge jaren al dat ik talent had voor het skeeleren", legt Swings uit. "Ik deed dat te graag om het op te geven en het zou een moeilijke combinatie worden met fietsen. Zeker als er later ook nog eens schaatsen zou bijkomen. Soms droom ik er nog wel stiekem van om wielrenner te worden, maar tegelijk ben ik realistisch. Ik ben er intussen al 26, hé."

Nochtans staan Swings' Nederlandse collega-schaatsers - waaronder Sven Kramer - tijdens de zomer vaak aan de start van amateurkoersen. "En Gary Hekman eindigde vorig jaar als vierde op het Nederlands kampioenschap voor elite zonder contract", vult Swings aan. "Ik heb het met mijn trainer ook al besproken om eens aan een koers deel te nemen. Het liefst zou ik eens starten in een tijdrit. Het probleem is echter dat het moeilijk rijmt met mijn schema. Wat de Nederlanders tijdens de zomer doen met de fiets, doe ik met skeeleren. Er is geen ruimte om daarnaast ook nog te gaan koersen."

Het is niet toevallig dat Swings zich aangetrokken voelt tot het werk tegen de klok: een schaatswedstrijd kun je goed vergelijken met een proloog fietsen. "Vijf kilometer schaatsen betekent zes minuten diep in de verzuring gaan", knikt Swings. "Op de tien kilometer is het dertien minuten in het rood gaan. Het is ook enorm intens voor de benen. Schaatsen begint bijgevolg pas leuk te worden wanneer je topfit bent. Als je niet fit bent, verzuur je meteen en heb je moeite om in je hoeken te blijven. Maar gaat alles goed, dan krijg je een kick van de snelheid. Je geraakt dan in een zekere flow en dat gevoel is met niets te vergelijken."

TRAINEN MET CAMPENAERTS

Fietsen doet Swings alleen. Noodgedwongen, want een trainingspartner van hetzelfde niveau vond hij niet. Nog niet. Binnenkort komt daar misschien wel verandering in. "Ik heb dezelfde sportdokter als Victor Campenaerts", vertelt Swings. "Victor woont op amper een kilometer van mijn voordeur. We hebben al contact gehad met elkaar om samen te gaan trainen, maar voorlopig lukte het niet door onze uiteenlopende schema's. Hopelijk komt het er snel wel eens van. Ik denk dat ik van Victor - Europees kampioen tijdrijden - nog veel kan opsteken."

Naast olympisch atleet is Bart Swings ook nog eens een universitair student. De combinatie topsport-studies burgerlijk ingenieur is naar eigen zeggen niet altijd even gemakkelijk. "Ik doe er als sporter veel langer over dan andere studenten. In mijn winterseizoen neem ik geen vakken op en in de zomer zit ik met mijn skeelerseizoen. En hoe dichter ik bij de Spelen kom, hoe trager het allemaal gaat. Dat is soms frustrerend, maar ik wil niet dat mijn trainingsprogramma eronder lijdt."

Swings is wat men noemt een stille werker. Ietwat teruggehouden, maar erg bewust van waar hij mee bezig is. Een beetje perfectionist ook. Als schaatser is hij vastberaden om het onderste uit de kan halen en dat wil hij ook nadien doen tijdens zijn loopbaan als ingenieur. Als het even kan, wil hij zich ook dan wat meer op het fietsen gaan toeleggen.

"Ik denk niet dat ik nog veel ga schaatsen na mijn carrière", blikt Swings vooruit. "Als je niet topfit bent, is schaatsen eigenlijk niet zo leuk. Het is nog intenser voor de benen dan fietsen en bovendien is er ook geen schaatsbaan in België. Dus wil ik mij na mijn carrière graag op de bekende cols storten: Stelvio, Alpe d´Huez, Mortirolo ? Dat leek me altijd al heel leuk om te doen. Ik ben ook niet de zwaarste, dus het lange klimwerk ligt me wel. Ik heb trouwens naast de cols in Salt Lake City tijdens een stage in San José ook al een aantal beklimmingen van de Ronde van Californië bedwongen. Supermooi! Het smaakte zeker naar meer."

"FAN VAN WIGGINS EN BOONEN"

Type renner? "Ik zou graag een klimmer willen zijn, maar daar ben ik met mijn 70 kilo net iets te zwaar voor. Ik kan wel lange tijd een hoog tempo ontwikkelen. Noem me dus maar een tijdrijder."
Favoriete beklimming buitenland? "Little Cottonwood in Salt Lake City."
Favoriete beklimming in België? "De Chartreuse."
Aantal kilometer per jaar? "Om en bij de 8000."
Favoriete renner? "Bradley Wiggins. Een indrukwekkende atleet die ook nog eens een enorm charisma heeft. Ook van Tom Boonen was ik fan.

ZO TRAINT BART SWINGS

Heeft u zich altijd al afgevraagd hoe een trainingsweek van een topschaatser er uitziet? Bart Swings geeft ons het antwoord.
In de voorbereiding op het schaatsseizoen traint Swings vijf keer per week op de skeelers en drie keer per week op de fiets. Op de skeelers werkt hij meestal de marathonafstand af. Voor wie het aanbelangt: daarover doet hij tussen de één à anderhalf uur. Zijn fietstrainingen bestaan wekelijks uit drie ritten van respectievelijk 50, 70 en 100 kilometer.

Drie keer per week trekt Swings ook naar de fitnesszaal voor zijn krachttraining. Daar ligt de nadruk op core stability en het trainen van de bilspieren, dijbenen, hamstrings en rugspieren.

Zondag tot slot is de rustdag waarbij actieve rust genomen wordt door een uurtje te gaan losrijden op de fiets. Tijdens het winterseizoen blijft alles grotendeels hetzelfde, alleen worden de fiets- en skeelertrainingen dan vervangen door schaatssessies op het ijs.

Dit artikel verscheen origineel in het septembernummer van cycling.be magazine. Abonneer je HIER!

Koop of abonneer je nu op cycling.be magazine

Het juninummer van cycling.be magazine ligt in de winkel, met op de cover Mark Cavendish die jaagt op het zegerecord van Eddy Merckx in de Tour. Verder: Michal Kwiatkowski, de chocolatier in Jasper Stuyven, het Belgisch kampioenschap volgens Van Avermaet en Gilbert én een parcoursverkenning van dat BK in Binche, Fietsen Met Dylan Teuns, Sofie De Vuyst die terugvocht na een zwaar ongeval, vooruitblik op de Giro Rosa, Mikel Landa, revelatie Remco Evenepoel, ... De actieve wielerfanaat heeft even veel keuze in dit magazine, met de zin en onzin van preventieve hartscreenings, de grote fietsbrillentest, fietsen in Zwitserland, het verhaal van Ludo Dierckxsens in de Mallorca 312, Gran Fondo Il Lombardia, fietsvragen beantwoord over conditie onderhouden op reis en het nut van crossfit, fietstests van de Specialized Stumpjumper en Smets Aero, en veel meer.