Met Erwin Vervecken en Richard Groenendaal blikken twee ex-wereldkampioenen samen met tv-commentator José De Cauwer vooruit naar het WK veldrijden in Valkenburg: zonder oogkleppen, maar met vakkennis, humor, onweerstaanbare anekdotes en inzicht.

Richard Groenendaal heeft al het parcours van het WK in Valkenburg verkend en heeft dus perfect zicht op de zwaarte en de kanshebbers, net als Erwin Vervecken heeft hij als ex-wereldkampioen recht van spreken. Na een toertochtje op het crossparcours van Zeddam spreken ze samen met José De Cauwer af bij de nabijgelegen Specialized-kantoren in 's Heerenberg. Onderwerp van de dag: het WK in Valkenburg van komend weekend, met de twee tenoren, Mathieu van der Poel en Wout van Aert.

Erwin & Richard

Vinden jullie hen te braaf in de aanloop naar het WK?
Erwin: "Je hoeft je persoonlijkheid niet te veranderen om de controverse op te zoeken. Het is vooral de omkadering. Die laatste maand richting het WK wordt er altijd wel een relletje opgepookt. Is het niet door de renners, dan wel door de omkadering en de pers helpt daar ook altijd wat bij. Dat is deel van de cultuur richting WK."
José: "Ik vind het net mooi dat die twee er op die manier mee omgaan. Al dat kunstmatig ruziemaken is voor niks nodig. Ik zat laatst bij Niels Albert en die zei: 'Er is maar één ding dat telt en dat is die witte trui'. Je kunt me nu toch niet komen vertellen dat als Van der Poel alle crossen wint en Van Aert wint die ene dat je dan zegt: 'we hebben toch die witte trui'? Dan kun je toch je armen niet in de lucht steken?"
Richard: "Ik denk inderdaad dat de extra waarde van de wereldtitel in het crosspeloton momenteel vrij gering is, net omdat de waardeverhoudingen zo duidelijk zijn op dit moment. Als iemand anders nu wereldkampioen wordt, wie hecht daar waarde aan? Die renner zelf weet ook hoe de verhoudingen liggen."
Erwin: "Ze zijn de laatste drie jaar al de twee besten, nu dit jaar nog meer uitgesproken Mathieu, maar twee jaar geleden waren ze erg aan elkaar gewaagd. Vorig seizoen is er een klein verschil gekomen, nu is het verschil heel groot. Hij heeft natuurlijk deze keer een goede zomer gehad, twee jaar geleden heeft hij er een hele tijd uit gelegen, vorig jaar is hij in Gieten teruggekeerd."
José: "Het verschil is er eigenlijk al altijd geweest."
Erwin: "Qua puur talent is Mathieu de betere van de twee, laat ons daar eerlijk over zijn."
Richard: "Qua puur crosstalent wel. Als je kijkt naar de bouw van Wout, gaat hij richting klassieke renner."
Erwin: "Wout heeft de figuur van Boonen. Hij weegt 76 kilo, zei hij onlangs en daar gaat tegen zijn 30e nog twee kilo bij komen. Dan ben je als crosser zwaar."

Groenendaal: "Als iemand anders nu wereldkampioen wordt, wie hecht daar waarde aan?"

Als je de twee toppers moet afwegen tegen elkaar als crosser, wegrenner, tijdrijder ...
Erwin: "Mathieu gaat als wegrenner eerder naar de Ardennenklassiekers. Als je een VO2max van 89 hebt, zoals hij tegen mij ooit zei, dan ben je een potentiële Tourwinnaar. Puur op dat cijfer dan."
José: "Ik heb Mathieu wereldkampioen bij de junioren op de weg zien worden in Firenze en dat was fenomenaal. Dat was op een beklimming waar iedereen wist dat hij ging wegrijden. Elke nationale ploeg zei hetzelfde: let op Van der Poel! De Fransen en de anderen hadden geen trap teveel gegeven, want Van der Poel ging gaan. Wel, Van der Poel ging en hij was weg. Als je wil spreken over een wegrenner: hij klopt ook Gilbert én Van Aert in de Baloise Belgium Tour."

TOP ZIJN EN TOCH VERLIEZEN

Erwin & Richard

Erwin: "Nu lijkt het alsof Wout een slecht seizoen heeft, maar hij komt gewoon tegen een nog betere Van der Poel uit, die perfect gerodeerd uit de zomer is gekomen, want Wout is fysiek even goed als vorig jaar, maar mentaal wel een beetje minder omdat hij tegen een super Van der Poel moet opboksen."
José: "Als je ziet wat het verschil is met de derde en vierde, is dat niet anders dan vorige jaren."
Richard: "Dat is het allermoeilijkste om mee te maken: keigoed zijn en toch elke keer afgedroogd worden. Mentaal is dat iedere keer zó een bots en dat zie je ook aan hem. Kijk bijvoorbeeld naar Zeven, waar Mathieus ketting eraf gaat en Wout een halve minuut voorsprong krijgt, of Namen, waar Mathieu net wat minder is. Dan zie je Wout rondrijden op de manier zoals Mathieu normaal rijdt. Dan hangt die kop net iets minder naar beneden. Dat is net het allermoeilijkste aan topsport: er alles aan gedaan hebben en dan iemand tegenkomen die beter is. Hij zegt het ook iedere keer eerlijk. Mathieu is niet alleen fysiek beter, hij doet Wout vooral pijn op technisch vlak. Hij rijdt iedere bocht anderhalve meter weg. Cross is eigenlijk een heel simpel spelletje: op een beperkt oppervlak van de ene hindernis naar de andere. Een hindernis is ook een bochtje of een boomwortel. Opstappen, afstappen, alles. En op iedere hindernis is Mathieu een seconde of anderhalve seconde sneller. Mathieu rijdt keihard door een bocht, zet drie keer aan en bolt uit tot de volgende bocht. Dat is zijn manier van rijden."
Erwin: "Hij doet dat inderdaad heel naturel, relaxed. Hij zit in zijn speeltuin."
Richard: "Neem je Mathieu weg, dan doet Wout net hetzelfde met de rest van het veld."

Vervecken: "Nu lijkt het alsof Wout een slecht seizoen heeft, maar hij komt gewoon tegen een nog betere Van der Poel uit"

Is er een kans dat een Sweeck of Van Kessel er op het WK vanonder muist?
Richard: "Ik heb het al gezegd: je hebt Wout en Mathieu en al de rest rijdt voor de tweede plek. Als Mathieu ziek is, wint Wout."
Erwin: "Zeker in Valkenburg!"
Richard: "Zolder is bijvoorbeeld niet het makkelijkste parcours, maar daar zou je nog kunnen zeggen: er rijdt iemand weg en ze komen te laat, maar in Valkenburg zal dat nooit gebeuren. Van der Haar kan een halve minuut wegrijden, maar dat rijden ze op een ronde dicht."

TECNHISCH MEESTERSCHAP

Hebben jullie ooit moeten strijden tegen iemand die technisch zo sterk was.
Erwin: "Nys was ook goed en dat was min of meer hetzelfde, maar ik schat Mathieu nog hoger in. Het enige dat hij nog moet bewijzen is dat hij dat vijftien jaar aan een stuk kan."
Richard: "Nys stond technisch verder dan wij: hij sprong over de balken, kon beter dalen. Daardoor heeft hij in onze tijd veel koersen gewonnen zoals Mathieu ze ook wint. In het begin van zijn carrière - want in het tweede deel hebben we een andere Nys gezien - kon hij door zijn technische vaardigheden voorsprong pakken en weer recupereren, want hij had toen veel recuperatie nodig. Als je crossen had waar hij die tijd niet kreeg, dan kon je hem verslaan."
Erwin: "De jonge Nys op een vlakke weidecross, zoals Loenhout toen, kon je kloppen. Hij was ook niet altijd en overal de beste, wat Mathieu wel is."
José: "Ik denk, zonder afbreuk te doen aan de carrière van Nys, dat Mathieu beter is allround: ook als wegrenner, mountainbiker, ... Wat hij op die leeftijd al laten zien heeft... En als hij wil, kan hij dat wel degelijk tot zijn 35e blijven doen."

Erwin & Richard

Hoe verliepen jullie duels?
Richard: "Mijn stijl was een beetje zoals Niels Albert: van start gaan en zo rap rijden als ik kon. Wie mee is, is mee. Erwin was meer een volger."
Erwin: "Ik won meer de tactische koersen."
Richard: "Ik heb hem één keer kunnen kloppen in de laatste ronde. Dat was in onze nadagen, in Surhuisterveen. Hij wou graag winnen, maar ik ook. Het was geen sprint, want de finish was opdraaien en meteen aankomen. Ik begon al met de laatste ronde te doen alsof ik er voorbij wilde. Hij ging telkens wat harder en ik probeerde nog eens, maar er was maar één plekje waar ik het moest doen. Hij ving me iedere keer op en net op dat stukje ging ik er voorbij. Eigenlijk deed ik het op de manier zoals Erwin het anders deed."
Erwin: "Ik heb nooit zoals Richard in de eerste rondes kunnen wegrijden. Ik weet niet hoeveel koersen ik heb gewonnen, maar 80 of 90 procent was gewoon in de spurt of door in de laatste ronde weg te rijden. Ik had niet de motor om een minuut weg te rijden."

Vervecken: "Mathieu en Wout kwamen over van de beloften, waar ze veel sneller startten, en dat tempo hebben ze meteen opgelegd bij de elite. Bepaalde renners zijn daar heel erg door benadeeld."

Hoe anders is de cross geworden?
Erwin: "Richard was iemand die croste zoals ze het nu doen: vanaf de start vol gaan en dan tempo houden, maar in onze laatste jaren waren het heel tactische koersen. Nys koerste dan meer afwachtend, was niet vanaf de start mee en sloot dan halfweg aan. Mathieu en Wout kwamen over van de beloften, waar ze veel sneller startten, en dat tempo hebben ze meteen opgelegd bij de elite. Bepaalde renners zijn daar heel erg door benadeeld. Bijvoorbeeld Tom Meeusen heeft nood aan tactische koersen, ook Lars van der Haar."
Richard: "Lars van der Haar is overgekomen naar de profs in de laatste jaren van Nys, toen het vooral de laatste twintig minuten hard ging. Plots kwamen daar twee mannen en die gaan ineens vanaf de start vol door. Lars kon hard starten, maar dan kreeg hij de tijd om anderhalve ronde te herstellen. Nu kan hij hard starten, maar dan nemen ze over en zijn ze weg."
José: "Die twee jonge mannen steken er op de weg toch ook uit ten opzichte van een Meeusen of Pauwels en blijken toch wel meer renner, sportman te zijn."

Welke commentaar hebben jullie gehoord van die 'tussengeneratie'?
Erwin: "Die mannen hebben dat gewoon moeten ondergaan."
José: "Er is ook geen commentaar te geven! Die jongens doen gewoon hun best. Iedereen zoekt naar oorzaken waarom ze zo slecht zijn, maar die zijn niet slecht. Neem Wout en Mathieu weg en dan doen die weer gewoon mee. Dan krijgen ze weer moral, gaat die rug bij Pauwels wat minder opspelen. Waarom krijgt Lars van der Haar nu weer last van de ziekte van Pfeiffer? Omdat ze hem godverdoeme elk weekend rijden dat hij niet meer weet van welke parochie hij is! Anders kon hij zelf de koers maken. Kijk naar Toon Aerts. Je denkt 'hij is goed', maar dan moet hij een paar keer volledig de kas open rijden tot diep in de finale en hij moet er twee dagen tussenuit."
Erwin: "Hoewel hij wel de grote motor heeft, maar misschien niet het crossvermogen van Wout of Mathieu. Ik verwacht wel dat hij stilaan dichterbij komt."

Groenendaal: "Als ik het WK-parcours zie, is het zelfs meer in het voordeel van Wout dan bij de voorgaande Caubergcrossen voor de Wereldbeker."

ADRIE TEKENDE GEEN PARCOURS VOOR MATHIEU

Adrie van der Poel heeft net als vorig jaar het WK-parcours aangelegd. Zullen er zaken in het voordeel van Mathieu zijn?
Richard: "Er liggen al geen balkjes voor Mathieu. Als ik nu het WK zie, is het parcours zelfs meer in het voordeel van Wout dan bij de voorgaande Caubergcrossen voor de Wereldbeker. Het parcours is meer uitgestrekt, de beklimmingen zijn langer, de bochten zijn meer lopend, terwijl het vroeger meer op en af was op een kleinere oppervlakte. Nu is het, kort gezegd, de eerste helft van de omloop naar beneden en de tweede helft naar boven. Ze gaan Adrie zeker niet kunnen aansmeren dat hij een parcours op maat van zijn zoon heeft gemaakt - vorig jaar in Bieles ook niet trouwens."

Is het rijdbaar met slecht weer?
Richard: "Toen ik ging verkennen, had het ook heel veel geregend. Als je onder die omstandigheden zou moeten koersen, moet er redelijk wat gelopen worden. Het mooiste zou zijn als het een beetje gaat vriezen 's nachts. Dat verdient dit parcours."

Erwin & Richard

Welke banden heb je nodig voor dit parcours?
Richard: "Ik denk bijna in alle weersomstandigheden de grove modderbanden."
Erwin: "Rhino's. Daar hadden we tijdens het fietsen daarnet een discussie over. Qua profiel had je vroeger twee soorten: slick of Grifo. De Rhino is pas gekomen in 2003-'04. Dat is bijvoorbeeld de grote luxe geweest voor Lars Boom of in mindere mate Niels Albert. Daarvoor was het echt nog balanceren, moest je techniek hebben. Vanaf de komst van de Rhino was het de pure power die telde. Lars Boom had die grote motor. Als je de fiets ergens naartoe stuurde, ging hij ook naar daar."
Richard: "Bochtensnelheid is eigenlijk pas belangrijk geworden toen iedereen uitgeëvolueerd was met zijn materiaal en trainingen. Toen ze elkaar er in de rechte stukken niet meer konden afrijden, moest het maar in de bochten gebeuren. Tegenwoordig zitten er zoveel bochten in een omloop dat bochtensnelheid wel echt belangrijk is. Op vlak van materiaal zie je dat toprenners, door hun hoge bochtensnelheid, in driekwart van de gevallen wel moeten kiezen voor een modderband."
Erwin: "Dat heeft ook te maken met de schijfremmen. Vroeger moesten we beginnen remmen twintig meter voor de bocht of je haalde het niet. Nu remmen ze vijf meter voor de bocht en komen ze er nog, door de combinatie schijfremmen en Rhino's."
Richard: "Vroeger begon je aan een afdaling door boven te komen, je velgen droog te maken door te remmen - je merkte: de remmen doen het - en dan vierde je de remmen. Tegenwoordig met schijfremmen kun je blind aan de afdaling beginnen. Merk je dat het wat snel gaat, dan rem je gewoon wat bij. Dat ging vroeger niet. Als je halfweg de afdaling begon te remmen, dan deden je remmen het nog niet tegen dat je beneden was. Dat maakt ook veel snelheidsverschil. Nu is het agressief, toen was het gedoseerde techniek. Ik vergelijk het met autosport: je had autocoureurs die heel hard konden rijden op een droog circuit met een topauto, maar anderen die met een mindere auto op een nat circuit sneller waren. Dat had je bij ons vroeger ook met gewone banden en zonder schijfremmen."

"WIJ REDEN VROEGER ZONDER REMMEN"

Hoeveel beter is het materiaal geworden?
Erwin: "Schijfremmen zijn een grote verbetering."
Richard: "Als je het vergelijkt, dan reden wij vroeger zonder remmen."
Erwin: "Ik weet nog, de cross in Igorre, waar je boven moest opstappen en je pas na drie meter kon beginnen remmen, want daarvoor zat je nog niet in je klikkers. Dat was als een kamikaze naar beneden en hopen dat het goed kwam."
José: "Met schijfremmen moet je nog beter kunnen rijden. Als je, zoals Mathieu, echt met die fiets kunt sturen, ben je in het voordeel."
Richard: "Als je ziet hoe wij bochten namen in een weidecross, was dat altijd aan de buitenkant, gewoon doortrappen. Dat kwam ook omdat je geen remmen had. Nu is het binnenkant, binnenkant."
Erwin: "De stijfheid is ook enorm verbeterd."
Richard: "Ik heb nog met carbon crossfietsen gereden en die waren zo slap als een vod. En toch waren dat goeie crossfietsen. Je kon gewoon sturen met je kont, het achterwiel kwam toch gewoon mee. Een goede crossfiets is stijf, maar niet overal. Met een crossfiets kom je nooit aan een gewicht van 6,8. Op het laatst lag dat rond 7,5 kilo. Wat ik wel merk: ik had een schijfremfiets zonder en met steekassen en je merkt echt dat de fiets mét veel stabieler is. Er zit minder spanning op de fiets, hij is rustiger. In een goede fiets zit ook wat comfort verwerkt. Een goede combinatie van comfort en stijfheid is belangrijk."

Groenendaal: "Ik had een schijfremfiets zonder en met steekassen en je merkt echt dat de fiets mét veel stabieler is"

Hoe belangrijk zijn schoenen?
Richard: "In feite zou je er twee verschillende nodig hebben om te crossen. Enerzijds heb je wedstrijden waar je bijna niet van de fiets moet, anderzijds heb je loopcrossen. Ik heb zelfs nog met toeclips gereden en daarna kreeg je een hele evolutie in pedalen en schoenen tot wat het nu is, maar het SPD-systeem is al twintig jaar bijna hetzelfde. Schoenen, daarentegen, zijn wel serieus geëvolueerd. Er zit veel meer stijfheid en comfort in. Vroeger hadden crossers het probleem dat producenten hun schoenen echt entten op het mountainbiken, tegenwoordig is het eerder afgeleid van een chique wegschoen, waardoor zo'n schoen eerder geschikt is voor de cross dan voor het mountainbiken."
Erwin: "Tegenwoordig rijden ze bijna nooit meer met spikes in de schoen. Op het WK in München had iedereen spikes waarmee je iemand kon doden. Als je toen een Wellens-karatetrap deed..."
José: "Of iemand wou doen lekrijden!"
Richard: "Dat heeft Erwin ooit bij mij gedaan! Hij stapte af, maar ik kon nog doorrijden en hij trapte gewoon in mijn voortube: 'pfffft'. Dat was in Schijndel, we waren nog junior."

KWALITEITEN VAN TUBELESS

Erwin & Richard

Erwin: "Ik heb sinds september een Specialized Crux. Aanvankelijk met standaardbandjes, en dat was best goed. Het grote verschil is dat wij zijn opgegroeid met Dugast, dus ik heb lang gedacht dat je met bandjes als het ware 'back to basic' zou gaan. Maar dankzij die Tubeless Terra-banden denk ik er inmiddels toch anders over: die kan je zo slap zetten dat ze het gat met Dugast qua comfort voor 90 % hebben gedicht. Zeker voor recreanten is het een erg goede ontwikkeling, op voorwaarde dat ze die banden voldoende slap durven zetten. Het is dankzij Paul Herijgers, en ook wel dankzij Richard Groenendaal, dat die tendens naar steeds lagere bandendruk is ingezet. Vooral in het zand komt dat enorm van pas. Wij reden destijds met 1,5 à 1,6 bar, en soms eens met 1,4 bar. Dat was echt de limieten opzoeken. Wout van Aert zei me onlangs zelfs dat hij met 1,2 à 1,3 reed. Dat is toch wel heel erg weinig."
Richard: "Ik geloof nooit dat ze tegenwoordig onder 1,5 bar komen. De bochtensnelheid ligt zo hoog dat het risico op valpartijen te groot zou zijn. Maar anderzijds staat de ontwikkeling bij Dugast natuurlijk ook niet stil - de karkassen zijn anders geweven, zodat ze in bochten niet meer alle kanten op 'floppen' - waardoor je allicht toch weer met iets lagere druk kan rijden dan vroeger. En ook de komst van de bredere velgen heeft natuurlijk veel veranderd. Optisch is er niet zoveel verschil tussen de Dugast-tubes van nu en die van vijftien jaar geleden, maar qua performantie zeker wel. Ook de kit om de tubes op de velg te plakken is enorm verbeterd."
Erwin: "Ook op de weg zie je die evolutie. Wij reden vroeger met bandjes van 21 à 22 mm dik. 23 was al een uitzondering. Nu rijden ze heel het voorjaar met 25, en Parijs-Roubaix zelfs met 28 of meer. Dezelfde trend geldt voor de velgen. Bredere banden en velgen geven gewoon meer comfort."

DE WK-VERRASSING

Verwachten jullie verrassingen voor het WK qua materiaalkeuze?
Richard: "De toppers zullen niet al te veel andere dingen doen dan gewoonlijk."
Erwin: "Inderdaad, zeker ook niet qua materiaal. Iedereen had vorig jaar de mond vol van de 'speciale tubes' van Wout van Aert, maar dat waren uiteindelijk toch ook gewoon Dugasten? Enkel het profiel erop was niet alledaags, maar voor de rest was dat een standaardtube."
Richard: "Op zich was dat niet zo'n verstandige beslissing, want die tube heeft veel meer rolweerstand. Maar achteraf bekeken heeft dat goed uitgepakt omdat dat rubber net iets meer dekking gaf, waardoor hij net iets minder kans had om lek te rijden."
Erwin: "Elk jaar komt iemand richting WK wel met speciale gadgets op de proppen. Denk aan de sneeuwtubes van Nys, die uitgerust waren met spikes. Wat nadien dan weer verboden werd? Die waren ook ontwikkeld door Richard Nieuwenhuis van Dugast. Komt hij dit jaar ook weer met iets nieuws?"
Richard: "Hij heeft me twee weken geleden iets laten zien, maar die ontwikkeling is niet speciaal met het oog op het WK gebeurd."

Erwin & Richard