Als je Alberto Contador vraagt hoeveel grote rondes hij gewonnen heeft, dan antwoordt hij negen: drie keer de Tour, drie keer de Giro en drie keer de Vuelta. Door de clenbuterolaffaire - iedereen herinnert zich nog de 'cero, cero, cero ...' op de persconferentie - moest hij één Tour- en één Girozege inleveren. Maar ook die trofeeën staan vreemd genoeg nog steeds in zijn kelder, die is omgebouwd tot een pareltje van een museum.

De kelder van Alberto Contador is een lust voor het oog. Zo'n veertig fietsen die voor hem een emotionele waarde hebben staan er netjes opgesteld. Een levensgrote foto siert de achterwand: Contador die zijn vreugde uitschreeuwt na zijn legendarische ritzege in Fuente Dé, in de Vuelta 2012. Niet toevallig de eerste overwinning na zijn schorsing. Hoewel Contador door het wielrennen de hele wereld heeft gezien, keerde hij na zijn carrière terug naar zijn heimat. "Ik ben op duizenden plaatsen geweest en heb ook vier jaar in Lugano gewoond, maar Pinto blijft Pinto. Mijn vrienden zijn hier, mijn familie is hier, iedereen kent mij hier, waardoor ik een normaal leven kan leiden."


NOOIT MEER FINANCIËLE ZORGEN

's Avonds spreekt hij inderdaad af met oude jeugdvrienden in de Ierse pub. De twee tienerjongens die hem vanachter het raam bewonderend aanstaren, hadden hem buiten al opgemerkt, met dank aan zijn Porsche Cayenne. Luxeauto's zijn immers zijn enige guilty pleasure. In zijn garage heeft hij ook nog een Porsche Carrera en een Lamborghini staan. Nee, financieel hoeft Alberto Contador zich nooit nog zorgen te maken, geeft hij toe tijdens ons gesprek in een rustig natuurgebied net buiten Pinto. "Ik ben me er altijd van bewust geweest dat ik met mijn talent genoeg moest verdienen voor de rest van mijn leven, indien mogelijk zelfs voor mijn kinderen en kleinkinderen. Ik had nog drie jaar langer kunnen koersen en nog meer kunnen verdienen, maar ik heb vijftien jaar ten volle voor mijn sport geleefd."

"Toen ik destijds geen bier of wijn mocht drinken, zei ik tegen mezelf: 'Alberto, je moet je dit nu ontzeggen om later een goed leven te leiden.' Als ik oude kennissen uit mijn jeugd tegenkom, zeggen die vaak: 'Ik weet nog dat je om tien uur thuis moest zijn omdat je de volgende dag vroeg uit de veren moest voor je training. Als ik dat had geweten, was ik ook wielrenner geworden!' Maar toen hadden ze geen medelijden met mij", lacht hij zijn tanden bloot. "Terwijl zij begonnen te daten en op café zaten, moest ik al onder de wol. Maar nu geniet ik des te meer van de dingen die vroeger niet mochten."

Lees het volledige artikel in het julinummer van cycling.be magazine, nu in de winkel!Of lees HIER online verder via Blendle.