Zou Julian Alaphilippe op zijn lauweren gerust hebben na het wonderjaar van Quick-Step Floors en zijn uitmuntende Tour? "Neen, want hard werken is mijn mantra", benadrukt de charismatische Fransman verderop in dit magazine. De uitslagen van de voorbije weken lijken hem alvast gelijk te geven ...

Met twaalf zeges, waaronder de Waalse Pijl, de Clásica San Sebastián en twee ritten en het bergklassement in de Tour de France, was Julian Alaphilippe een van de absolute smaakmakers van Quick-Step Floors in 2018. Ook 2019 begon stevig met twee overwinningen in de Vuelta San Juan, een rit in de Ronde van Colombia en als klap op de vuurpijl de Strade Bianche en Milaan-Sanremo. Nochtans wilde het Franse goudhaantje rustig aan het seizoen beginnen, maar net zoals de andere renners van het 'vernieuwde' Deceuninck - Quick-Step blijft hij de successen aan elkaar rijgen. "Ik besef dat de lat hoog ligt na zo'n recordjaar", sprak hij op de teamstage in het Spaanse Calpe, "maar vorig seizoen evenaren wordt moeilijk - misschien wel onmogelijk. Al droom ik uiteraard opnieuw van grootste prestaties ..."

 

HARD WERKEN LOONT

Het WK was een domper, maar voor de rest beleefde je wel een wonderjaar. Wat was de sleutel tot dat succes?
"(snel) Hard werken. Kijk, ik ben altijd een renner geweest die constant presteerde en die vaak in de spits van de wedstrijd te vinden was, maar die net zo vaak tweede, derde, enzovoort werd (twee keer tweede in de Waalse Pijl, tweede in Luik-Bastenaken-Luik ..., red.) Ik wist dat ik het wel in me had, maar dat ik geduldig moest zijn. Als ik hard zou blijven werken, zouden de resultaten wel volgen. Uiteindelijk won ik al vroeg op het seizoen, in Colombia (9 februari, red.), en dat had ik nog nooit meegemaakt. Het gaf me vertrouwen, en ook de rest van de ploeg deed het enorm goed en zat in de positieve flow - van het ene succes kwam het andere. Hard werken is de sleutel, maar ook ervaring is belangrijk. Een Monument of een rit in de Tour win je niet meteen, dat vraagt tijd. Ik herinner me mijn eerste Tour in 2016. Ik sprong mee in heel wat ontsnappingen en was er vaak dichtbij, maar won niet. Er ontbrak gewoon iets. Vorig jaar - tijdens mijn tweede Tour - kon ik wél terugvallen op de nodige ervaring, wat ervoor zorgde dat ik meteen twee etappes en het bergklassement kon winnen. Dat was het verschil tussen een mooie ereplaats en de overwinning."

'J'ai passé un cap', zei je eerder al.
"Klopt. Na de winter van vorig jaar heb ik een stap vooruit gezet. Wanneer ik versnelde, voelde ik dat ik meer 'power' had en dat ik een inspanning langer kon aanhouden. Ik was gewoon sterker geworden, en door dat surplus aan ervaring timede ik mijn aanvallen ook beter. Tijdens wedstrijden bleef ik kalmer in vergelijking met andere jaren. Denk bijvoorbeeld terug aan de Waalse Pijl. Daar plaatste ik exact op het juiste moment mijn ultieme versnelling. En ik kan je verzekeren: makkelijk is dat niet. Het vraagt rust en koersinzicht."

Die vele ereplaatsen waren wellicht een goede les?
"Bwah ... Je trekt daar ongetwijfeld lessen uit. Dat wel, maar zoals ik al aangaf: hard werken loont. Ik wist dat het wel een keer aan mij zou zijn. Het moeilijkste is trouwens niet een jaar zoals vorig jaar beleven. Het moeilijkste is om dat opnieuw te proberen realiseren. Nu ik zo'n succesjaar achter de rug heb, wil ik uiteraard op het allerhoogste niveau blijven acteren. Dat vergt opnieuw heel veel noeste arbeid, maar het motiveert me wel."

Lees het volledige artikel in het aprilnummer van cycling.be magazine, nu in de winkel! Of lees HIER online verder via Blendle.