Twintig jaar geleden ontspon zich op de flanken van La Redoute een episch prestigeduel. Met aan de ene kant de betreurde Frank Vandenbroucke, die het pleit won en even later naar de zege in Luik-Bastenaken-Luik soleerde, en aan de andere kant Michele Bartoli. Ruben Van Gucht ging op bezoek bij de minzame Italiaan en haalde samen met hem herinneringen op.

Van alle contacten met de buitenlandse renners die de revue passeerden in De Kleedkamer verliep dat met Michele Bartoli wellicht het vlotst. Daar zat onze herkomst ongetwijfeld voor iets tussen. "België is mijn tweede thuis", zou hij later vertellen. "Wanneer ik over straat wandel, kan een bepaalde geur me aan dat land herinneren en me heel nostalgisch maken. Er hing een soort 'chemie' tussen mij en de plaatselijke supporters."


SCHIPPEREN TUSSEN RUST EN NERVOSITEIT

De intussen 48-jarige Bartoli nodigde ons uit bij hem thuis in het Toscaanse plaatsje Montecarlo, vlak bij Lucca. Het was half oktober en het weer was zoals het uitzicht op het dorp: om duimen en vingers bij af te likken. Op het eerste gezicht was Bartoli amper veranderd, en wanneer we hem volgden tijdens een fietstochtje met vrienden, verwonderde mij dat niet. Door de smalle, steile straatjes van de omliggende pittoreske dorpjes reed hij gezwind op kop. Voor het overige leek zijn leven een perfecte illustratie van il dolce far niente. Wanneer hij geen koffietje dronk in een van de bars van Montecarlo, speelde hij met zijn zoon FIFA op de PlayStation of ging hij zijn voetbaltraining bijwonen. Tussendoor liep hij ook even langs in het trainingscentrum waar hij wielrenners begeleidt, maar met de winter voor de deur stonden die activiteiten even op een lager pitje.

In tegenstelling tot sommige andere collega's lijkt deze ex-renner zijn leven netjes op orde te hebben. Eén ding viel wel op: Bartoli is voortdurend aan het bellen. Zijn smartphone lijkt vergroeid met zijn hand. Ondanks zijn rustige leven is die typische Italiaanse nervositeit nooit veraf. Volgens Boogerd en Museeuw was hij ook als renner al zo. "Tijdens het WK van 1998 in Valkenburg was Bartoli zó nerveus", aldus de Nederlander. "Hij viel een keer of drie, trok zijn beenstukjes en zijn jasje aan en uit, reed wel tienmaal op en neer met een ploegmaat ..."

Toen ik Bartoli met die karakterschets confronteerde, dacht hij eerst met plezier terug aan zijn twee oude rivalen. "Museeuw was een moeilijk te kloppen tegenstander, maar wanneer je samen bloed, zweet en tranen deelt, ontstaat er ook een hechte band, met veel respect. Zijn naam herinnert me aan veel mooie momenten uit het verleden. Boogerd kende ik persoonlijk minder goed, maar als renner deed hij me denken aan Iron Man uit The Avengers. Hij was een man van staal, die altijd van de partij was in de finale. Noemden ze mij nerveus? Dat klopt wel. Doorgaans ben ik nochtans heel kalm, maar wanneer de adrenaline de hoogte ingaat, heb ik mezelf niet altijd onder controle en wind ik me te hard op. Maar ik beschouw mezelf wel als een makkelijke persoon in de omgang. Ik ben een open boek en laat duidelijk merken wanneer ik iets leuk of vervelend vind."

Lees het volledige artikel in het aprilnummer van cycling.be magazine, nu in de winkel! Of lees HIER online verder via Blendle.