Werk en topsport combineren: hoe doe je dat precies? Als iemand het kan weten, is het Ellen Van Loy. Wij mochten de renster van Telenet Fidea Lions een dagje volgen tijdens het beoefenen van haar veeleisende job in zorgwoning MPI Oosterlo, waar ze mensen met een mentale beperking begeleidt.

Een paar blinkend rode Bontrager-schoenen staat ons netjes op te wachten als we zorgwoning MPI Oosterlo binnenwandelen. Ellen Van Loy is net toegekomen met de fiets en frist zich nog even op voor ze de bewoners helpt tijdens het middageten. We zijn duidelijk op een perfect moment gekomen, want de geur van frietjes komt ons al tegemoet. "Dat is hier niet altijd zo, hoor", lacht Ellen. "Nee, veel te weinig!", pikt een gewiekste bewoner snel in. Er heerst een gezellige drukte in de zorgwoning, waar Van Loy aan de slag is als ze niet op een crossfiets zit. Wij mochten haar een dag volgen om met eigen ogen te aanschouwen hoe ze erin slaagt om topsport en werk te combineren.

"Ik volgde de opleiding Jeugd- en gehandicaptenzorg in Mol. De exacte datum ken ik niet meer, maar na mijn stage in het MPI ben ik onmiddellijk aan de slag gegaan. Intussen werk ik hier al vijftien jaar", vertelt Ellen. "Ik begeleid mensen met een mentale beperking in hun dagelijkse leven. Van 's ochtends tot het slapengaan, en soms ook gedurende de nacht. We proberen onze zeventien bewoners alle mogelijke ondersteuning te bieden." Dat wordt al snel duidelijk, want tijdens de eerste frietronde bekommert Ellen zich over een bewoonster die niet veel zin heeft om te eten. Ze is wat onder de indruk van onze komst, maar na een tijdje besluit ze toch al wat gaatjes te vullen voor het dessert eraan komt. Gelukkig zijn er nog drie andere collega's aanwezig om iedereen te kunnen bijstaan. "24/7 is er begeleiding: dag en nacht, tijdens weekends en ook op feestdagen. Sommigen gaan nooit naar huis, anderen tijdens het weekend of om de week. De meesten zijn rond de vijftig, dus voor hun ouders is het meestal niet meer haalbaar om voltijds voor hen te zorgen", klinkt het.

MENTAAL EN FYSIEK BELASTEND

Schipperen tussen topsport en een veeleisende job is allesbehalve simpel. Toch slaagt Ellen erin om een goede balans te vinden. "Tijdens het crossseizoen - van september tot februari - werk ik negentien uur per week, en van maart tot augustus 38 uur. Op zich valt dat wel mee, maar elke dag is anders. Een ongeluk komt nooit alleen, en dan weet je vaak niet waar eerst te beginnen. Het fysieke aspect zit hem vooral in het rondlopen, rechtstaan, opruimen, deelnemen aan activiteiten, het vervoer van de bewoners ... Op mentaal vlak zijn de 'uitvallen' of crisissen die zich soms voordoen het zwaarst. Als er bewoners ziek zijn of ander gedrag vertonen, neem ik het werk weleens mee naar huis, maar dat gebeurt zelden." Halftijds werken tijdens het veldritseizoen betekent ook dat Ellen slechts de helft meemaakt in het MPI. "Ik mis inderdaad veel. Het dagelijkse leven vergeet je niet snel, maar soms wijzigen er in de tussentijd patronen en programma's. Dan moet ik er gewoon in mee, terwijl ik de processen vooraf gemist heb. Al heeft dit regime ook een pluspunt. Doordat ik de bewoners minder zie, komen veranderingen voor mij sterker tot uiting. Mijn collega's die elke dag in de groep staan, maken er misschien sneller een 'gewoonte' van."

Lees het volledige artikel in het januarinummer van cycling.be magazine, nu in de winkel! Of lees HIER online verder via Blendle.