Katie Compton wordt deze maand veertig, maar afgaande op haar ambitie en motivatie lijkt ze een jong veulen dat staat te dartelen in de weide om haar kunstjes te tonen. "Na vier zilveren medailles zou ik toch graag eens wereldkampioene worden."

Katie, je besliste vorig seizoen om voor het eerst een volledige winter in België te blijven. Waarom precies?
"Er zijn verschillende redenen waarom dat vorig jaar pas voor het eerste gebeurde. Ten eerste hebben wij thuis een rottweiler, die we enorm missen. Dat beestje is ondertussen elf jaar oud, en we laten het niet graag achter. Ze wordt goed opgevangen door vrienden die enkele huizen verderop wonen, maar haar achterlaten is altijd weer een van de grote nadelen, zeker als het zoals vorige winter voor enkele maanden is. Een tweede reden is dat Trek zijn eigen sportkanaal heeft, dat sinds vorig jaar ook de DVV Verzekeringen Trofee live is beginnen uitzenden. En uiteraard had mijn sponsor graag dat ik zou schitteren in die races. Vandaar dat het opportuner was om gewoon in het land te blijven. Dat ik het klassement uiteindelijk won, was de kers op de taart."

Was je succesvolle winter van vorig jaar vooral een gevolg van die permanente uitvalsbasis in Vlaanderen?
"In het begin van mijn carrière reed ik een overwegend Amerikaans programma voor mijn plaatselijke sponsors, maar gaandeweg ben ik meer en meer Wereldbekers beginnen rijden. In het seizoen 2012-2013 en 2013-2014 reed ik de volledige Wereldbeker en de kampioenschappen, wat neerkwam op acht trans-Atlantische vluchten op enkele maanden tijd, inclusief de nodige jetlags en transfers van 20 uur tot in Colorado Springs. Hoewel ik toen twee keer het eindklassement van de Wereldbeker won, was dat achteraf bekeken iets te veel van het goede. Op het moment zelf leefde ik op een wolk en leek ik het allemaal goed aan te kunnen, maar nadien begon ik last te krijgen van astma en allergieën, waardoor ik twee mindere seizoenen kende. Die euvels waren geen rechtstreeks gevolg van die verre transfers, maar wel van een verminderde immuniteit en gecumuleerde vermoeidheid."

Samen met Mark, jouw Nieuw-Zeelandse vriend, woon je in Colorado, maar je bent eigenlijk afkomstig van de oostkust. Hoe ben je eigenlijk in het veldrijden verzeild geraakt?
"Ik koers al van toen ik acht jaar oud was. Mijn vader was een amateurwielrenner die tegelijkertijd ook official en organisator was. Zo gaat het vaak in Amerika. Het is één grote familie, en allemaal zijn we gek van de sport. Als jonge meid wilde ik het ook allemaal eens proberen, en samen met mijn grote broer reed ik al snel elke week lokale criteriums op de weg. Daarna ging ik ook op de piste rijden, en nog later waagde ik me eveneens aan het mountainbiken. Het crossen kwam pas eind jaren 90, toen ik het wegwielrennen wat beu was. Ik woog te zwaar en werd in de Wereldbekers vaak naar huis gereden. Crossen ging me beter af, want in de lokale categorie 3-crossen (vergelijkbaar met onze B-crossen, red.) eindigde ik vaak in de top drie - tussen de mannen, nota bene. Ik moest toen altijd achterin starten, maar had een enorme acceleratie in de benen en kon vaak snel opschuiven. Ik ben in die periode ook 8 kilogram vermagerd."

Lees het volledige interview in het decembernummer van cycling.be magazine, nu in de winkel! Of lees HIER online verder via Blendle.