Na zijn knappe zeges in de Amerikaanse Wereldbekers en enkele mooie ereplaatsen in andere klassementscrossen werpt Toon Aerts zich steeds nadrukkelijker op als derde hond in het kegelspel. Tijd voor een portret: de uitdager uit Rijkevorsel in zes gedaantes.

Krachttraining. Dat was het codewoord dat het succes van Toon Aerts begin dit seizoen in de Verenigde Staten moest verklaren. Met zo'n 73 kilogram voor 1,88 meter zal de kopman van Telenet Fidea Lions nooit de uitstraling van een echte krachtpatser hebben, maar gerichte krachttrainingen tijdens de zomer lagen wel aan de basis van zijn Amerikaanse dubbelslag.  

"Ik heb getwijfeld", geeft Aerts toe. Bloktrainingen aan een hoog tempo, krachttraining in de fitness, krachttraining bij de kinesist ... Het begon na een tijdje allemaal wat te vervelen. "Bij de start van het seizoen was ik van plan om mijn trainer Tim (Aerts, voor alle duidelijkheid geen familie, red.) te vragen om volgend jaar toch maar terug over te schakelen naar onze oude methode. Zo lastig en zo saai was het deze zomer. Ik zat veel meer uren op de fiets, maar kon er niet meer van genieten. Ik moest voortdurend op mijn wattagemeter kijken om mijn blokken naar behoren af te werken. Trap je 10 watt te veel of te weinig, dan heeft het geen zin. Vroeger kon ik nog eens rondkijken, maar nu was het rijden, rijden en rijden. Trainen was een echte job geworden."

De zeges in Waterloo en Iowa hebben Aerts echter kunnen overtuigen. "Het was allemaal niet voor niets geweest. Normaal verdelen Mathieu en Wout de overwinningen in de Wereldbeker, nu had ik er plots twee op zak. Nochtans voelde ik pas in Amerika dat ik deze zomer sterker ben geworden. Ik sta zelfs scherper dan de voorbije jaren. Ik ben bijna een klimmerstype. Omdat we de krachttraining op een andere manier hebben aangepakt, heb ik zelfs spiermassa verloren. Ik weeg nu iets minder, maar heb niet aan kracht ingeboet."

Lees het volledige artikel in het novembernummer van cycling.be magazine, nu in de winkel! Of lees HIER online verder via Blendle.