Hij won bijna nooit, maar was toch een van de kleurrijkste figuren in het peloton. Na achttien jaar en zeventien grote rondes zegt Bram Tankink het professioneel wielrennen vaarwel. Wij lieten hem nog één keer mijmeren over leven, werk en wielrennen.

Dave Bruylandts, Frank Vandenbroucke, Leif Hoste, Tom Boonen, Paolo Bettini, Davide Bramati, Wilfried Peeters, Johan Museeuw, Oscar Freire, Robbie McEwen, Richard Virenque, Pippo Pozzato, Laurens Ten Dam, Dennis Menchov, Wouter Weyland, Bauke Mollema, Sep Vanmarcke, Robert Gesink, Dimitri De Fauw, Steven Kruijswijk, Dylan Groenewegen ... Kleine en grote kampioenen, meesterknechten, dopingzondaars, ploegleiders, drie zielen ook die intussen het tijdelijke voor het eeuwige ruilden. Allen hebben ze gemeen dat ze ooit ploegmaat waren van Bram Tankink, allen hebben ze gemeen dat hij met hen grootse en minder grootse dagen beleefde.

Begin december wordt Tankink veertig. Hij kan terugblikken op een carrière van achttien jaar in het profpeloton. Zeventien grote rondes werkte hij af, duizenden uren vertoefde hij in het zadel. Het leverde hem twee profzeges op. Hij won een rit in de Ronde van Duitsland en de GP Jef Scherens. Twee keer gebeurde dat na een stevige braspartij en een dito kater. Wat leert hem dat? "Ja, dat ik veel meer had moeten zuipen", giert hij het uit tijdens ons interview. "Nog meer! Ach, ik kan erom lachen. Ik weet niet of ik veel meer had kunnen winnen, zeker niet in het huidige wielrennen. Ik mis gewoon een eindsprint. Ik mocht trainen wat ik wilde, sprinten ging me niet af. Kijk joh, ik ben twee keer de beste geweest. Maar het leven hangt niet af van het aantal overwinningen dat je behaalt."

Lees het volledige artikel in het oktobernummer van cycling.be magazine, nu in de winkel! Of lees HIER online verder via Blendle.