Drie dagen na zijn fraaie debuut in de Omloop Het Nieuwsblad begaf Wout van Aert zich naar Noord-Frankrijk voor een eerste kennismaking met de Hel van het Noorden. Samen met éminence grise Stijn Devolder testte de drievoudige wereldkampioen veldrijden zowel het materiaal als de benen op de nijdige kasseien tussen Wallers en Hem. Wij mochten plaatsnemen in de volgwagen van Veranda?s Willems-Crelan.

Dinsdag 27 februari, omstreeks 11 uur. De omgeving rond Trouée d'Arenberg ligt er vredig bij. De befaamde mijnschachten aan de overkant van het spoor tekenen zich af tegen de blauwe lucht, en het stijlvolle monument voor lokale wielerlegende Jean Stablinski blinkt in de ochtendzon. Het is een bedrieglijk beeld. De temperatuur ligt een eind onder nul, een gevolg van de polaire vortex die onze contreien al enkele dagen in zijn greep houdt. De stenen vriezen letterlijk uit de grond, maar dat is geen bezwaar voor een doorwinterd flandrien als Stijn Devolder en een warm ingeduffelde Wout van Aert. Terwijl we zelf ons uiterste best doen om zonder klagen de ijzige wind te trotseren, stralen de ancien en de neofiet bij het vooruitzicht naar de vele kasseien die ze de komende uren zullen verorberen. Hun avontuur start bij het befaamde Bos van Wallers, in het vakjargon ook wel 'De Poort naar de Hel' genoemd. "Daar waar het kaf van het koren gescheiden wordt", zegt teammanager Nick Nuyens met een veelbetekenende glimlach.

Dat Wout van Aert en zijn collega's bij het procontinentale Veranda's Willems-Crelan de Helleklassieker überhaupt mogen betwisten, is een krachttoer op zich. Nuyens sprak al zijn contacten en zijn reputatie als ex-winnaar van de Ronde van Vlaanderen aan om zijn ploeg een wildcard te bezorgen. Reden te meer om niets aan het toeval over te laten en het materiaal uitgebreid te testen. "We rijden dit jaar met Stevens Xenon-fietsen, die geschikt zijn voor banden met een dikte tot 30 mm. Die kwaliteit kunnen we hier in Parijs-Roubaix optimaal benutten. Ik vind het belangrijk dat we vandaag de nieuwe Schwalbe-tubes kunnen testen. De G-One van 30 mm is sinds vorige zomer in ontwikkeling en is erg belangrijk voor ons", vertelt mecanicien Stijn Vandenberghe. "Ongelooflijk hoe dat geëvolueerd is", merkt Nick Nuyens op. "De standaardtubes van nu waren 'in mijn tijd' de kasseitubes. Vandaag rijden veel renners Parijs-Roubaix met banden van 30 mm dik, maar ik herinner me nog een editie waarin ik zelf met 25 mm-banden van start ging. Dat noemden we toen al 'tractorbanden', want normaal gebruikten we exemplaren met een dikte van 19 of 21 mm."

Lees het volledige artikel in het aprilnummer van cycling.be magazine, nu in de winkel! Of lees HIER online verder via Blendle.