In het tijdperk Van der Poel-Van Aert bouwt de twee jaar jongere Eli Iserbyt in de luwte gestaag aan zijn carrière. Na een minder geslaagd tweede jaar lijkt de man uit Bavikhove zijn goede benen teruggevonden te hebben. In Valkenburg neemt hij de handschoen op tegen dat andere supertalent: Tom Pidcock.

Je bent al vrij vroeg begonnen met koersen en altijd een veelwinnaar geweest.
"Ik was twaalf toen ik voor de eerste keer een koersje reed. Een jaar eerder deed ik soms jeugdinitiaties en toertochten en iemand had gemerkt dat ik wel talent had. Het jaar erna werd ik meteen nationaal kampioen bij de aspiranten en dat ben ik in alle jeugdreeksen blijven doen."

Bij de beloften word je in je eerste jaar wereldkampioen nadat je dat jaar ook al de Superprestige en Wereldbeker had gewonnen. Had je dat zelf verwacht?
"Voor mij was het toen nog allemaal een grote speeltuin. Ik ging nog naar school en reed crossjes als hobby in het weekend. Het was allemaal niet zo serieus en zo reed ik heel vaak naar de overwinning. Het WK was uiteindelijk wel een doel, maar niet echt een must op dat moment, maar ik ben uiteraard wel blij dat het zo snel is gelukt."

In tegenstelling tot je eerste superseizoen was het tweede seizoen geen succes. Je moest vaak de duimen leggen voor Joris Nieuwenhuis en de kampioenschappen werden een ramp.
"Dat had verschillende redenen. Ik had in het tussenseizoen de ploeg van Hans van Kasteren ingeruild voor die van Mettepenningen en kreeg een profstatuut. Terwijl het voordien nog allemaal spielerei was, vond ik dat ik omwille van die regenboogtrui en het nieuwe profcontract aan mijn status verplicht was om ook elke week te winnen en koersen te beheersen. Ik botste op een sterke Nieuwenhuis die inderdaad veel won en reed rond met druk op mijn schouders. Daarnaast was ik ook nog fulltimestudent en de combinatie van die twee was heel zwaar. Op de kampioenschappen had ik bovendien veel pech."

Lees het volledige artikel in het januarinummer van cycling.be magazine, NU in de winkel! Of lees HIER online verder via Blendle.