De komende editie van de Tour de France lijkt de meest onvoorspelbare van de laatste jaren te worden. Een van de meest spraakmakende bergritten wordt nog vóór de passage door Pyreneeën en Alpen gereden. De negende etappe voert over de Grand Colombier en de Mont du Chat, twee cols die wedijveren voor de titel van 'zwaarste beklimming van Frankrijk'.

Als het Criterium du Dauphiné het laboratorium is voor de Tour de France, dan heeft de afgelopen editie in juni een geslaagde test opgeleverd. In de zesde etappe klommen de renners over de Mont du Chat naar de finish in La Motte-Servolex. 'Monsterlijk' was het adjectief waar de Mont du Chat het meest mee omschreven werd. Met een gemiddelde van meer dan 10% over een afstand van negen kilometer én uitschieters tot 15%, moet de berg voor weinig andere Franse cols onderdoen.

Wat ASO nog het meest zal plezieren, is dat er tijdens de Dauphiné ongenadig op gekoerst werd. Vluchters werden mondjesmaat ingelopen - Oliver Naesen was de laatste overlever, zong het uit tot twee kilometer vóór de top - en de klassementsjongens bestookten elkaar met aanvallen in man-tegen-mangevechten. Fabio Aru klom solo als eerste over de top, maar in een technische en razendsnelle afdaling werd hij ingelopen door een losgeslagen Chris Froome, Richie Porte en Jakob Fuglsang. In de sprint maakten de toppers uit wie de etappe won en wie de leiderstrui overnam van Thomas De Gendt: Fuglsang won, Porte pakte de trui. Het was een scenario om duimen en wijsvingers van af te likken. En dan moesten de echte Alpenetappes nog volgen ...

Lees het volledige artikel in de Tourgids van cycling.be magazine, nu in de winkel! Of lees het HIER online via Blendle.